Archief 745
Inventaris 745-311
Pagina 86
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief / Rapportage

10 september 1940 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen)

Origineel

Ambtsbrief / Rapportage 10 september 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen) W. Muller [handgeschreven]

M/HG.

Verzonden 10/9 [handgeschreven]

10/4/12 M.
1

10 September 1940.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Gevolg gevende aan de Uwerzijds verstrekte opdracht heb ik de eer U als bijlage dezes een specificatie te doen toekomen van de post "Mindere opbrengst van belastingheffingen f 1728,44" genoemd in mijn opgave van de nadeelige- en voordeelige gevolgen van den oorlogstoestand, welke opgave betrekking had op de maand Juli 1940 en die met mijn schrijven van 30 Augustus 1940 No. 10/4/10 M. aan U werd toegezonden.
Voor de goede orde moge ik opmerken, dat ik in mijn schrijven van 11 Maart 1940 No. 10/4/2 M. ter begeleiding van mijn opgave over de maand Januari 1940, reeds wees op de onmogelijkheid van het geven van juiste cijfers omtrent het nadeel ontstaan door den oorlogstoestand, omdat andere omstandigheden, met name weersomstandigheden, mede van grooten invloed kunnen zijn op de ontvangsten aan marktgelden etc.
Ten aanzien van het bedrijf van de Vischmarkt moest daarom over de maand Juli 1940 de wijze van berekening worden toegepast die ik in laatstgenoemden brief beschreef. Ten aanzien van den Dienst van het Marktwezen kan deze wijze van berekening niet worden gevolgd, omdat tariefswijzigingen een juiste berekening van het gemiddelde niet mogelijk maken.
Gemakshalve werd daarom aangenomen, dat de lagere opbrengst aan markt- en standplaatsgelden in de maand Juli 1940 ten opzichte van Juli 1939 het bedrag vormde, dat het financieele nadeel tengevolge van den oorlogstoestand tot uitdrukking bracht, hoewel slechts van één markt, met name de automarkt, die in het geheel geen opbrengst meer oplevert, met absolute zekerheid gezegd kan worden, dat zij als gevolg van den oorlogstoestand haar bron van inkomsten heeft verloren.

De Directeur, Dit document is een ambtelijke verantwoording van gederfde inkomsten voor de gemeente, direct na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de bezetting. De kernpunten zijn:

  • Financiële impact: Er wordt een concreet bedrag genoemd van f 1728,44 aan minderopbrengst voor de maand juli 1940.
  • Methodologische uitdaging: De directeur wijst op de moeilijkheid om economische schade zuiver toe te schrijven aan de oorlog. Andere factoren, zoals het weer, beïnvloeden de marktopbrengsten immers ook.
  • Berekeningswijze: Omdat een zuivere berekening onmogelijk is door tariefswijzigingen, heeft men simpelweg de opbrengsten van juli 1940 vergeleken met die van juli 1939 (de laatste 'normale' juli-maand voor de oorlog).
  • Specifiek verlies: De "automarkt" wordt genoemd als het meest schrijnende voorbeeld; deze leverde totaal niets meer op. Het document dateert van september 1940, slechts vier maanden na de Nederlandse capitulatie. Het biedt een inkijkje in hoe de lokale bureaucreatie probeerde de economische ontwrichting in kaart te brengen.

De totale uitval van de automarkt is historisch logisch: direct na de invasie werden brandstoffen gerantsoeneerd en werd het gebruik van particuliere motorvoertuigen streng aan banden gelegd door de bezetter. Hierdoor stortte de handel in auto's op markten onmiddellijk in. De brief illustreert de overgang van de Nederlandse administratie naar een 'oorlogshuishouding', waarbij de normale bedrijfsvoering van publieke diensten (zoals markten) zwaar onder druk kwam te staan.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke verantwoording van gederfde inkomsten voor de gemeente, direct na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de bezetting. De kernpunten zijn:

  • Financiële impact: Er wordt een concreet bedrag genoemd van f 1728,44 aan minderopbrengst voor de maand juli 1940.
  • Methodologische uitdaging: De directeur wijst op de moeilijkheid om economische schade zuiver toe te schrijven aan de oorlog. Andere factoren, zoals het weer, beïnvloeden de marktopbrengsten immers ook.
  • Berekeningswijze: Omdat een zuivere berekening onmogelijk is door tariefswijzigingen, heeft men simpelweg de opbrengsten van juli 1940 vergeleken met die van juli 1939 (de laatste 'normale' juli-maand voor de oorlog).
  • Specifiek verlies: De "automarkt" wordt genoemd als het meest schrijnende voorbeeld; deze leverde totaal niets meer op.

Historische Context

Het document dateert van september 1940, slechts vier maanden na de Nederlandse capitulatie. Het biedt een inkijkje in hoe de lokale bureaucreatie probeerde de economische ontwrichting in kaart te brengen.

De totale uitval van de automarkt is historisch logisch: direct na de invasie werden brandstoffen gerantsoeneerd en werd het gebruik van particuliere motorvoertuigen streng aan banden gelegd door de bezetter. Hierdoor stortte de handel in auto's op markten onmiddellijk in. De brief illustreert de overgang van de Nederlandse administratie naar een 'oorlogshuishouding', waarbij de normale bedrijfsvoering van publieke diensten (zoals markten) zwaar onder druk kwam te staan.

Gerelateerde Documenten 6