Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 7 december 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer L. van Linda. [Rechtsboven, handgeschreven:]
2 ex. M. de Boer.
[Midden boven, handgeschreven:]
extra
[Linksboven, getypt:]
DV.
25/230/2 M.
[Rechtsboven, getypt:]
7 December 1939.
[Adressering, getypt:]
den Heer L. van Linda,
Ferdinand Bolstraat 84 II,
Amsterdam-Z.
Wijk 17.
[Inhoud, getypt met handgeschreven toevoeging:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 24 November 39.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Albert Cuypstraat
te laten bystaan - niet vervangen - door Uw zoon A.van Linda.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur, Dit document is een officiële vergunning of kennisgeving van de gemeente Amsterdam aan een marktkraamhouder, de heer L. van Linda. In de brief wordt toestemming verleend aan de heer Van Linda om zich op zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt te laten bijstaan door zijn zoon, A. van Linda.
Opvallend is de expliciete beperking: "niet vervangen". Dit houdt in dat de vergunninghouder (de vader) zelf aanwezig moet blijven op de markt; de zoon mag enkel helpen en niet de plek van zijn vader innemen als deze afwezig is. De term "tot wederopzegging" geeft aan dat de toestemming niet tijdelijk is, maar geldig blijft totdat de gemeente besluit deze in te trekken. De brief dateert van december 1939, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Albert Cuypstraat was op dat moment al een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De wijk (Amsterdam-Zuid/de Pijp) kende in die tijd een aanzienlijke Joodse populatie, en veel marktkraamhouders op de Albert Cuyp waren van Joodse afkomst.
Administratieve documenten zoals deze zijn van historisch belang omdat ze de strikte regulering van de Amsterdamse markten laten zien. Kort na de datum van dit schrijven, onder de Duitse bezetting, zouden dergelijke vergunningen voor Joodse marktlui stelselmatig worden ingetrokken als onderdeel van de anti-Joodse maatregelen, wat dergelijke persoonsnamen in archieven vaak een tragische lading geeft. De handgeschreven notitie "2 ex. M. de Boer" suggereert dat er kopieën zijn gemaakt voor een dossier of een specifieke ambtenaar.