Ambtelijke brief / Adviesrapport.
Origineel
Ambtelijke brief / Adviesrapport. 19 juni 1940 (verzonden op 21 juni 1940). Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen. [Handgeschreven aantekeningen bovenaan:]
M. de Waer
Verzonden 21/6 VP/G.
[Getypte tekst:]
18/34/2 M.
n 6
19 Juni 1940.
Aanvraag opkoopersvergunning
ten name van I.de Magtige.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 26 April jl. om advies ontvangen stukken no.70/50 L.M.1940 heeft de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen de eer U te berichten, dat zij de onderhavige stukken heeft behandeld in haar vergadering van 17 Juni jl. De Commissie is eenstemmig van oordeel, dat adressant, van wien vaststaat, dat hij in 1933 niet van het opkoopen hier ter stede zijn beroep heeft gemaakt, ook niet als van ouds een opkooper kan worden beschouwd. Hij dient volgens de Commissie veeleer als een kruier te worden aangemerkt, die af en toe wel eens heeft opgekocht. De Commissie herhaalt dan ook het advies, dat zij U gaf met haar rapport d.d. 21 October 1935 (No.18/199/2 M) en geeft U beleefd in overweging ook op dit herhaalde verzoek van adressant afwijzend te beschikken.
De Voorzitter,
De Secretaris, Dit document is een officieel negatief advies van een gemeentelijke adviescommissie aan een wethouder. De kern van de zaak is de weigering van een "opkoopersvergunning" (een vergunning om goederen op te kopen voor de handel) aan een zekere heer I. de Magtige.
De argumentatie van de commissie is gebaseerd op beroepsstatus:
1. Historiek: De commissie stelt vast dat de aanvrager al in 1933 niet als professioneel opkoper te boek stond.
2. Kwalificatie: Hij wordt niet gezien als een echte handelaar, maar als een "kruier" (een losse arbeider of sjouwer) die slechts incidenteel wat goederen opkocht.
3. Consistentie: De commissie verwijst naar een eerder negatief advies uit 1935, waaruit blijkt dat dit een langlopende kwestie is.
De toon is formeel en beslist ("eenstemmig van oordeel", "beleefd in overweging [...] afwijzend te beschikken"). De datum van de brief, 19 juni 1940, is saillant. Nederland was op dat moment net een maand bezet door nazi-Duitsland (capitulatie op 15 mei 1940). De ambtelijke apparaten bleven echter grotendeels functioneren zoals voorheen.
In deze periode van beginnende schaarste en distributie was de controle op wie goederen mocht opkopen en verhandelen uiterst strikt. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad. Het feit dat de commissie een vergunning weigert aan iemand die zij slechts als "kruier" beschouwen, past in een beleid om de tussenhandel te beperken tot gevestigde, controleerbare partijen om speculatie of ongecontroleerde handel te voorkomen. De verwijzing naar 1933 en 1935 toont aan dat men ook in crisistijd vasthield aan pre-oorlogse dossiers en bureaucratische precedenten.