← Terug
Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 220
Dossier 17
Jaar 1939

Getypt ambtelijk schrijven (mogelijk een doorslag).

23 augustus 1937.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies of verslag van een sub-commissie aan de voorzitter van een specifieke commissie in Amsterdam. De kern van het schrijven is het bepalen van de reikwijdte van nieuwe regelgeving omtrent het slachten en keuren van dieren. De sub-commissie adviseert om de regels te beperken tot **pluimvee** en **konijnen**. De argumentatie hiervoor is tweeledig: 1. **Wild** wordt in te kleine hoeveelheden geconsumeerd en het slachten ervan veroorzaakt weinig overlast (hinder). 2. **Konijnen** moeten juist wel worden opgenomen vanwege het hoge consumptieniveau, wat een strengere keuring noodzakelijk maakt. Het document besluit met de juridische grondslagen waarop de voorgestelde regeling gebaseerd kan worden, waarbij de Hinderwet, de Warenwet en de Gemeentewet worden genoemd.

Historische Context

Het document dateert uit 1937, een periode waarin de stad Amsterdam groeide en de noodzaak voor striktere hygiëne- en overlastregels (volksgezondheid) toenam. De genoemde **Ir. M.E.H. Tjaden** was een belangrijk figuur binnen de Amsterdamse publieke sector; hij was onder andere directeur van de Dienst der Publieke Werken en betrokken bij Bouw- en Woningtoezicht. De spelling in het document is de vooroorlogse spelling (zoals "bestudeeren", "den hinder"), wat consistent is met de datering. Het Marktwezen (onder leiding van de genoemde Mr. A. van Praag) hield toezicht op de handel en kwaliteit van levensmiddelen in de stad. Het document illustreert hoe lokale overheden zochten naar een balans tussen economische bedrijvigheid (slachterijen) en het beperken van overlast voor omwonenden via de Hinderwet.

Genoemde Personen

A. van Praag M.E.H. Tjaden

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Publieke Werken

Transcriptie

VP/HG. 92/1/4 M. *Extra* 23 Augustus 1937. den Heer Ir.M.E.H.Tjaden c.i. Voorzitter van de Commissie voor het bestudeeren van maatregelen ter beteugeling van den hinder van pluimvee-slachterijen. Valckenierstraat 2, Amsterdam-Centrum. Wijk 10 De ter vergadering van 25 November 1936 ingestelde sub-commissie, aan wier werkzaamheden is deelgenomen door den secretaris van het Marktwezen Mr.A.van Praag, heeft zich beraden, welke regeling voor het slachten en keuren van en den handel in wild en gevogelte hier ter stede, bij den huidigen stand der Wetgeving, kan worden ontworpen. Naar het oordeel van de sub-commissie is het ge- wenscht om de voorgestelde bepalingen te beperken tot pluimvee en konijnen. Het wild-verbruik hier ter stede heeft niet zoodanigen omvang, dat bijzondere maatregelen daarvoor worden vereischt; ook het slachten pleegt niet den hinder te veroorzaken, die van pluimvee-slachterijen wordt onder- vonden. De wenschelijkheid om wèl konijnen bij de regeling te betrekken berust vooral op het grootere verbruik, dat een intensievere keuring wettigt. Voor de onderhavige regeling komen drie wetten als uitgangspunt in aanmerking: I) art.4 sub 3e der Hinderwet; II) art.15 lid 3 der Warenwet 1919 (S.581); III) art.168 der Gemeentewet.