Archief 745
Inventaris 745-281
Pagina 118
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijk rapport

20 november 1939 Van: Onbekend (vermoedelijk een marktmeester of opzichter) Aan: De Inspecteur van het Marktwezen

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijk rapport 20 november 1939 Onbekend (vermoedelijk een marktmeester of opzichter) De Inspecteur van het Marktwezen N° 27/132/1 M 1939 22/11

Aan den Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier

Wat het verzoek van D Hofman betreft diene het volgende. Hofman heeft bij schrijven No 20/50 M 10-10-1934 toestemming gekregen om zich af en toe te laten vervangen door zijn zoon, mits hij daarvan kennis gaf aan den betreffenden ambtenaar. Het resultaat was, dat Hofman zoogoed als nooit bij zijn stal was, en de ambtenaar nooit geen kennis van zijn afwezigheid kreeg. Meermalen heb ik hem hiervoor gewaarschuwd, echter steeds zonder succes.

Voor ± 4 weken geleden heb ik U verzocht, Hofman dit onduldbare voorrecht te ontnemen. Hofman heeft U toen gezegd, dat nu zijn zoon zelf een plaats gaat bezetten, het in de toekomst vanzelf afgelopen zou zijn met deze vervanging.

Nu komt Hofman met het verzoek om een compagnon te mogen hebben, daar hij onmogelijk alleen bij zijn stal kan blijven. (Maar zijn zoon kon dit wel.) Mij lijkt dit verzoek 1e het verkoopen van zijn marktplaats, want genoemde Wagenaar heb ik nog nooit als marktkoopman ontmoet, 2e vervallen wij weer in het oude doen, Wagenaar achter de stal, en Hofman op stap, zoogenaamd op zoek naar handel. Ik adviseer U dan ook, om het gevraagde niet toe te staan, en hem het recht van bovengenoemde toestemming te ontnemen.

20-11-1939
[Onleesbare handtekening] De kern van dit document is een negatief ambtelijk advies over de bedrijfsvoering van marktkoopman D. Hofman. De rapporteur schetst een beeld van jarenlang misbruik van verleende privileges. Hofman had sinds 1934 toestemming voor incidentele vervanging door zijn zoon, maar gebruikte dit als dekmantel om zelf structureel afwezig te zijn zonder de verplichte meldingen te doen.

Wanneer dit privilege onder druk komt te staan omdat de zoon een eigen marktplaats krijgt, probeert Hofman via een nieuwe constructie (een 'compagnon' genaamd Wagenaar) zijn afwezigheid te legitimeren. De ambtenaar doorziet dit als een poging tot het onofficieel verkopen van de standplaatsrechten of het voortzetten van de oude praktijk waarbij Hofman "op stap" is terwijl een ander de stal bemant. De toon van de brief is kordaat en adviserend: de maat is vol en de privileges moeten worden ingetrokken. Het document dateert van november 1939, een periode waarin de Nederlandse bureaucreatie en het marktwezen zeer strak gereguleerd waren. Standplaatsen op markten waren schaars en gebonden aan persoonlijke vergunningen om speculatie of illegale onderverhuur te voorkomen.

Deze brief geeft een inkijkje in de dagelijkse handhavingspraktijk van het Marktwezen in een Nederlandse gemeente (waarschijnlijk een grotere stad gezien de aanwezigheid van een 'Inspecteur'). Het toont de spanning tussen de marktkoopman, die probeert zijn handel zo flexibel mogelijk in te richten, en de overheid die streeft naar strikte naleving van de regels en persoonlijke aanwezigheid van de vergunninghouder. De opmerking over het "op zoek naar handel" suggereert dat Hofman wellicht eerder als tussenhandelaar of loper fungeerde dan als stationaire marktkoopman, wat strijdig was met de verleende standplaatsvergunning.

Samenvatting

De kern van dit document is een negatief ambtelijk advies over de bedrijfsvoering van marktkoopman D. Hofman. De rapporteur schetst een beeld van jarenlang misbruik van verleende privileges. Hofman had sinds 1934 toestemming voor incidentele vervanging door zijn zoon, maar gebruikte dit als dekmantel om zelf structureel afwezig te zijn zonder de verplichte meldingen te doen.

Wanneer dit privilege onder druk komt te staan omdat de zoon een eigen marktplaats krijgt, probeert Hofman via een nieuwe constructie (een 'compagnon' genaamd Wagenaar) zijn afwezigheid te legitimeren. De ambtenaar doorziet dit als een poging tot het onofficieel verkopen van de standplaatsrechten of het voortzetten van de oude praktijk waarbij Hofman "op stap" is terwijl een ander de stal bemant. De toon van de brief is kordaat en adviserend: de maat is vol en de privileges moeten worden ingetrokken.

Historische Context

Het document dateert van november 1939, een periode waarin de Nederlandse bureaucreatie en het marktwezen zeer strak gereguleerd waren. Standplaatsen op markten waren schaars en gebonden aan persoonlijke vergunningen om speculatie of illegale onderverhuur te voorkomen.

Deze brief geeft een inkijkje in de dagelijkse handhavingspraktijk van het Marktwezen in een Nederlandse gemeente (waarschijnlijk een grotere stad gezien de aanwezigheid van een 'Inspecteur'). Het toont de spanning tussen de marktkoopman, die probeert zijn handel zo flexibel mogelijk in te richten, en de overheid die streeft naar strikte naleving van de regels en persoonlijke aanwezigheid van de vergunninghouder. De opmerking over het "op zoek naar handel" suggereert dat Hofman wellicht eerder als tussenhandelaar of loper fungeerde dan als stationaire marktkoopman, wat strijdig was met de verleende standplaatsvergunning.

Gerelateerde Documenten 2