Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum op een losse fiche.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum op een losse fiche. 24 november 1939. 27/127/11
M.i. bestaat tegen inwilliging
van het verzoek van A. Goldberg
geen bezwaar, doch hier dient te
worden opgemerkt dat bedoelde zoon
niet mag standwerken, hetwelk ik
reeds mondeling heb verboden.
Amsterdam 24-11 '39
[onleesbare handtekening/monogram] * Inhoud: De auteur van de notitie (waarschijnlijk een ambtenaar) adviseert positief over een verzoek van ene A. Goldberg. Er wordt echter een expliciete beperking opgelegd: de zoon van Goldberg mag niet als "standwerker" (een vorm van straathandel) werkzaam zijn. De auteur voegt toe dat hij dit verbod reeds mondeling heeft opgelegd, wat duidt op een eerdere confrontatie of afspraak.
* Stijl: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("M.i." voor Mijns inziens; "hetwelk"). Het handschrift is een vlot, geoefend cursief uit de eerste helft van de 20e eeuw.
* Kernbegrippen: inwilliging, verzoek, Goldberg, standwerken, mondeling verboden. Dit document stamt uit november 1939, een periode waarin de Nederlandse overheid de grip op de economische activiteiten van (met name buitenlandse) inwoners verstevigde. De naam "Goldberg" is van oudsher veelvoorkomend onder de Joodse bevolking. In 1939 bevonden zich veel Joodse vluchtelingen in Amsterdam die probeerden in hun levensonderhoud te voorzien, vaak via ambulante handel zoals standwerken. De autoriteiten reguleerden deze beroepen streng met vergunningsstelsels. Het document lijkt onderdeel te zijn van een dossier over werk- of verblijfsvergunningen, waarbij de overheid probeerde te voorkomen dat migranten of specifieke groepen zonder expliciete toestemming de arbeidsmarkt opgingen. A. Goldberg