Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 120
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief / Voorstel.

22 juli 1937. Van: De Directeur (van de Centrale Markt). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

Ambtelijke brief / Voorstel. 22 juli 1937. De Directeur (van de Centrale Markt). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). VP/G.
extra

77/53/4 M.
22 Juli 1937.

Voorstel om aan G.Oudhof Sr.
den toegang tot de Centrale
Markt te ontzeggen.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat G.Oudhof Sr. op wien laatstelyk betrekking had het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 3 Juli 1936 (No.746 L.M.1935), zich blykens het in bylage hierby overgelegde rapport heden ander-maal op de Centrale Markt aan diefstal heeft schuldig gemaakt. Terzake is proces-verbaal opgemaakt. Oudhof staat by uitstek ongunstig bekend; nog dezer dagen kwam een anonieme brief by myn dienst in, waarin hy ervan wordt beschuldigd, by herha-ling diefstal op de markt te plegen. Ik acht het dan ook een marktbelang, dat deze recidivist voorgoed van de Centrale Markt wordt geweerd, weshalve ik de eer heb U beleefd te ver-zoeken wel te willen bevorderen, dat hy, ingevolge het be-paalde in artikel 35 lid 2 van het Reglement op de Centrale Markt, door Burgemeester en Wethouders wordt gestraft met ont-neming van het recht van toegang tot die markt voorgoed, zulks met ingang van 5 Augustus a.s. Tot aan dien datum is hem door my de toegang tot voornoemde markt ontzegd, ingevolge artikel 35 lid 1 van vorenaangehaald Reglement.

De Directeur, In deze brief rapporteert de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam een herhaaldelijk geval van diefstal door een zekere G. Oudhof Sr. De kern van het document is een verzoek aan het College van Burgemeester en Wethouders (via de wethouder van Levensmiddelen) om deze persoon permanent de toegang tot de markt te ontzeggen.

De directeur onderbouwt zijn verzoek met de volgende punten:
1. Recidive: Oudhof was al eerder (in 1936) onderwerp van een officieel besluit. Hij is "heden andermaal" op diefstal betrapt.
2. Slechte reputatie: Hij staat "bij uitstek ongunstig bekend" en er is zelfs een anonieme klacht over hem binnengekomen.
3. Wettelijke basis: De directeur verwijst specifiek naar het Reglement op de Centrale Markt. Hij heeft zelf al direct actie ondernomen op basis van artikel 35 lid 1 (tijdelijke ontzegging tot 5 augustus), maar verzoekt de wethouder om artikel 35 lid 2 toe te passen voor een permanente ontzegging ("voorgoed").

De toon van de brief is uiterst formeel en ambtelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse periode, waarbij de directeur spreekt over het "marktbelang" om de integriteit van de handelsplaats te beschermen tegen "recidivisten". De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam openden in 1934. Het was het kloppende hart van de voedseldistributie voor de stad. In de jaren '30, een periode van diepe economische crisis, was diefstal van levensmiddelen op dergelijke plekken een groot probleem.

De gemeente Amsterdam hield streng toezicht op de orde en veiligheid op de markt via specifieke reglementen. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was politiek verantwoordelijk voor dit cruciale onderdeel van de stadshuishouding. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse handhaving en de administratieve procedures die werden gevolgd om kleine criminaliteit op de markt aan te pakken. Het feit dat een directeur zich persoonlijk tot de wethouder wendt voor een toegangsverbod, onderstreept hoe serieus dergelijke vergrijpen tegen de orde van de markt werden genomen.

Samenvatting

In deze brief rapporteert de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam een herhaaldelijk geval van diefstal door een zekere G. Oudhof Sr. De kern van het document is een verzoek aan het College van Burgemeester en Wethouders (via de wethouder van Levensmiddelen) om deze persoon permanent de toegang tot de markt te ontzeggen.

De directeur onderbouwt zijn verzoek met de volgende punten:
1. Recidive: Oudhof was al eerder (in 1936) onderwerp van een officieel besluit. Hij is "heden andermaal" op diefstal betrapt.
2. Slechte reputatie: Hij staat "bij uitstek ongunstig bekend" en er is zelfs een anonieme klacht over hem binnengekomen.
3. Wettelijke basis: De directeur verwijst specifiek naar het Reglement op de Centrale Markt. Hij heeft zelf al direct actie ondernomen op basis van artikel 35 lid 1 (tijdelijke ontzegging tot 5 augustus), maar verzoekt de wethouder om artikel 35 lid 2 toe te passen voor een permanente ontzegging ("voorgoed").

De toon van de brief is uiterst formeel en ambtelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse periode, waarbij de directeur spreekt over het "marktbelang" om de integriteit van de handelsplaats te beschermen tegen "recidivisten".

Historische Context

De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam openden in 1934. Het was het kloppende hart van de voedseldistributie voor de stad. In de jaren '30, een periode van diepe economische crisis, was diefstal van levensmiddelen op dergelijke plekken een groot probleem.

De gemeente Amsterdam hield streng toezicht op de orde en veiligheid op de markt via specifieke reglementen. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was politiek verantwoordelijk voor dit cruciale onderdeel van de stadshuishouding. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse handhaving en de administratieve procedures die werden gevolgd om kleine criminaliteit op de markt aan te pakken. Het feit dat een directeur zich persoonlijk tot de wethouder wendt voor een toegangsverbod, onderstreept hoe serieus dergelijke vergrijpen tegen de orde van de markt werden genomen.

Gerelateerde Documenten 4