Getypte brief (doorslag/archiefexemplaar).
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefexemplaar). 14 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of het Marktwezen Amsterdam). 98/1/4 M.
D/HG.
Verzonden 14/1 [handgeschreven]
m. Rüther [handgeschreven]
14 Januari 1941.
Vordering reserveterrein
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat een groot gedeelte van het reserveterrein der Centrale Markt ter grootte van 31600 m2 en gelegen ten Noorden van het koelhuis gerekend te zijn ingegaan 16 December 1940 door de Duitsche Wehrmacht is gevorderd voor den opslag van stroo.
De op de vordering betrekking hebbende bescheiden zijn mij door den Chef van het Quartieramt Mr.P.J.Mijksenaar ter teekening van het verzoek om schadeloosstelling toegezonden.
Voor de goede orde doe ik U hierbij een en ander ter inzage toekomen met beleefd verzoek mij de stukken ter verdere behandeling terug te zenden. Ter zake van het brandgevaar verbonden aan den opslag van stroo zijn door den Heer Commandant der Brandweer maatregelen getroffen.
De Directeur, * Kernboodschap: De brief informeert de wethouder over de vordering van een aanzienlijk terrein (31.600 m2) bij de Centrale Markt door de Duitse bezetter voor de opslag van stro.
* Administratieve proces: De vordering is met terugwerkende kracht (vanaf 16 december 1940) ingegaan. Er is sprake van een formeel verzoek om schadeloosstelling dat via het 'Quartieramt' (de Duitse inkwartieringsdienst) loopt.
* Veiligheidsaspecten: De directeur benadrukt dat er specifiek aandacht is voor het brandgevaar van de stro-opslag, waarvoor de brandweercommandant maatregelen heeft genomen. Dit duidt op zorgen over de veiligheid van de omliggende marktgebouwen, zoals het genoemde koelhuis.
* Ambtelijk taalgebruik: De brief is gesteld in uiterst hoffelijke, formele ambtelijke taal ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd verzoek"), wat typerend is voor de correspondentie binnen het Amsterdamse stadsbestuur in die tijd. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (januari 1941). Het illustreert de directe materiële impact van de bezetting op de stad Amsterdam. De Wehrmacht legde beslag op strategische locaties en terreinen voor militaire logistiek.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam in West) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. De vordering van een dergelijk groot terrein voor de opslag van stro (waarschijnlijk als voer of strooisel voor militaire paarden) laat zien hoe civiele infrastructuur ondergeschikt werd gemaakt aan militaire behoeften.
De genoemde Mr. P.J. Mijksenaar was een belangrijke figuur; hij was de Nederlandse chef van het Quartieramt en fungeerde als tussenpersoon tussen het Amsterdamse gemeentebestuur en de Duitse autoriteiten wat betreft vorderingen en inkwartiering. Zijn rol was complex, omdat hij enerzijds de Duitse eisen moest uitvoeren, maar anderzijds probeerde de schade voor de stad te beperken. Tevens is het interessant dat de brief geschreven is vlak voor de Februaristaking (februari 1941), een periode waarin de spanningen in de stad snel opliepen. P.J. Mijksenaar Marktwezen Wehrmacht