Archief 745
Inventaris 745-289
Pagina 161
Dossier 23
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel afschrift van een gemeentelijke vergunning.

Gedateerd op 11 december 1939 (geadministreerd op 12/12-39).

Origineel

Officieel afschrift van een gemeentelijke vergunning. Gedateerd op 11 december 1939 (geadministreerd op 12/12-39). [Linksboven in stempel/handschrift]
No 39/328/2 M. 1939 13/12
No. 5/791 L.M. 1939.

[Rechtsboven handgeschreven/stempel]
Hr. Müller
Afschrift
Uitgeg. 12/12-39.

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gezien een adres van Levis Vreeland, geboren 7 Maart 1895, wonende Nieuwe Kerkstraat 17 I, waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener standplaats met een mand waarin een stellage ten verkoop van bloemen op den openbaren weg;
Geven adressant te kennen, dat hem, onder intrekking van de hem bij hun beschikking d.d. 30 November 1932, No. 5/580 L.M. verleende vergunning, tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een mand waarin een stellage ten verkoop van bloemen op den openbaren weg, de Ceintuurbaan, nabij de Tweede Van der Helststraat, tusschen de boomenrij, tegenover perceel Ceintuurbaan 352, om daarvan aanvangende te 9 uur v.m., dagelijks, uitgezonderd des Zondags, gebruik te maken gedurende de tijden, waarop het venten met genoemd artikel, volgens de Verordening op de Winkelsluiting, is toegestaan, en voorts onder de volgende voorwaarden:

a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken en zich bij den verkoop niet doen bijstaan;
c. noch op, noch nabij de aangewezen standplaats mogen banken, kisten, emmers water of andere voorwerpen worden geplaatst;
d. de vergunninghouder mag geen grootere oppervlakte gebruiken dan een van 1 M. bij 1/2 M.;
e. als brandstof voor de met vloeibare brandstof gevulde lampen mag geen benzine worden gebruikt, terwijl de naaldafsluiter, welke zich bevindt in de brandstofleiding tusschen het brandstofreservoir en de lichtbron, van een aanslag voor den open stand moet zijn voorzien;
f. de stellage met de daarin geplaatste bloemen mag niet hooger zijn dan 1.50 M.
g. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer, door deze noodig wordt geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming, terwijl alle overige aanwijzingen door haar te geven, stipt moeten worden nageleefd;
h. deze vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de loopende, c.q. voorafgaande week.

Deze vergunning zal dadelijk aan het bureau van de 2e afdeeling der 5e Politie-sectie en aan het hoofdkantoor van den Dienst van het Marktwezen moeten worden vertoond en niet van kracht zijn, wanneer niet tevens wordt vertoond een kwitantie, waaruit blijkt, dat het standplaatsgeld over de loopende week is betaald.
W.Z.
L e g e s f. 1.-
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris,
[Handtekening: Van Lier]

Amsterdam, 11 December 1939.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
(get.) [Handtekening: Hoffmann] [Toevoeging: Weth.]
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. Dit document is een formele toewijzing van een staanplaats voor een straatverkoper. Het bevat zeer specifieke restricties die tekenend zijn voor de strikte gemeentelijke regulering van de openbare ruimte in Amsterdam vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Opmerkelijk zijn de beperkingen in omvang (slechts 1 bij 0,5 meter) en het verbod op hulpmiddelen zoals krukjes of emmers water op de straat (punt c). De vergunning is strikt persoonsgebonden; de houder mag zich niet laten helpen (punt b). De genoemde locatie (Ceintuurbaan 352) bevindt zich in de Pijp, een levendige volksbuurt. Het document dient tevens als betalingsbewijs voor de leges van één gulden. De datum, december 1939, plaatst dit document in de periode van de mobilisatie in Nederland, enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Voor de persoon in kwestie, Levis Vreeland, was dit waarschijnlijk een cruciale vergunning om in zijn levensonderhoud te voorzien. Uit historisch onderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Levis Vreeland een Joodse Amsterdammer was die de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document vormt daarmee een aangrijpend bewijs van zijn dagelijks leven en werkzaamheden als bloemenverkoper in Amsterdam, kort voordat de bezetting zijn leven en dat van zijn gemeenschap zou verwoesten.

Samenvatting

Dit document is een formele toewijzing van een staanplaats voor een straatverkoper. Het bevat zeer specifieke restricties die tekenend zijn voor de strikte gemeentelijke regulering van de openbare ruimte in Amsterdam vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Opmerkelijk zijn de beperkingen in omvang (slechts 1 bij 0,5 meter) en het verbod op hulpmiddelen zoals krukjes of emmers water op de straat (punt c). De vergunning is strikt persoonsgebonden; de houder mag zich niet laten helpen (punt b). De genoemde locatie (Ceintuurbaan 352) bevindt zich in de Pijp, een levendige volksbuurt. Het document dient tevens als betalingsbewijs voor de leges van één gulden.

Historische Context

De datum, december 1939, plaatst dit document in de periode van de mobilisatie in Nederland, enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Voor de persoon in kwestie, Levis Vreeland, was dit waarschijnlijk een cruciale vergunning om in zijn levensonderhoud te voorzien. Uit historisch onderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Levis Vreeland een Joodse Amsterdammer was die de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document vormt daarmee een aangrijpend bewijs van zijn dagelijks leven en werkzaamheden als bloemenverkoper in Amsterdam, kort voordat de bezetting zijn leven en dat van zijn gemeenschap zou verwoesten.

Gerelateerde Documenten 6