Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 221
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief of ambtelijk adviesstuk.

23 augustus [jaar onvolledig, vermoedelijk 1927 op basis van de '7' en historische context].

Origineel

Getypte brief of ambtelijk adviesstuk. 23 augustus [jaar onvolledig, vermoedelijk 1927 op basis van de '7' en historische context]. 1 23 Augustus 7
92/1/4 den Heer Ir.M.E.H.Tjaden c.i.
Amsterdam.

      Ad I. Krachtens artikel 4 sub 3e der Hinderwet kan

de Gemeenteraad bij plaatselijke verordening verbieden o.a.
om een slachterij op te richten, te hebben of te gebruiken
indien in de gemeente een inrichting aanwezig is, waarin
belanghebbenden onder bij verordening vast te stellen voor-
waarden het bedrijf kunnen uitoefenen.
De eenige vraag, die hier rijst is, of een pluimvee-
slachterij een slachterij is in den zin van deze wets-
bepaling. Gezien het feit, dat een Wetsontwerp aanhangig is,
waarbij de pluimvee-slachterijen uitdrukkelijk onder dit
voorschrift worden gebracht, moet deze vraag waarschijnlijk
voor de wet in haar huidigen vorm ontkennend worden
beantwoord. Aangezien de Regeering evenwel, blijkens het
voorbereiden van een Wetsontwerp ten deze, het belang erkent
dat pluimvee-slachterijen onder het onderhavige voorschrift
vallen, lijkt het wel verantwoord om reeds thans te dien
aanzien een plaatselijke verordening te ontwerpen. De kans,
dat de Kroon een dergelijke verordening krachtens artikel
185 der Gemeentewet zal vernietigen, wordt op grond van het
bovenstaande gering geacht. Uiteraard blijft de mogelijkheid
bestaan, dat de Rechter, de verordening toetsende, haar
niet verbindend zou verklaren. Wenscht men dit gevaar te
ontgaan, dan zou kunnen worden overwogen, om de verordening
tot centralisatie der slachtingen te baseeren op artikel 168
der Gemeentewet. (Openbare orde). Deze weg is ook gekozen
voor niet-bedrijfs-slachtingen van vee. Zooals uit het
bovenstaande blijkt, is uitgegaan van de gedachte, dat het
slachten van pluimvee e.d. centraal zou moeten geschieden;
een maatregel, die in de eerste plaats noodig is, om den ten
deze bestaanden hinder doeltreffend te bestrijden.
Aan centralisatie der slachting is bovendien het
voordeel verbonden, dat de eventueel in te voeren verplichte
keuring van pluimvee en konijnen erdoor wordt vergemakkelijkt Dit document betreft een juridische afweging over het reguleren van pluimveeslachterijen binnen een gemeente. De kern van het probleem is dat de toenmalige Hinderwet (artikel 4, sub 3e) mogelijk niet expliciet genoeg was om pluimveeslachterijen onder het begrip 'slachterij' te scharen.

Er worden twee strategieën voorgesteld om tot centralisatie van de slacht te komen (hetgeen gewenst is om overlast te beperken):
1. Anticiperen op nieuwe wetgeving: Hoewel de huidige wet het mogelijk niet toestaat, is er een wetsontwerp in de maak. De opsteller acht het risico op vernietiging door de Kroon klein.
2. De Gemeentewet als alternatief: Als men juridische onzekerheid wil vermijden, kan de verordening worden gebaseerd op artikel 168 van de Gemeentewet (handhaving van de openbare orde/veiligheid), een route die blijkbaar al werd gebruikt voor particuliere slachtingen.

Tot slot wordt gewezen op de praktische voordelen: centralisatie maakt de keuring van vlees (pluimvee en konijnen) efficiënter. De geadresseerde, Ir. M.E.H. Tjaden, was een vooraanstaand civiel ingenieur en indertijd directeur van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GG&GD) in Amsterdam. Hij hield zich intensief bezig met de volksgezondheid en de inrichting van abattoirs.

In de jaren '20 van de vorige eeuw was er in Nederland een sterke beweging richting professionalisering en centralisering van de vleeskeuring en de bestrijding van hinder door bedrijven (de Hinderwet van 1875 was herhaaldelijk onderwerp van discussie). De overgang van kleinschalige, vaak onhygiënische slachtplaatsen naar gecentraliseerde gemeentelijke slachthuizen was een belangrijk speerpunt voor de volksgezondheid om ziekten en stankoverlast in dichtbevolkte steden als Amsterdam tegen te gaan. Dit document illustreert de juridische "zoektocht" om lokale regels af te stemmen op gebrekkige nationale wetgeving.

Samenvatting

Dit document betreft een juridische afweging over het reguleren van pluimveeslachterijen binnen een gemeente. De kern van het probleem is dat de toenmalige Hinderwet (artikel 4, sub 3e) mogelijk niet expliciet genoeg was om pluimveeslachterijen onder het begrip 'slachterij' te scharen.

Er worden twee strategieën voorgesteld om tot centralisatie van de slacht te komen (hetgeen gewenst is om overlast te beperken):
1. Anticiperen op nieuwe wetgeving: Hoewel de huidige wet het mogelijk niet toestaat, is er een wetsontwerp in de maak. De opsteller acht het risico op vernietiging door de Kroon klein.
2. De Gemeentewet als alternatief: Als men juridische onzekerheid wil vermijden, kan de verordening worden gebaseerd op artikel 168 van de Gemeentewet (handhaving van de openbare orde/veiligheid), een route die blijkbaar al werd gebruikt voor particuliere slachtingen.

Tot slot wordt gewezen op de praktische voordelen: centralisatie maakt de keuring van vlees (pluimvee en konijnen) efficiënter.

Historische Context

De geadresseerde, Ir. M.E.H. Tjaden, was een vooraanstaand civiel ingenieur en indertijd directeur van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GG&GD) in Amsterdam. Hij hield zich intensief bezig met de volksgezondheid en de inrichting van abattoirs.

In de jaren '20 van de vorige eeuw was er in Nederland een sterke beweging richting professionalisering en centralisering van de vleeskeuring en de bestrijding van hinder door bedrijven (de Hinderwet van 1875 was herhaaldelijk onderwerp van discussie). De overgang van kleinschalige, vaak onhygiënische slachtplaatsen naar gecentraliseerde gemeentelijke slachthuizen was een belangrijk speerpunt voor de volksgezondheid om ziekten en stankoverlast in dichtbevolkte steden als Amsterdam tegen te gaan. Dit document illustreert de juridische "zoektocht" om lokale regels af te stemmen op gebrekkige nationale wetgeving.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →