Handgeschreven brief (mogelijk een verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (mogelijk een verzoekschrift). 9 oktober 1939. [Stempel:] Nº 64/53/1 [Stempel:] M. 1939
[Potloodaantekening:] n.v. Th. Boverie (?)
Amsterdam 9 Oct: 1939
12/10
Mijnheer,!
Naar aanleiding van de
verplichtingen, welke ik ben aange-
gaan, zie ik mij genoodzaakt,
door de omstandigheden gedwongen,
mij tot U te richten
Ik heb al het mogelijke
gedaan op mij staande te houden
Maar nu dat er geen
bananen, ingevoerd worden en
ik ± ƒ 200.= in de laatste vijf
weken te kort ben gekomen
Welke mijn handelsgeld
uitmaakte en nu niets meer bezit
om mij handel te verschaffen,
ben ik genoodzaakt, om U onthef-
hing te verzoeken of mij in de
mogelijkheid te stellen na de
[Einde van de pagina] De schrijver van deze brief, waarschijnlijk een kleine handelaar of marktkoopman in Amsterdam, richt zich tot een onbekende instantie (mogelijk een overheidsorgaan of een handelscommissie) met een noodkreet.
De kern van het probleem is dat de import van bananen is stilgevallen. Hierdoor heeft de schrijver in vijf weken tijd ongeveer 200 gulden verloren – een aanzienlijk bedrag in 1939. Dit bedrag vormde het volledige "handelsgeld" (werkkapitaal), waardoor de schrijver nu geen middelen meer heeft om nieuwe handel in te kopen of aan financiële verplichtingen te voldoen. De brief eindigt (op deze pagina) met een verzoek om "ontheffing" of een andere vorm van steun.
De toon is formeel en respectvol, maar getuigt van grote persoonlijke en financiële nood. De datum van de brief, 9 oktober 1939, is cruciaal voor het begrijpen van de situatie. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog een maand eerder (1 september 1939) uitgebroken.
De internationale handel en scheepvaart werden onmiddellijk ontregeld door de oorlogsdreiging op zee (onderzeeboten) en Britse blokkades. Bananen, die volledig afhankelijk waren van import uit verre streken, waren een van de eerste producten die schaars werden of waarvan de aanvoer volledig stopte.
Het stempel "M. 1939" verwijst vermoedelijk naar de Mobilisatie-periode. Deze brief is een direct bewijs van de economische ontberingen die de gewone burger en kleine ondernemer in Nederland al ondervonden aan het begin van de oorlog, nog voordat de Duitse inval in mei 1940 plaatsvond.