Dienstbrief (officiële correspondentie).
Origineel
Dienstbrief (officiële correspondentie). 2 september 1940. Bureau voor Organisatie en Efficiency, Gemeente Amsterdam (Bedrijfseconomisch Adviseur). De heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd]
BUREAU VOOR ORGANISATIE EN EFFICIENCY
№ 7/25/1 M. 1940 6/9
No. 1167 Fin. 1940 Dossier 259
Bijlagen: 4 Onderwerp: Motorisch vervoer.
AMSTERDAM, 2 September 1940.
[Adressering]
AAN den heer Directeur van het Marktwezen.
[Handgeschreven aantekening linksboven]
ni Hr. Hutter
Hr Jonkman
[Inhoud]
Ter uitvoering van de opdracht vervat in het besluit van Burgemeester en Wethouders dd. 7 Juni 1940, No. 471 G.B., sub III, heb ik de eer U te verzoeken mij een overzicht te willen doen verstrekken van de auto’s en motorrijwielen van Uw dienst. Gemakshalve doe ik U hierbij toekomen een stel formulieren, met beleefd verzoek deze te willen doen invullen. (De duplicaat formulieren blijven te Uwer beschikking).
Tevens verzoek ik U mij te willen mededeelen ten aanzien van welke voertuigen, o.a. door de beperking der rijvergunningen, Uw dienst ernstige bezwaren ondervindt.
dJ
[Ondertekening]
[Handtekening: Hessing]
Bedrijfseconomisch Adviseur. * Doel van de brief: Het inventariseren van het wagenpark (auto's en motorfietsen) van de gemeentelijke dienst 'het Marktwezen'.
* Administratieve context: De brief verwijst naar een specifiek besluit van B&W van Amsterdam (7 juni 1940). Dit wijst op een centrale aanpak van de gemeente om grip te krijgen op de middelen van alle onderliggende diensten.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U te verzoeken", "beleefd verzoek"), wat kenmerkend is voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd.
* Logistieke details: Er zijn vier bijlagen meegeleverd (formulieren), waarbij de dienst een kopie mag houden voor de eigen administratie. De afkorting 'dJ' linksonder de tekst zijn waarschijnlijk de initialen van de typist of de opsteller van het concept. Dit document is gedateerd op 2 september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). De context van de oorlog is direct voelbaar in de zin over de "beperking der rijvergunningen".
Tijdens de bezetting ontstond er direct een groot tekort aan brandstof en materialen, omdat deze door de bezetter werden gevorderd of simpelweg niet meer werden ingevoerd. Om het resterende vervoer te reguleren, werden strikte rijvergunningen ingevoerd. De gemeente Amsterdam probeerde via het 'Bureau voor Organisatie en Efficiency' (een voorloper van moderne adviesorganen voor procesoptimalisatie) in kaart te brengen welke voertuigen essentieel waren en waar de beperkingen de bedrijfsvoering in gevaar brachten. Het 'Marktwezen' was cruciaal voor de voedselvoorziening en distributie in de stad, waardoor het essentieel was om te weten over welke transportmiddelen zij nog beschikten.