Getypt ambtelijk schrijven (mogelijk een doorslag).
Origineel
Getypt ambtelijk schrijven (mogelijk een doorslag). 23 augustus 1937. VP/HG.
92/1/4 M.
Extra
23 Augustus 1937.
den Heer Ir.M.E.H.Tjaden c.i.
Voorzitter van de Commissie voor
het bestudeeren van maatregelen ter
beteugeling van den hinder van
pluimvee-slachterijen.
Valckenierstraat 2,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10
De ter vergadering van 25 November 1936 ingestelde
sub-commissie, aan wier werkzaamheden is deelgenomen door
den secretaris van het Marktwezen Mr.A.van Praag, heeft
zich beraden, welke regeling voor het slachten en keuren
van en den handel in wild en gevogelte hier ter stede, bij
den huidigen stand der Wetgeving, kan worden ontworpen.
Naar het oordeel van de sub-commissie is het ge-
wenscht om de voorgestelde bepalingen te beperken tot
pluimvee en konijnen. Het wild-verbruik hier ter stede heeft
niet zoodanigen omvang, dat bijzondere maatregelen daarvoor
worden vereischt; ook het slachten pleegt niet den hinder
te veroorzaken, die van pluimvee-slachterijen wordt onder-
vonden. De wenschelijkheid om wèl konijnen bij de regeling
te betrekken berust vooral op het grootere verbruik, dat
een intensievere keuring wettigt.
Voor de onderhavige regeling komen drie wetten als
uitgangspunt in aanmerking:
I) art.4 sub 3e der Hinderwet;
II) art.15 lid 3 der Warenwet 1919 (S.581);
III) art.168 der Gemeentewet. Dit document is een ambtelijk advies of verslag van een sub-commissie aan de voorzitter van een specifieke commissie in Amsterdam. De kern van het schrijven is het bepalen van de reikwijdte van nieuwe regelgeving omtrent het slachten en keuren van dieren.
De sub-commissie adviseert om de regels te beperken tot pluimvee en konijnen. De argumentatie hiervoor is tweeledig:
1. Wild wordt in te kleine hoeveelheden geconsumeerd en het slachten ervan veroorzaakt weinig overlast (hinder).
2. Konijnen moeten juist wel worden opgenomen vanwege het hoge consumptieniveau, wat een strengere keuring noodzakelijk maakt.
Het document besluit met de juridische grondslagen waarop de voorgestelde regeling gebaseerd kan worden, waarbij de Hinderwet, de Warenwet en de Gemeentewet worden genoemd. Het document dateert uit 1937, een periode waarin de stad Amsterdam groeide en de noodzaak voor striktere hygiëne- en overlastregels (volksgezondheid) toenam. De genoemde Ir. M.E.H. Tjaden was een belangrijk figuur binnen de Amsterdamse publieke sector; hij was onder andere directeur van de Dienst der Publieke Werken en betrokken bij Bouw- en Woningtoezicht.
De spelling in het document is de vooroorlogse spelling (zoals "bestudeeren", "den hinder"), wat consistent is met de datering. Het Marktwezen (onder leiding van de genoemde Mr. A. van Praag) hield toezicht op de handel en kwaliteit van levensmiddelen in de stad. Het document illustreert hoe lokale overheden zochten naar een balans tussen economische bedrijvigheid (slachterijen) en het beperken van overlast voor omwonenden via de Hinderwet. A. van Praag M.E.H. Tjaden Marktwezen Publieke Werken