Archiefdocument
Origineel
21 november 1939 A. Arts, marktkoopman Een functionaris van de gemeente Amsterdam (geadresseerd als "Weled. Heer"), vermoedelijk de marktmeester of een inspecteur van de marktdienst. № 27/138/1 M. 1939 29/11
A'dam. 21-11-39. zie Insp.
Weled. Heer
Reeds 9 jaar lang marktkoopman zijnde, ben ik thans
door den oorlogstoestand in een moeilijke positie
komen te verkeeren. n.l. dat ik de stoffen voor mijn
artikel bijna niet meer krijgen kan en thans met
de markt alleen, de kost niet meer verdienen kan.
Nu heb ik het geluk gehad een betrekking te kunnen
aannemen van 5 dagen in de week 's Zaterdags kan
ik mijn standplaats wel innemen De betrekking is
echter slechts voor den duur der mobilisatie Neem ik deze
niet aan, kan ik de kost niet meer verdienen. Neem ik
haar wel aan, kan ik mijn standplaats niet meer
2x in de week innemen In deze moeilijke positie
richt ik thans een beleefd verzoek tot U om mij
van de verplichting mijn standplaats 2x in de week
in te nemen gedurende de mobilisatietijd te ontheffen
Hoogachtend
A Arts. In deze brief verzoekt marktkoopman A. Arts om een tijdelijke ontheffing van zijn aanwezigheidsplicht op de markt. Hij voert hiervoor een economische noodzaak aan: door de internationale politieke situatie zijn de stoffen die hij verhandelt nauwelijks meer leverbaar, waardoor zijn inkomsten uit de markt zijn weggevallen.
Arts heeft een tijdelijke baan gevonden voor de duur van de mobilisatie, maar deze baan beslaat vijf dagen per week. Hierdoor kan hij niet langer voldoen aan de verordening die hem verplicht zijn standplaats tweemaal per week in te nemen. Hij vraagt toestemming om alleen op zaterdag zijn standplaats te bezetten, zodat hij zijn neveninkomsten kan behouden zonder zijn marktvergunning te verliezen. De brief is geschreven tijdens de "Schemeroorlog" (Phoney War), de periode na de Duitse inval in Polen maar vóór de inval in Nederland. Hoewel Nederland nog neutraal was, was het leger sinds augustus 1939 gemobiliseerd. De oorlogsomstandigheden in Europa zorgden direct voor grote verstoringen in de handel en schaarste aan grondstoffen (zoals textiel), wat kleine zelfstandigen hard trof.
In de Amsterdamse marktverordeningen was strikt vastgelegd dat een koopman zijn standplaats persoonlijk en met een bepaalde frequentie moest bezetten op straffe van verval van de vergunning. Dit soort verzoekschriften illustreert hoe de mobilisatie en de naderende oorlogsdreiging het dagelijks leven en de lokale economie in 1939 al ontregelden. A. Arts Gemeente Amsterdam