Getypt verslag van een vergadering of beraadslaging.
Origineel
Getypt verslag van een vergadering of beraadslaging. - 10 -
randgemeenten. Het geld daarvoor is al reeds bij elkaar en het is niet in het belang van de stad. Natuurlijk is het mogelijk die fouten van de veiling, die voor groot- en kleinhandel bezwaarlijk zijn, op te heffen.
De heer Kramer heeft van den heer Van Es niet vernomen, in hoeverre de veiling een onmisbare schakel in de keten van het distributieproces is. Naar sprekers meening is die keten reeds veel te lang. Er zijn kooplieden te over en er is een overvloed van aanvoer. De handel beschikt bovendien over prima transportmiddelen. De veiling kan zich hier ter stede alleen met overheidshulp staande houden. Indertijd bij het oprichten van de veiling van De Jong en Koene heeft de heer Josephus Jitta al gezegd, dat het zonder overheidshulp niet ging. Indien de handelaren wisten, wat de veiling op het oogenblik aan de Gemeente betaalt, zouden zij beter kunnen oordeelen. In ieder geval heeft de veiling toch den moreelen steun van de Overheid.
De heer Van den Burg wijst er op, dat de heer Seegers betoogd heeft geen waarde te hechten aan de verzekering van den groothandel, dat wanneer de veiling verdwenen was, er voldoende aanvoer zou zijn. Spreker kan verklaren, dat de consument dan geen aardappel of geen struik andijvie tekort zou komen. De groothandel heeft overigens ter zake aan den Wethouder geen beloften gedaan. De markt is ruim voorzien. Men mag er wel eens aan denken, dat de groothandel nog niet zoo lang geleden voor een wintervoorraad van 50.000 Hl. zorgde, geheel belangeloos. Het contract, dat de veiling met het Gemeentebestuur heeft, is jammer genoeg aan den handel niet bekend. Spreker zegt tegen de vertegenwoordigers van den Marktbond "Mercurius" en van den Algemeenen Ventersbond dat, wanneer er morgen op het Waterloo- * Kern van het debat: De tekst weerspiegelt een conflict tussen de traditionele groothandel en de opkomende (of door de overheid gesteunde) veilingstructuur. Critici zoals de heren Kramer en Van den Burg betogen dat de veiling een overbodige schakel is die de distributieketen onnodig verlengt en alleen door kunstmatige overheidssteun kan overleven.
* Belanghebbenden:
* De Veiling (o.a. De Jong en Koene): Wordt gepresenteerd als een instituut dat afhankelijk is van de gemeente.
* De Groothandel: Wordt verdedigd als een efficiënte partij die zelfstandig voor de voedselvoorziening (zoals aardappelen en andijvie) kan zorgen.
* De Overheid/Gemeente: Wordt bekritiseerd vanwege een gebrek aan transparantie over contracten en financiële steun.
* Belangenorganisaties: Genoemd worden de Marktbond "Mercurius" en de "Algemeene Ventersbond", wat duidt op de betrokkenheid van de beroepsgroepen van marktkooplieden en straatverkopers.
* Stijl: Formeel, zakelijk verslagleggend. Er is sprake van indirecte rede ("Spreker kan verklaren..."). Dit document stamt uit een periode waarin de voedseldistributie in grote steden (met name Amsterdam) aan grote veranderingen onderhevig was. De vermelding van Nicolaas Josephus Jitta (1893-1943), die wethouder was in Amsterdam, plaatst de tekst in de context van het Amsterdamse gemeentebeleid.
In deze tijd probeerde de overheid de markt te rationaliseren via centrale markt- en veilingsystemen, wat vaak op weerstand stuitte van de gevestigde handel die vreesde voor hun marges en onafhankelijkheid. De discussie over de "wintervoorraad van 50.000 Hl" (hectoliter) verwijst naar de cruciale rol van de groothandel in de voedselzekerheid van de stad vóór de grootschalige introductie van veilingen. De afgebroken zin aan het eind wijst naar het Waterlooplein, een historisch centrum voor handel en markten in Amsterdam.