Getypte pagina uit een verslag of notulen van een vergadering.
Origineel
Getypte pagina uit een verslag of notulen van een vergadering. - 9 -
De heer Dinkgreve is van oordeel, dat wanneer de veiling ineens van buiten grooten aanvoer krijgt, de prijs verstoord wordt. Wanneer producenten hun producten hier brengen, heeft men den gewonen gang van zaken, doch de veiling brengt soms ineens groote hoeveelheden van een bepaald product ter markt, waardoor de duurgekochte waren ineens in prijs omlaag moeten. Alles wat elders onverkoopbaar is, komt hier ter markt.
De heer Barends betoogt, dat die plotselinge massa-zendingen van buiten het prijspeil natuurlijk beinvloeden.
De heer Dinkgreve wijst er op, dat de Christelijke Tuindersbond eerst alleen, en te vroeg, een antwoord heeft gegeven. Het juiste antwoord van dien Bond is het antwoord, dat tezamen met den R.K. Bond is ingezonden.
De heer Seegers wijst er op, dat men een concreete vraag beantwoorden moest. De antwoorden daarop zijn duidelijk maar eenvoudig. Wanneer aan spreker de vraag gesteld wordt, welk systeem het best is voor de voedselvoorziening, zou hij zeggen: de veiling. Die vraag is echter niet gesteld. De grossiers meenen nu, dat, wanneer de kleinhandelsveiling verdwijnt, er een gezondere toestand ontstaat. Die opvatting is echter onjuist, omdat dit uit de ontwikkeling blijkt. Spreker vraagt zich af, waarom de veiling zich een plaats kon veroveren. Het antwoord moet dan zijn, dat de grossiers door hun wijze van zaken doen de behoefte aan de veiling deden ontstaan. Wanneer de kleinhandelsveiling verdwijnt, dan komt daarvoor niets in de plaats, en de toezegging van de grossiers, dat zij wel zullen zorgen voor een voldoenden aanvoer, is, uit een oogpunt van algemeen belang, een tè onzeker compas. Daarom moet de veiling gehandhaafd blijven. Wanneer die van de markt zou verdwijnen, ontstaat er een nieuwe veiling in de De tekst bevat een discussie over het economische belang en de houdbaarheid van het veilingsysteem in de tuinbouwsector.
- Prijsstabiliteit: De heren Dinkgreve en Barends uiten hun zorgen over de marktverstoring die optreedt wanneer er onverwacht grote hoeveelheden producten van buitenaf worden aangevoerd. Dit leidt tot prijsdalingen die nadelig zijn voor degenen die hun waar al duur hebben ingekocht.
- Organisatie: Er wordt gerefereerd aan de politieke/religieuze zuilen van die tijd door de vermelding van de samenwerking tussen de Christelijke en de Rooms-Katholieke Tuindersbond.
- Het belang van de veiling: De heer Seegers voert een krachtig pleidooi voor het behoud van de kleinhandelsveiling. Hij stelt dat de veiling juist is ontstaan als reactie op de gebrekkige werkwijze van de grossiers (groothandelaren). Volgens hem is de belofte van grossiers om voor voldoende aanvoer te zorgen onvoldoende garantie voor het algemeen belang. Hij ziet de veiling als het beste systeem voor de voedselvoorziening. Dit document stamt waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw (gezien de spelling en de sterke nadruk op de verzuilde bonden). Het raakt aan een kernpunt in de Nederlandse agrarische geschiedenis: de strijd tussen de vrije handel via grossiers en de collectieve verkoop via veilingen. Veilingen boden tuinders meer macht en een transparantere prijsvorming tegenover de machtige groothandel. De discussie over de "kleinhandelsveiling" duidt op de specifieke rol van veilingen voor de binnenlandse markt en de dagelijkse voedselvoorziening. Barends betoogt (De heer) Dinkgreve (De heer) Dinkgreve is (De heer) Dinkgreve wijst (De heer) R.K. Bond Seegers voert (De heer) Seegers wijst (De heer)