Getypte brief (doorslag/archiefkopie) met handgeschreven kanttekening.
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefkopie) met handgeschreven kanttekening. 24 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst of economische controledienst). Den Heer Directeur der Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Laan Copes van Cattenburch 62, 's-Gravenhage. D/HG.
2B/168/2 M.
Verzonden 24/12
24 December 1940.
Aanvrage kleinhandelserkenning
ten name van C.B.Quakernaat.
den Heer Directeur der Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale
Laan Copes van Cattenburch 62,
's-Gravenhage.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 December jl. heb ik de eer U te berichten, dat ik ten aanzien van de vraag, of C.B.Quakernaat, Houtrijkstraat 50 I, alhier, gedurende de laatste twee jaren zijn opleiding heeft genoten bij den kleinhandelaar J.Overeem, een onderzoek heb doen instellen. Daarbij is het volgende gebleken. Quakernaat heeft als personeel van zijn schoonvader, den heer J.Overeem, toegang gehad tot de Centrale Markt in het jaar 1935. Sedert 15 October 1940 is hem wederom een toegangskaart voor de betreffende markt als personeel van Overeem verstrekt. Tusschen 1 Januari 1936 en 15 October 1940 heeft Quakernaat de Centrale Markt niet bezocht. Overeem verklaarde echter, dat zijn schoonzoon hem in dien tijd nog wel behulpzaam is geweest in zijn ventwijk in de stadsdeelen West en Centrum. Eenig bewijs hiervoor kon hij echter niet overleggen. Toen Overeem een dezer dagen door een contrôleur van mijn dienst in zijn wijk werd opgezocht, bleek, dat Quakernaat niet bij hem aanwezig was, terwijl Overeem evenmin kon verklaren, waar hij zich dan bevond. Voorts verklaarde Overeem, dat hoewel Quakernaat in het bezit was van een personeelskaart voor de Centrale Markt, hij toch niet meer bij hem (Overeem) in dienst was. Aan oproepingen, om voor het geven van inlichtingen te mijnen kantore te komen, heeft Quakernaat geen gevolg gegeven.
De Directeur, Deze brief is een verslag van een integriteitsonderzoek naar een aanvraag voor een officiële erkenning als kleinhandelaar door C.B. Quakernaat. De kernpunten zijn:
- Doel van het onderzoek: Er moest worden vastgesteld of Quakernaat de vereiste praktijkervaring (twee jaar opleiding) had opgedaan bij zijn schoonvader, J. Overeem.
- Inconsistenties: Hoewel Quakernaat recent een toegangskaart voor de Centrale Markt had gekregen als personeelslid van Overeem, bleek uit onderzoek dat hij tussen 1936 en 1940 de markt niet had bezocht.
- Controle ter plaatse: Een controleur kon Quakernaat niet vinden op de werkplek (de ventwijk). Overeem moest uiteindelijk toegeven dat zijn schoonzoon niet echt meer bij hem in dienst was, ondanks de personeelskaart.
- Houding aanvrager: De aanvrager, Quakernaat, weigerde zelf op te komen dagen voor verhoor of toelichting.
- Conclusie: Het rapport werpt een zeer twijfelachtig licht op de aanvraag; er lijkt sprake te zijn van een poging om via een schijnconstructie (bij de schoonvader) een vergunning te verkrijgen. Het document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de overheid de grip op de distributie en handel in levensmiddelen drastisch te verstevigen. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" was een overkoepelend orgaan dat de handel in deze sector reguleerde.
Erkenningsbewijzen waren cruciaal om legaal te mogen handelen in een tijd van toenemende schaarste en distributiemaatregelen. De autoriteiten waren streng op de 'vakkennis' en 'ervaring' om wildgroei in de handel en mogelijke zwarte handel tegen te gaan. De vermelding van de Houtrijkstraat en de stadsdelen West en Centrum wijst erop dat dit onderzoek plaatsvond in Amsterdam. Het toont de bureaucratische nauwgezetheid en de controlemechanismen (zoals marktpassen en inspecteurs in ventwijken) die destijds werden ingezet om de economie te beheersen.