Archief 745
Inventaris 745-270
Pagina 397
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.

21 december 1939. Van: De Directeur (van een niet nader genoemde instelling, mogelijk een gemeentelijke sociale dienst of administratie).

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 21 december 1939. De Directeur (van een niet nader genoemde instelling, mogelijk een gemeentelijke sociale dienst of administratie). (Handgeschreven, rechtsboven:)
ex. Mr. Muller
ex. Mr. v. Beeren

(Handgeschreven, middenboven:)
extra

(Getypt:)

8A/115/4 M.
VP/G.

21 December 1939

den Heer Chef van de Afdeeling
Militaire Zaken,
Raadhuis,
A l h i e r .

In Uw brief d.d. 23 October jl. (Afd.M.Z./Be) deelde U my onder meer mede, dat, volgens van de Commandanten ontvangen gegevens de jaarwedde van C.L. Buenting ƒ 1710,-- + ƒ 1,-- per dag bedraagt. Volgens mededeeling van den Administrateur der Depot Compagnie, waarby Buenting is ingedeeld, bedraagt zyn jaarwedde ƒ 1731,--. Ik verzoek U beleefd nog eens te willen doen nagaan, welke opgave juist is.

Tevens gelieve U my steeds in kennis te willen stellen van eventueele wyzigingen in de militaire vergoedingen.

De Directeur, In deze brief kaart de directeur van een onbekende instantie een administratieve inconsistentie aan betreffende de bezoldiging van een militair genaamd C.L. Buenting. Er worden twee verschillende bedragen genoemd voor zijn jaarwedde:
1. Volgens de Afdeling Militaire Zaken: ƒ 1710,- plus ƒ 1,- per dag.
2. Volgens de Administrateur van de Depot Compagnie: ƒ 1731,-.

De schrijver verzoekt om opheldering over welk bedrag correct is. Daarnaast wordt gevraagd om structureel op de hoogte te worden gehouden van wijzigingen in militaire vergoedingen. De brief hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals "Afdeeling", "waarby" en "wyzigingen"). Het document dateert van december 1939, de periode van de Nederlandse mobilisatie vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). Tijdens de mobilisatie werden tienduizenden mannen onder de wapenen geroepen. Dit bracht een enorme administratieve last met zich mee voor gemeenten, die verantwoordelijk waren voor bijvoorbeeld de uitbetaling van kostwinnersvergoedingen aan de achtergebleven gezinnen.

De precieze jaarwedde was van cruciaal belang om te bepalen op hoeveel financiële steun een gezin recht had of hoeveel er op het salaris moest worden ingehouden. De vermelding "Raadhuis, Alhier" suggereert dat de correspondentie plaatsvond binnen dezelfde gemeente, waarbij de ene gemeentelijke dienst (mogelijk de voorloper van de Sociale Dienst) informatie verifieerde bij de Afdeling Militaire Zaken. De handgeschreven namen "Mr. Muller" en "Mr. v. Beeren" verwijzen waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaren of juristen die de zaak dossiertechnisch afhandelden.

Samenvatting

In deze brief kaart de directeur van een onbekende instantie een administratieve inconsistentie aan betreffende de bezoldiging van een militair genaamd C.L. Buenting. Er worden twee verschillende bedragen genoemd voor zijn jaarwedde:
1. Volgens de Afdeling Militaire Zaken: ƒ 1710,- plus ƒ 1,- per dag.
2. Volgens de Administrateur van de Depot Compagnie: ƒ 1731,-.

De schrijver verzoekt om opheldering over welk bedrag correct is. Daarnaast wordt gevraagd om structureel op de hoogte te worden gehouden van wijzigingen in militaire vergoedingen. De brief hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals "Afdeeling", "waarby" en "wyzigingen").

Historische Context

Het document dateert van december 1939, de periode van de Nederlandse mobilisatie vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). Tijdens de mobilisatie werden tienduizenden mannen onder de wapenen geroepen. Dit bracht een enorme administratieve last met zich mee voor gemeenten, die verantwoordelijk waren voor bijvoorbeeld de uitbetaling van kostwinnersvergoedingen aan de achtergebleven gezinnen.

De precieze jaarwedde was van cruciaal belang om te bepalen op hoeveel financiële steun een gezin recht had of hoeveel er op het salaris moest worden ingehouden. De vermelding "Raadhuis, Alhier" suggereert dat de correspondentie plaatsvond binnen dezelfde gemeente, waarbij de ene gemeentelijke dienst (mogelijk de voorloper van de Sociale Dienst) informatie verifieerde bij de Afdeling Militaire Zaken. De handgeschreven namen "Mr. Muller" en "Mr. v. Beeren" verwijzen waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaren of juristen die de zaak dossiertechnisch afhandelden.

Gerelateerde Documenten 6