Ambtelijke brief / rapportage van een marktopziener.
Origineel
Ambtelijke brief / rapportage van een marktopziener. 20 juni 1939. J. Renz, Marktopziener. Den Heer Inspecteur (vermoedelijk de Inspecteur der Markten). Dapperstraat
20 Juni 1939
Den Heer
Inspecteur
Dhr: H. v. Bennekom pl: n: 300 is een lastige plaats-
houder, aangezien hij nooit bij de aanvang
der markt aanwezig is, is hij toch door ons al-
tijd aan een plaats geholpen op het voor
zijn art: (sigaren) gunstig gedeelte, daar had
van Bennekom echter weer last van het visch-
bakken, en toen pl: n: 300 openkwam, verzocht
hij om die plaats waarvan hij sedert lang
wist dat zijn nieuwe buurman D. Polak pl: n: 298
een standwerker is, en heb ik van Bennekom er
ook nog op attent gemaakt. Ook heb ik nog met
D. Polak over die klacht gesproken en die ont-
kende dat hij hem overlast aandeed en kreeg
ik ook nog ten antwoord ,,als ik niet meer stand-
werken mag met mijn art: (scheerzeep enz: g) dan
kunt u mijn plaats wel intrekken want dan
zijn mijn verdienste te gering." M. i. is de klacht
overdreven, en ook kan Dhr: van Bennekom
inschrijven voor een plaats in de Dapperstraat,
waar hij veel rustiger staat, omdat daar
niet gestandwerkt mag worden –
Marktopz.
J. Renz * Kern van het geschil: De brief beschrijft een burenruzie op de Dappermarkt tussen een sigarenverkoper (Van Bennekom) en een standwerker (Polak). Van Bennekom klaagt over geluidsoverlast van zijn buurman, terwijl hij wist dat Polak een standwerker was toen hij deze plek aanvroeg.
* De klager (Van Bennekom): Wordt door de marktopziener getypeerd als "lastig". Hij komt vaak te laat, maar wordt desondanks gematst met goede plekken. Hij klaagde eerder over de geur van visbakken en nu over het lawaai van de standwerker.
* De beklaagde (Polak): Verkoopt scheerzeep en aanverwante artikelen. Hij stelt dat hij zijn brood niet kan verdienen zonder te "standwerken" (het met luide stem aanprijzen van waren). Hij dreigt zijn vergunning in te leveren als hem dit verboden wordt.
* Advies van de opziener: De opziener vindt de klacht overdreven ("M. i." staat voor mijns inziens). Hij suggereert Van Bennekom te laten inschrijven voor een gedeelte van de Dapperstraat waar een verbod op standwerken geldt, zodat de rust daar gegarandeerd is. Dit document biedt een interessant inkijkje in het dagelijks beheer van de Amsterdamse markten vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Dappermarkt was (en is) een drukke volksmarkt waar verschillende verkoopmethoden botsten.
Een "standwerker" was een specifiek fenomeen op de markt: iemand die met een ingestudeerde act en stemverheffing een publiek om zich heen verzamelde. Dit botste vaak met verkopers van "stille" luxe-artikelen zoals sigaren. De brief illustreert de bemiddelende rol van de marktopziener, die probeerde de commerciële belangen van verschillende types handelaren te balanceren binnen de gemeentelijke verordeningen. De vermelding van "vischbakken" herinnert aan de hygiënische en geur-uitdagingen van de toenmalige markten. D. Polak H. van Bennekom J. Renz