Getypt afschrift van een officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Getypt afschrift van een officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 20 juni 1939. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam (ondertekend door Wethouder Koopman en Secretaris Van Lier). Afschrift.
Nº 27/52/3 M. 1039 2/3 / 6 AMSTERDAM, 20 Juni 1939.
AFD. L.M.
No. 443 (1939).
BIJLAGEN
[Stempel rechtsboven: Marktho. 174]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING
VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
[Handgeschreven aantekening links: Gezien ayp 23/6 39 dellan]
In antwoord op Uw schrijven van Mei j.l. deelen wij U mede, dat vrijstelling van betaling van marktgeld, op grond van het ontvangen van ondersteuning, ingaat bij den aanvang der kalenderweek, waarin de reden tot vrijstelling ontstaat en eindigt bij den aanvang der kalenderweek, waarin die reden ophoudt te bestaan.
U ontving volledige ondersteuning van Zaterdag 11 Februari tot en met Vrijdag 19 Mei j.l. Derhalve werd U van de betaling van marktgeld vrijgesteld voor de week van 5 tot en met 11 Februari j.l.; daarentegen moet U over de week van 14 tot en met 20 Mei op grond van bovenstaande regeling marktgeld betalen. Toen U in de week van 21 tot 27 Mei weer op de markt kwam, werd derhalve terecht over twee weken marktgeld van U gevraagd.
HD
/
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
(get.) Koopman. Weth.
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
Voor eensluidend afschrift
de Secretaris,
[Handgeschreven handtekening: Van Lier]
Aan den heer J.van Dijk,
Tollensstraat 86 II,
Alhier W.
Model G.A. 6
25.000--1--'39 Deze brief is een zakelijke mededeling van de gemeente Amsterdam aan een marktkoopman, de heer J. van Dijk. Het centrale onderwerp is een geschil over de betaling van marktgeld. De kern van het besluit is de interpretatie van de regels rondom vrijstelling:
1. Recht op vrijstelling: Wie "ondersteuning" (sociale bijstand) ontvangt, hoeft geen marktgeld te betalen.
2. Berekeningswijze: De vrijstelling geldt per volledige kalenderweek.
3. Conclusie: Omdat de ondersteuning van de heer Van Dijk op vrijdag 19 mei stopte, werd hij voor de volledige week van 14-20 mei weer betalingsplichtig geacht. De gemeente stelt dat de vordering van marktgeld over twee weken (de bewuste week en de daaropvolgende week dat hij weer op de markt stond) terecht was. De brief dateert uit de zomer van 1939, de laatste maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland verkeerde nog in de nasleep van de economische crisis van de jaren '30. "Ondersteuning" was de toenmalige vorm van bijstand voor werklozen of minvermogenden.
De Tollensstraat in Amsterdam-West ligt vlakbij de Ten Katemarkt; het is zeer aannemelijk dat de heer Van Dijk daar zijn standplaats had. Het document illustreert de strikte bureaucratische controle op sociale voorzieningen en gemeentelijke belastingen in die tijd: zelfs voor een marktkoopman in financiële moeilijkheden werden de regels rondom kalenderweken tot op de dag nauwkeurig toegepast. J. van Dijk Koopman en (Wethouder) L.M. Gemeente Amsterdam