Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 128
Dossier 55
Jaar 1939
Stadsarchief

Brief / Verzoekschrift

9 mei 1939 Van: H. Tolsma, Henriette Ronnerstraat 1 I, Amsterdam-Zuid Aan: Burgemeester en Wethouders van Amsterdam

Origineel

Brief / Verzoekschrift 9 mei 1939 H. Tolsma, Henriette Ronnerstraat 1 I, Amsterdam-Zuid Burgemeester en Wethouders van Amsterdam No.==72/64/1 M. 1939 10/2.
No. 66/22 L.M. 1939

Amsterdam, 9 Mei 1939.

Aan Burgemeester en Wethouders
van Amsterdam.

Mijne Heeren,

Ondergeteekende houder ventvergunning no. 23-47, petroleum Zuid, vraagt met deze weder voor verlenging van bijstand bij het venten, om te worden bijgestaan door zijn vrouw J.Tolsma-Wiersma.

Hopende op spoedig antwoord teeken ik,

H.Tolsma,

Henriette Ronnerstraat 1 I,
Amsterdam - Zuid - Deze brief is een formeel verzoek van H. Tolsma aan het Amsterdamse gemeentebestuur. De afzender is in het bezit van een ventvergunning (nummer 23-47) voor de handel in petroleum in het stadsdeel Zuid. Het verzoek betreft de verlenging van de toestemming om geassisteerd te worden door zijn echtgenote, J. Tolsma-Wiersma, tijdens zijn werkzaamheden.

Het taalgebruik is typisch voor de periode: formeel en gebruikmakend van de toen geldende spelling (bijv. "Mijne Heeren", "ondergeteekende", "teeken"). De brief is zakelijk en direct. De aanwezigheid van archiefstempels of handgeschreven nummers bovenaan duidt op een correcte administratieve verwerking door de gemeente. Het document dateert van mei 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was het venten van petroleum langs de deuren een veelvoorkomend beroep, aangezien veel huishoudens nog afhankelijk waren van petroleumstellen voor koken en verwarming.

Dergelijke vergunningen waren streng gereguleerd door de gemeente. Het feit dat er expliciet toestemming gevraagd moest worden voor 'bijstand' door een echtgenote, wijst op de strikte controle op de arbeidsmarkt en de uitoefening van straathandel in die tijd. De Henriette Ronnerstraat in Amsterdam-Zuid, waar de afzender woonde, was in die tijd een relatief nieuwe wijk (onderdeel van Plan Zuid).

Samenvatting

Deze brief is een formeel verzoek van H. Tolsma aan het Amsterdamse gemeentebestuur. De afzender is in het bezit van een ventvergunning (nummer 23-47) voor de handel in petroleum in het stadsdeel Zuid. Het verzoek betreft de verlenging van de toestemming om geassisteerd te worden door zijn echtgenote, J. Tolsma-Wiersma, tijdens zijn werkzaamheden.

Het taalgebruik is typisch voor de periode: formeel en gebruikmakend van de toen geldende spelling (bijv. "Mijne Heeren", "ondergeteekende", "teeken"). De brief is zakelijk en direct. De aanwezigheid van archiefstempels of handgeschreven nummers bovenaan duidt op een correcte administratieve verwerking door de gemeente.

Historische Context

Het document dateert van mei 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was het venten van petroleum langs de deuren een veelvoorkomend beroep, aangezien veel huishoudens nog afhankelijk waren van petroleumstellen voor koken en verwarming.

Dergelijke vergunningen waren streng gereguleerd door de gemeente. Het feit dat er expliciet toestemming gevraagd moest worden voor 'bijstand' door een echtgenote, wijst op de strikte controle op de arbeidsmarkt en de uitoefening van straathandel in die tijd. De Henriette Ronnerstraat in Amsterdam-Zuid, waar de afzender woonde, was in die tijd een relatief nieuwe wijk (onderdeel van Plan Zuid).

Gerelateerde Documenten 1