Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 196
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk advies/notitie.

Origineel

Ambtelijk advies/notitie. Advies op No 25/200/ M 39.

Den Weled Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

In verband met bijgaand verzoek van J. van
Gelder, pl. 161 OC. diene het volgende:
De aanleiding tot dit verzoek spruit voort
uit een klein incident, dat beleefd is met den
zoon van van Gelder.
Van Gelder is wildhandelaar en maakt gebruik
van de hem verleende faciliteit om slechts één maal
per week zijn marktplaats te betrekken, nl. op Zater-
dagen.
Vóór eenige weken nam een ons onbekend jong-
mensch eigendunkelijk een plaats in op het
gedeelte, dat voor den wild- en gevogeltehandel is
bestemd. Dit geschiedde op een anderen dag als
Zaterdag.
Tegen plaatsaanwijzing bestond geen bezwaar,
mits marktgeld werd betaald, maar tegen
betaling bestond bezwaar door belanghebbende,
omdat hij meende, als zoon van v. Gelder diens
vaste plaats te kunnen innemen. Er werd echter f 0.35
betaald, dus was de zaak in orde.
Thans verzocht v. Gelder diens zoon op andere
dagen als Zaterdagen, als zijn plaatsvervanger Het document is een ambtelijke toelichting op een verzoek van een marktkoopman genaamd J. van Gelder (plaatsnummer 161). Van Gelder is een wildhandelaar die officieel alleen op zaterdagen zijn standplaats inneemt.

De kern van de zaak is een incident waarbij de zoon van Van Gelder op een andere dag dan de vergunde zaterdag "eigendunkelijk" (op eigen gezag) een plek innam op het marktterrein. Toen de marktmeesters hem om marktgeld vroegen, ontstond er een meningsverschil; de zoon meende dat hij recht had op de vaste plek van zijn vader zonder extra kosten. Uiteindelijk is er f 0,35 (35 cent) betaald, waarmee het incident voor dat moment was afgedaan.

Naar aanleiding van dit incident heeft Van Gelder nu een formeel verzoek ingediend om zijn zoon ook op andere dagen als zijn officiële plaatsvervanger te laten optreden. Dit document biedt een inkijkje in de strikte reglementering van de Nederlandse marktwezen-bureaucreatie in het verleden. Marktplaatsen waren gebonden aan specifieke sectoren (in dit geval de "wild- en gevogeltehandel") en specifieke dagen. Het incident toont aan dat toezichthouders scherp toezagen op zowel de bezetting van de plekken als de inning van de dagelijkse marktgeld-tarieven. Het bedrag van 35 cent wijst op een datering van vóór de grote inflatiegolven van de latere 20e eeuw.

Samenvatting

Het document is een ambtelijke toelichting op een verzoek van een marktkoopman genaamd J. van Gelder (plaatsnummer 161). Van Gelder is een wildhandelaar die officieel alleen op zaterdagen zijn standplaats inneemt.

De kern van de zaak is een incident waarbij de zoon van Van Gelder op een andere dag dan de vergunde zaterdag "eigendunkelijk" (op eigen gezag) een plek innam op het marktterrein. Toen de marktmeesters hem om marktgeld vroegen, ontstond er een meningsverschil; de zoon meende dat hij recht had op de vaste plek van zijn vader zonder extra kosten. Uiteindelijk is er f 0,35 (35 cent) betaald, waarmee het incident voor dat moment was afgedaan.

Naar aanleiding van dit incident heeft Van Gelder nu een formeel verzoek ingediend om zijn zoon ook op andere dagen als zijn officiële plaatsvervanger te laten optreden.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de strikte reglementering van de Nederlandse marktwezen-bureaucreatie in het verleden. Marktplaatsen waren gebonden aan specifieke sectoren (in dit geval de "wild- en gevogeltehandel") en specifieke dagen. Het incident toont aan dat toezichthouders scherp toezagen op zowel de bezetting van de plekken als de inning van de dagelijkse marktgeld-tarieven. Het bedrag van 35 cent wijst op een datering van vóór de grote inflatiegolven van de latere 20e eeuw.

Gerelateerde Documenten 3