Afschrift van een brief.
Origineel
Afschrift van een brief. 7 januari 1939. A. v. Smeerdijk (gevestigd aan de Joos de Moorstraat 29, Amsterdam-West). De Weledel Zeergeleerde Heer (waarschijnlijk de Wethouder belast met de Centrale Markt). No.64/2/1 M. 1939 AFSCHRIFT.
No.84 L.M.1939
/
Amsterdam, 7 Januari 1939.
Weled. Zeergel. Heer.
Ondergeteekende A.v.Smeerdijk,
Joos de Moorstraat 29 huis
Amsterdam-West.
wil het navolgende beleefd onder Uwe aandacht brengen. Ik was huurder van een der pakhuizen op pier E Centrale Markt. Door zeer ernstige achteruitgang in zaken, geheel zonder mijn schuld, was ik helaas genoodzaakt door finantieele uitputting mijn huur te beëindigen voor het contract afgeloopen was, zijnde één maand en wel de Decembermaand.
Ik had vroegtijdig Marktwezen op de hoogte gebracht, dat ik niet in staat was aan mijn verplichting te voldoen en ik ook zorg heb gedragen dat het pakhuis vóór 1 December door mij was ontruimd en de sleutel aan Marktwezen afgegeven. Nu heb ik een vriendelijk verzoek aan den Directeur Dr.v.d.Laan gericht mij in dit geval ontheffing te willen verleenen der maand December, als zijnde ik in de onmogelijkheid deze maand-huur te kunnen betalen. Helaas werd mij bericht dat mijn verzoek niet voor inwilliging vatbaar was.
Thans wend ik mij tot UED. een beroep doend op Uw aan UED. gericht beleefd doch vriendelijk verzoek mij toch in deze benarde tijdsomstandigheden eenigszins tegemoet te komen. Nimmer ben ik aan Marktwezen iets schuldig gebleven (was sinds de opening der Centrale Markt huurder) Altijd prompt aan mijn verplichtingen voldaan.
Daarom geachte Heer Wethouder vraag ik U zeer beleefd alsnog te willen overwegen dat Dr.v.d.Laan mij wel deze laatste maand vrij van betalen geeft. Ik verkeer in zoo'n slechte fin.positie, dat ik werkelijk dit niet kan betalen.
Zeer geachte Heer, ik hoop, U dit voldoende toegelicht te hebben en beveel mij beleefd in Uw gunst aan.
Met den aan U verschuldigde Hoogachting,
Uw dw.dn.
w.g.A.v.Smeerdijk.
Joos de Moorstraat 29 huis
Amsterdam-West. In deze brief verzoekt A. v. Smeerdijk, een voormalig huurder van een pakhuis aan de Centrale Markt in Amsterdam, om kwijtschelding van de huur over de maand december 1938. De schrijver voert aan dat zijn zaken, buiten zijn schuld om, ernstig zijn achteruitgegaan, wat heeft geleid tot "finantieele uitputting".
De tekst is een formeel afschrift van het oorspronkelijke verzoek (aangeduid door "w.g.", wat staat voor 'was getekend'). De schrijver benadrukt zijn goede staat van dienst: hij was huurder sinds de opening van de markt en heeft altijd netjes betaald. Nadat een eerder verzoek aan de directeur van het Marktwezen (Dr. v.d. Laan) werd afgewezen, richt de afzender zich nu direct tot de Wethouder in de hoop op clementie vanwege de "benarde tijdsomstandigheden".
De toon van de brief is uiterst nederig en beleefd, wat kenmerkend is voor de formele correspondentie met de overheid in die tijd. De brief dateert van januari 1939, een periode waarin de gevolgen van de economische crisis van de jaren '30 nog steeds voelbaar waren in Nederland. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, zijn de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 werden geopend om de handel in levensmiddelen te centraliseren.
De afzender woonde in de Joos de Moorstraat, een straat in de buurt van de markthallen, wat suggereert dat het hier ging om een lokale kleine ondernemer of handelaar. De verwijzing naar Dr. v.d. Laan betreft de toenmalige directeur van het Amsterdamse Marktwezen. Dit document biedt een inkijkje in de persoonlijke tragedies achter de economische statistieken van de late jaren dertig, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Marktwezen