Handgeschreven ambtelijke notitie of kladverslag.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of kladverslag. (2.)
H. F. Ossendorp heeft momen-
teel een vaste plaats op de markt
Dapperstraat, alwaar ~~hij~~ het
~~artikel~~ versche visch verkoopt.
Hij maakt regelmatig van deze
plaats gebruik; op de Albert
Cuypstraat, waar hij geen plaats
heeft, ~~komt~~ komt hij nimmer.
~~Na een aan hem gerichte op-~~
~~roeping om te mijnen kantore~~
~~te hooren over zijn bak-~~
~~vergunning te spreken, heeft hij~~
~~geen gevolg gegeven.~~
Hij heeft een dezer dagen
te mijnen kantore verklaard,
dat hij geen gebruik meer
~~zal maken~~ zal maken
van zijne bakvergunning. De tekst betreft een rapportage over de bedrijfsactiviteiten van een zekere H.F. Ossendorp, een visboer in Amsterdam. De ambtenaar stelt vast dat Ossendorp een vaste standplaats heeft op de Dappermarkt waar hij verse vis verkoopt, maar dat hij geen gebruik maakt van de Albert Cuypmarkt (omdat hij daar geen standplaats heeft).
De kern van de notitie is de intrekking van een zogenaamde "bakvergunning" (een vergunning om vis ter plaatse te bakken). Uit de doorgehaalde passage blijkt dat Ossendorp aanvankelijk niet reageerde op een oproep om hierover te komen praten, maar de onderste alinea bevestigt dat hij uiteindelijk toch op het kantoor is verschenen om officieel afstand te doen van deze vergunning. Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit het archief van de Amsterdamse marktpolitie of de dienst Marktwezen, vermoedelijk uit het midden van de 20e eeuw (gelet op het handschrift en de gehanteerde spelling). De Dapperstraat en de Albert Cuypstraat zijn van oudsher de belangrijkste marktlocaties in Amsterdam. Dergelijke notities werden gebruikt om het dossier van vergunninghouders actueel te houden en om standplaatsen die niet of onjuist werden gebruikt, opnieuw te kunnen toewijzen. F. Ossendorp H.F. Ossendorp Marktwezen