Ambtelijk advies / brief.
Origineel
Ambtelijk advies / brief. 9 februari 1925 (de '5' rechtsboven duidt waarschijnlijk op het jaar 1925 in de context van deze reeks documenten). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). 1 9 Februari 5
76/12 den Heer Weth.v.d.Levensmiddelen
Amsterdam.
gelden a fortiori nu het om vestiging van een algemeene
dagmarkt gaat, Het lykt my dienstig deze gronden hier
andermaal uiteen te zetten.
De instelling der Zaterdagsmarkt aan de Jan Evert-
senstraat heeft haar oorsprong gevonden in het feit, dat
des Zaterdags ( en niet op de overige werkdagen ) aldaar
verscheidene venters met levensmiddelen en bloemen plach-
ten tesamen te komen. Werd hier thans een groote algemeene
dagmarkt gevestigd, dan zou dit ongetwyfeld ernstige pro-
testen van den winkelstand uitlokken. Er bestaat m.i. te
minder aanleiding dit te veroorzaken, nu in de Jan Evert-
senstraat op de eerste 5 werkdagen der week slechts wei-
nig venters regelmatig plegen te vertoeven; waaruit mag
worden geconcludeerd, dat er weinig aandrang by de straat-
kooplieden bestaat, om aldaar een dagmarkt te vestigen.
Hierby komt nog, dat de Marktkoopliedenbond "Mer-
curius" ten sterkste tegen uitbreiding der markten gekant
is. Deze bond gaat uit van de overweging, dat elke uit-
breiding van markten tot vermeerdering van het aantal
marktkooplieden leidt; waardoor de concurrentie voor
dezen wordt verzwaard.
Het onderhavige voorstel is dan ook noch in het
belang der winkeliers, noch in dat der marktkooplieden
zelve te achten, weshalve ik de eer heb U te adviseeren,
wel te willen bevorderen, dat dit verzoek zal worden
afgewezen.
De Directeur, Dit document is een getypt ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder van Levensmiddelen. De kern van de tekst is een krachtig negatief advies over het voorstel om de bestaande zaterdagsmarkt in de Jan Evertsenstraat uit te breiden tot een dagelijkse algemene markt.
De directeur voert drie hoofdargumenten aan voor afwijzing:
1. Belangen van de vaste winkelstand: De directeur voorziet "ernstige protesten" van winkeliers in de straat als er een dagelijkse markt komt, die als directe concurrentie wordt gezien.
2. Gebrek aan animo bij kooplui: Omdat er op doordeweekse dagen momenteel nauwelijks venters in de straat staan, concludeert de directeur dat er vanuit de straatkooplieden zelf geen behoefte is aan een dagmarkt.
3. Protectionisme vanuit de sector: Opvallend is dat de Marktkoopliedenbond "Mercurius" zelf tegen uitbreiding is. Zij willen het aantal marktkooplieden beperken om de concurrentie voor de reeds gevestigde leden niet te vergroten.
De schrijfstijl is formeel en gezaghebbend, gebruikmakend van archaïsche spelling (bijv. "algemeene", "lykt", "tesamen") en bestuurlijk jargon ("a fortiori", "m.i." [mijns inziens], "weshalve"). De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West ontwikkelde zich in de jaren '20 tot een belangrijke winkelstraat. Dit document illustreert de historische spanning tussen de ambulante handel (marktkramen en venters) en de vaste winkelstand. De lokale overheid moest hierin laveren tussen de roep om goedkope levensmiddelen voor de groeiende bevolking en de economische belangen van gevestigde winkeliers die belasting en huur betaalden.
De Marktkoopliedenbond "Mercurius", opgericht in het begin van de 20e eeuw, speelde een grote rol in de regulering van de Amsterdamse markten. Hun hier getoonde standpunt tegen uitbreiding is een klassiek voorbeeld van het beschermen van de eigen marktpositie tegen nieuwkomers.