Getypte brief (doorslag of officieel afschrift), blad 2 van een meerdelig stuk.
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift), blad 2 van een meerdelig stuk. 26 april 1939 (gegeven de verwijzing naar een brief uit 1936 en de vermelding "9" in de datumregel). Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst (refererend aan dossier 70/1/7). 2
70/1/7
Amsterdam.
26 April 9
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen
Ik merk tenslotte nog op, dat de door my reeds eerder als minimum genoemde huurprys van ƒ 0,50 voor industrieterrein wel zeer aan den lagen kant is. Reeds thans zou, naar my gebleken is, terrein te verhuren zyn voor byvoorbeeld autoslooperyen tegen ƒ 1,- per m2. Dergelyke bedryven komen echter, met het oog op hun rommelig aanzien, niet in de eerste plaats in aanmerking. Daarentegen is een huurprys als sportterrein van 5 cent per m2 - zooals aangeboden door de Sportvereeniging "N.A.O." - aan den hoogen kant. De Gemeente verhuurt thans, naar my by informatie is gebleken, sportterreinen tegen huurpryzen, welke liggen tusschen 2½ en 4 cent per m2, al naar gelang het betreft weiland dan wel terreinen, die eenige bewerking hebben ondergaan om ze als sportterrein geschikt te maken.
Op grond van het bovenstaande meen ik, dat zoo lang niet vast staat, dat de terreinen niet binnen afzienbaren tyd voor industriedoeleinden zullen zyn te verhuren, ten zeerste moet worden ontraden door verhuur van terrein aan de Sportvereeniging "N.A.O." een precedent te scheppen, waardoor verwacht moet worden, dat binnen korten tyd, ten nadeele van de exploitatierekening der Centrale Markt, de beschikbare reserveterreinen grootendeels met sportvelden zullen zyn bezet.
De ervaring leert (vide den aan U gerichten brief No.12/111 P.W.1935 d.d. 6 Januari 1936 van Uw Ambtgenoot voor de Publieke Werken) dat het ondanks contractueele bepalingen, moeilyk is sportvelden te doen ontruimen, wanneer daarop eenmaal clubgebouwtjes gesticht zyn. Ook de vereeniging "N.A.O." wenscht een dergelyk gebouwtje op het terrein te stichten. Wanneer zy zich bereid verklaart een zeer korten opzegtermyn te accepteeren - aanvankelyk stelde de voorzitter de voorwaarde dat, in geval van opzegging binnen een nader te bepalen tyd, de Gemeente de vereeniging in de kosten van vestiging elders belangryk zou tegemoet komen - dan speculeert zy erop, dat de Gemeente van haar opzeggingsrecht geen gebruik zal maken, dan wel zich moreel gebonden zal voelen haar, onverplicht, aan ander terrein te helpen en * Zakelijke inhoud: De schrijver adviseert de wethouder negatief over het verhuren van gemeentegrond aan sportvereniging "N.A.O.". De kern van het argument is financieel en strategisch: de grond brengt als industriegebied veel meer op (ƒ 0,50 tot ƒ 1,00 per m2) dan als sportveld (slechts enkele centen). Daarnaast vreest men dat tijdelijke verhuur aan een sportclub in de praktijk permanent wordt zodra er gebouwen worden neergezet, wat toekomstige uitbreiding van de Centrale Markt zou belemmeren.
* Financiële vergelijking: Er wordt een interessant tijdsbeeld gegeven van grondprijzen: industriegrond doet ƒ 0,50 - ƒ 1,00, terwijl sportvelden tussen de 2,5 en 5 cent per m2 kosten.
* Bestuurlijke toon: De toon is formeel en waarschuwend. Er wordt gewezen op "speculatie" door de sportvereniging, die zou hopen op morele chantage richting de gemeente als zij eenmaal op het terrein gevestigd zijn.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen geldende spelling (vóór de hervorming van 1947), gekenmerkt door het gebruik van de 'y' (prys, zyn, by), de verbuigings-'n' (den lagen kant, den hoogen kant) en woorden als 'zooals'. Dit document stamt uit het Amsterdam van eind jaren '30, een periode waarin de stad sterk uitbreidde en de druk op de beschikbare ruimte rondom de Centrale Markthallen (geopend in 1934 in Amsterdam-West) toenam. De Centrale Markt was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. De wethouder voor de Levensmiddelen hield toezicht op dit gebied. Het spanningsveld tussen maatschappelijke doelen (sportverenigingen voor de groeiende bevolking) en economische belangen (industriële expansie en marktinkomsten) is in dit schrijven duidelijk zichtbaar. De vrees voor "clubgebouwtjes" als blokkade voor herontwikkeling is een klassiek ruimtelijk-ordeningsvraagstuk van die tijd.