Officiële brief (doorslag of kopie).
Origineel
Officiële brief (doorslag of kopie). 19 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwesen, Amsterdam). Den Heer P.M. Donkers, 2e Jan Steenstraat 108 hs, Amsterdam-Zuid. [rechtsboven, handgeschreven:] heer. M. de Krau.
[midden boven, getypt:] vP/HG. [ernaast handgeschreven:] extra.
[links:] 25/184/2 M.
[rechts:] 19 October 1939.
[rechts:]
den Heer P.M. Donkers,
2e Jan Steenstraat 108 hs,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
[body:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 8 dezer bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek om U toe te staan alleen des Zaterdags Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te mogen bezetten, niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
[rechts:] De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat op 8 oktober 1939 werd ingediend door de heer P.M. Donkers. Donkers had gevraagd of hij zijn staanplaats op de Albert Cuypmarkt alleen op zaterdagen mocht gebruiken in plaats van de volledige week.
* Besluit: De gemeente (of de betreffende marktdienst) wijst dit verzoek af. Het woord "niet" is in de tekst onderstreept om de definitieve aard van de afwijzing te benadrukken.
* Toon: De toon is ambtelijk, kort en zakelijk, kenmerkend voor de bureaucratische correspondentie van die tijd.
* Formele kenmerken: De brief bevat administratieve codes (kenmerken en wijknummers) die duiden op een strak georganiseerd gemeentelijk archiefsysteem. * Historische periode: De brief dateert van oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er al grote economische en sociale onzekerheid.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt in Amsterdam is een van de belangrijkste dagmarkten van de stad. De geadresseerde woonde in de Tweede Jan Steenstraat, een straat die direct grenst aan de Albert Cuypstraat, wat betekent dat hij vrijwel om de hoek van zijn werkplek woonde.
* Marktreglementering: In die tijd (en vaak nog steeds) waren marktvergunningen gebonden aan strikte regels. Een vergunninghouder werd doorgaans geacht op alle marktdagen aanwezig te zijn om de continuïteit en het aanzien van de markt te waarborgen. Het enkel willen bezetten van een plek op de drukke zaterdag werd waarschijnlijk gezien als een ongewenste uitzondering die het marktbeleid zou kunnen ondermijnen.
* Handgeschreven notitie: De naam "heer M. de Krau" zou kunnen verwijzen naar een ambtenaar die de zaak behandelde of de persoon voor wie deze doorslag bestemd was.