Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 263
Dossier 106
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtsbericht / Voorstel (brief)

27 april 1939 Van: Gemeentelijke Dienst (referentie vD/HG. 77/34/3 M.) Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier")

Origineel

Ambtsbericht / Voorstel (brief) 27 april 1939 Gemeentelijke Dienst (referentie vD/HG. 77/34/3 M.) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier") vD/HG.

77/34/3 M.

27 April 1939.

Voorstel om aan J.Vos den
toegang tot de Centrale
Markt te ontnemen.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 21 April jl. door den marktopzichter Buenting opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat J.Vos, Jodenbreestraat 42 I, wien als overkruier toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar op verschillende dagen heeft schuldig gemaakt aan diefstal van ledige kisten ten nadeele van eenige koopers. Ten aanzien van de groep "overkruiers" kan ik U het volgende rapporteeren.

Overkruiers zijn niet bij een vasten patroon in dienst; zij worden als personeel van koopers of verkoopers beschouwd en kunnen als zoodanig toegang tot de Centrale Markt verkrijgen. (artikel 4, 3e lid van het Reglement op de Centrale Markt). Alvorens aan een overkruier toegang wordt verleend, wordt zijn verleden nagegaan; indien blijkt, dat hij met de justitie in aanraking is geweest, wordt hem geen toegang tot de Centrale Markt verleend. Deze gedragslijn moet noodgedwongen worden gevolgd, omdat de overkruiers dag en nacht op de Centrale Markt aanwezig zijn om werk te zoeken. Overal ligt op de Centrale Markt ledig fust opgestapeld; het is als het ware voor het grijpen terwijl de bewaking gedurende de nachturen maar matig is. Indien een overkruier zich dan ook aan diefstal op de Centrale Markt schuldig maakt, is het zaak streng tegen hem op te treden. Dit document is een ambtelijk voorstel aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen om een specifieke persoon, J. Vos, de toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen. De aanleiding is een rapport van de marktopzichter waaruit blijkt dat Vos zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van lege kisten.

De tekst geeft een interessant inkijkje in de organisatie van de Centrale Markt in 1939:
1. Overkruiers: Dit waren losse arbeiders die met handkarren goederen transporteerden voor kopers en verkopers. Zij hadden geen vaste werkgever maar werkten op oproepbasis of zochten ter plekke werk.
2. Toegangsbeleid: Vanwege de aard van hun werk (vrije beweging over de markt, ook 's nachts) en de aanwezigheid van veel onbeheerd "fust" (emballage/kisten), gold er een streng screeningsbeleid. Alleen personen zonder strafblad kregen een vergunning.
3. Sanctie: Omdat de bewaking 's nachts beperkt was, werd integriteit als cruciaal beschouwd. Een misstap zoals diefstal leidde direct tot een voorstel voor een levenslang of langdurig toegangsverbod. Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt van Amsterdam bevond zich destijds aan de Jan van Galenstraat.

De genoemde locatie, Jodenbreestraat 42 I, bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Gezien de naam J. Vos en het adres, is het zeer waarschijnlijk dat het hier om een Joodse Amsterdammer gaat. In de jaren dertig was de werkloosheid onder de bewoners van deze buurt groot, en werk als "overkruier" op de markt was een veelvoorkomende, zij het onzekere, vorm van inkomsten voor ongeschoolde arbeiders. Het ontnemen van de toegang tot de markt betekende voor een dergelijke arbeider een direct verlies van zijn middel van bestaan.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk voorstel aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen om een specifieke persoon, J. Vos, de toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen. De aanleiding is een rapport van de marktopzichter waaruit blijkt dat Vos zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van lege kisten.

De tekst geeft een interessant inkijkje in de organisatie van de Centrale Markt in 1939:
1. Overkruiers: Dit waren losse arbeiders die met handkarren goederen transporteerden voor kopers en verkopers. Zij hadden geen vaste werkgever maar werkten op oproepbasis of zochten ter plekke werk.
2. Toegangsbeleid: Vanwege de aard van hun werk (vrije beweging over de markt, ook 's nachts) en de aanwezigheid van veel onbeheerd "fust" (emballage/kisten), gold er een streng screeningsbeleid. Alleen personen zonder strafblad kregen een vergunning.
3. Sanctie: Omdat de bewaking 's nachts beperkt was, werd integriteit als cruciaal beschouwd. Een misstap zoals diefstal leidde direct tot een voorstel voor een levenslang of langdurig toegangsverbod.

Historische Context

Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt van Amsterdam bevond zich destijds aan de Jan van Galenstraat.

De genoemde locatie, Jodenbreestraat 42 I, bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Gezien de naam J. Vos en het adres, is het zeer waarschijnlijk dat het hier om een Joodse Amsterdammer gaat. In de jaren dertig was de werkloosheid onder de bewoners van deze buurt groot, en werk als "overkruier" op de markt was een veelvoorkomende, zij het onzekere, vorm van inkomsten voor ongeschoolde arbeiders. Het ontnemen van de toegang tot de markt betekende voor een dergelijke arbeider een direct verlies van zijn middel van bestaan.

Gerelateerde Documenten 4