Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 224
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk van een marktcommissie of gemeentelijke afdeling).

Origineel

Notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk van een marktcommissie of gemeentelijke afdeling). De Voorzitter opent de vergadering en stelt punt 1 der agenda aan de orde:
goedkeuring notulen der 35ste vergadering d.d. 16 October 1935
Deze worden ongewyzigd goedgekeurd. Alvorens punt 2 aan de orde te stellen, brengt de Voorzitter eenige ingekomen stukken en mededeelingen ter tafel.

Verzoek van de Visch en Fruithandelaarsvereeniging " Ons Belang" te Huizen aan den Directeur van het Marktwezen om de aan haar leden uitgereikte ventvergunningen voor de geheele stad te doen gelden en niet voor één der vyf gestelde wyken. Besloten wordt dit verzoek te behandelen by punt 2 der agenda.

Verzoek van J.Scheringa aan Burgemeester en Wethouders om hem opnieuw een ventvergunning te verleenen; om advies aan den Directeur van het Marktwezen gezonden ( No. 57/442 L.M. 1935). Genoemde Scheringa is gedurende één maand in het bezit van een ventvergunning geweest, doch heeft deze, toen hy zich als poelier vestigde ingeleverd. Het is hem echter niet gelukt zich als poelier een bestaan te scheppen, weshalve hy zich thans weder op den straathandel wil toeleggen.
De Commissie heeft geen bezwaar, dat aan Scheringa weder een ventvergunning wordt verleend, wanneer de door hem gestelde feiten juist blyken te zyn.

Verzoek van H.Enker aan den Administrateur der afdeeling Levensmiddelen om hem een opkoopersvergunning te verleenen; om advies aan den Directeur van het Marktwezen gezonden (No. 56/596 L.M. 1935).
Verzoeker is sedert 1932 opkooper van oude kleeren, welke goederen hy by de voddenkooplieden in de omgeving van het Waterlooplein inkoopt. Hy was niet op de hoogte van de bepaling, dat hiervoor een ventvergunning noodig was en heeft verzuimd tydig een zoodanige vergunning aan te vragen.
De heer Presser is er geen voorstander van, dergelyke personen als " lompenventers " te beschouwen. Men zou dan ook verschillende marktkooplieden van het Waterlooplein, die op de zoogenaamde lompenmarkt oud yzer en dergelyke opkoopen, als lompenopkoopers dienen te beschouwen en hun dus een ventvergunning dienen te verstrekken. * Administratieve structuur: Het document toont de bureaucratische afhandeling van handel in de openbare ruimte. Verzoeken gaan via de Directeur van het Marktwezen en de afdeling Levensmiddelen.
* Geografie: Hoewel de vereniging "Ons Belang" uit Huizen komt, heeft het document betrekking op Amsterdam (verwijzing naar het Waterlooplein en de indeling van de stad in vijf wijken voor venters).
* Sociaal-economisch aspect: De casus van J. Scheringa illustreert de economische onzekerheid van die tijd (1935, de crisisjaren). Een ondernemer probeert een vaste zaak als poelier te starten, faalt, en moet noodgedwongen terugkeren naar de straathandel.
* Definitiekwesties: Er is discussie over de classificatie van handelaren. De heer Presser waarschuwt voor een precedentwerking: als men een opkooper van oude kleren een vergunning geeft, moeten vele andere marktkooplieden op de "lompenmarkt" (Waterlooplein) wellicht ook aan strengere vergunningseisen voldoen. Dit document stamt uit het hart van de Grote Depressie. In deze periode was de straathandel in Amsterdam aan strikte banden gelegd om "wildgroei" te voorkomen en de gevestigde middenstand te beschermen. De stad was verdeeld in districten (wijken) om de spreiding van venters te reguleren.

De vermelding van het Waterlooplein is significant; dit was het centrum van de Amsterdamse Joodse markt en de handel in tweedehands goederen (vodden en oud ijzer). De discussie over wie wel of geen "ventvergunning" nodig heeft, weerspiegelt de poging van de overheid om meer grip te krijgen op de informele economie van de Amsterdamse markten in de jaren '30. De genoemde "Heer Presser" is mogelijk een commissielid of ambtenaar die de belangen van de marktordening bewaakt.

Samenvatting

  • Administratieve structuur: Het document toont de bureaucratische afhandeling van handel in de openbare ruimte. Verzoeken gaan via de Directeur van het Marktwezen en de afdeling Levensmiddelen.
  • Geografie: Hoewel de vereniging "Ons Belang" uit Huizen komt, heeft het document betrekking op Amsterdam (verwijzing naar het Waterlooplein en de indeling van de stad in vijf wijken voor venters).
  • Sociaal-economisch aspect: De casus van J. Scheringa illustreert de economische onzekerheid van die tijd (1935, de crisisjaren). Een ondernemer probeert een vaste zaak als poelier te starten, faalt, en moet noodgedwongen terugkeren naar de straathandel.
  • Definitiekwesties: Er is discussie over de classificatie van handelaren. De heer Presser waarschuwt voor een precedentwerking: als men een opkooper van oude kleren een vergunning geeft, moeten vele andere marktkooplieden op de "lompenmarkt" (Waterlooplein) wellicht ook aan strengere vergunningseisen voldoen.

Historische Context

Dit document stamt uit het hart van de Grote Depressie. In deze periode was de straathandel in Amsterdam aan strikte banden gelegd om "wildgroei" te voorkomen en de gevestigde middenstand te beschermen. De stad was verdeeld in districten (wijken) om de spreiding van venters te reguleren.

De vermelding van het Waterlooplein is significant; dit was het centrum van de Amsterdamse Joodse markt en de handel in tweedehands goederen (vodden en oud ijzer). De discussie over wie wel of geen "ventvergunning" nodig heeft, weerspiegelt de poging van de overheid om meer grip te krijgen op de informele economie van de Amsterdamse markten in de jaren '30. De genoemde "Heer Presser" is mogelijk een commissielid of ambtenaar die de belangen van de marktordening bewaakt.

Gerelateerde Documenten 2