Getypte brief (afschrift van een ambtelijke correspondentie).
Origineel
Getypte brief (afschrift van een ambtelijke correspondentie). 15 september 1939. De Wethouder voor de Financiën van de Gemeente Amsterdam (ondertekend door wg. Rustige). De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. No.15/4/5 M.1939 AFSCHRIFT
G E M E E N T E A M S T E R D A M .
No.589 L.M.1939.
Afd.Fin.
No.1136/820 -1939- Amsterdam, 15 September 1939.
Onder terugzending van de mij d.d. 6 September
1939 om advies gezonden stukken betreffende de verbetering
van de verlichting van de automarkt op het Amstelveld, deel
ik U het volgende mede.
Hoewel bij mij tegen het door den Directeur van
het Marktwezen in diens schrijven d.d. 17 Juli 1939 voorge-
stelde plan tot verbetering van bedoelde verlichting, waarvan
de kosten op f 3.630,- worden geraamd, in normale omstandig-
heden geen bezwaar zou bestaan, te meer waar naar de meening
van den Directeur een redelijke kans bestaat, dat de meerdere
jaarlijksche kosten door de inkomsten ten gevolge van ver-
meerderden aanvoer van auto's en motorfietsen zullen worden
gedekt, rijst bij mij de vraag of er met het oog op de
heerschende bijzondere tijdsomstandigheden geen aanleiding
bestaat, de uitvoering van de hiervorengenoemde werkzaamheden
voorloopig uit te stellen.
Er mag n.l. eenige twijfel worden uitgesproken
of de door den Directeur in zijn schrijven van 17 Juli l.l.
gekoesterde verwachting omtrent toename van den aanvoer van
motorvoertuigen, door den inmiddels gewijzigden toestand in
vervulling zal gaan.
De Wethouder voor de Financiën,
wg. Rustige.
Aan den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen. In deze brief adviseert de wethouder van Financiën (F.M. Rustige) zijn collega van Levensmiddelen om een geplande investering in de publieke ruimte te heroverwegen. Het betreft een plan van de Directeur van het Marktwezen om voor 3.630 gulden de verlichting op de automarkt op het Amstelveld te verbeteren.
Hoewel de investering zichzelf onder normale omstandigheden zou terugverdienen door hogere marktinkomsten (stallen van voertuigen), adviseert de wethouder tot uitstel. De kern van zijn argumentatie ligt in de onzekerheid over de toekomst: hij betwijfelt of de handel in motorvoertuigen wel zal groeien gezien de "gewijzigden toestand". Dit is een ambtelijke en voorzichtige manier om de economische en maatschappelijke onrust aan te duiden die gepaard ging met het begin van de vijandelijkheden in Europa. De datum van de brief, 15 september 1939, is historisch zeer significant. Precies twee weken eerder, op 1 september 1939, was Duitsland Polen binnengevallen, wat het begin markeerde van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, had de regering de algehele mobilisatie al afgekondigd.
De "bijzondere tijdsomstandigheden" waar de wethouder naar verwijst, duiden op de directe gevolgen van deze oorlogsdreiging: de rantsoenering van benzine (die kort daarna officieel van kracht werd), de vrees voor materiaaltekorten en de algemene economische stagnatie. In een tijd waarin voertuigen gevorderd konden worden voor het leger en brandstof schaars werd, was de verwachting dat een automarkt zou groeien inderdaad onrealistisch. Het document illustreert hoe de naderende oorlog onmiddellijk invloed had op het dagelijks bestuur en de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam.