Getypte notulen van een commissievergadering (pagina 3).
Origineel
Getypte notulen van een commissievergadering (pagina 3). 3.
Dit kan voor den gewonen lompenopkooper een gevaar ople-
veren,daar dergelyke "opkopers van opkopers" dan zelf
langs de huizen kunnen gaan leuren.
De heer Cohen
wyst erop,dat reeds eerder in deze Commissie over deze
aangelegenheid is gesproken.Spreker herinnert zich,dat
toen is besloten,dat dergelyke "opkopers van opkopers"
een ventvergunning dienen te hebben op grond van het
bepaalde in artikel 1 2e lid der Ventverordening (vide
notulen 21ste en 22ste vergadering der Commissie).Spreker
wyst erop,dat de oude Helingverordening,die op de opkoo-
pers van toepassing was,by het in werking treden der Vent-
verordening,waarin zy is opgenomen,is komen te vervallen.
Een vergunning in den zin der Ventverordening is onge-
twyfeld noodzakelyk,daar anders de contrôle der Politie
op deze opkopers te zeer zou verzwakken.
De heer Presser
bestrydt de opvatting van den heer Cohen.Elke tagryn of
opkooper moet volgens de Helingwet een register byhouden
van de gekochte en verkochte goederen.Dit staat geheel
buiten de Ventverordening.De Politie behoudt dus haar
contrôle op deze opkopers aan de hand van het register.
Het is dan ook heel goed mogelyk om een bepaalde soort
van opkoopers buiten de Ventverordening te houden.
De Voorzitter
zegt,dat indien de lompenmarkt aan het Waterlooplein
een officieele markt zou zyn,(en het is niet uitge-
sloten,dat zy dit binnen afzienbaren tyd zal worden),der-
gelyke opkoopers geen ventvergunning noodig zouden hebben.
De heer Cohen
is het met deze opvatting van den Voorzitter niet eens.
Spreker wyst op artikel 1 lid 2 sub.a der Ventverordening,
waarin met venten is gelykgesteld het opkoopen op of aan
den openbaren weg.Een markt is een deel van den open-
baren weg en dus mag er zonder ventvergunning niet opge-
kocht worden.
De Secretaris
wyst op artikel 1 lid 1 der Ventverordening waarin is
vastgelegd,dat de door den heer Cohen genoemde bepaling
niet van toepassing is o.a.op de bepalingen in de Veror-
dening op de heffing van marktgelden. Het document verslaat een juridisch-administratieve discussie binnen een gemeentelijke commissie over de regulering van de handel in tweedehands goederen, specifiek "opkopers van opkopers" (tussenhandelaren in lompen).
De kern van het geschil draait om de vraag of deze handelaren een ventvergunning nodig hebben:
1. De heer Cohen pleit vóór de vergunningsplicht. Hij voert aan dat de oude Helingverordening is opgegaan in de Ventverordening en dat politiecontrole essentieel is. Bovendien stelt hij dat opkopen op de openbare weg (inclusief markten) volgens de letter van de wet gelijkstaat aan "venten".
2. De heer Presser voert aan dat de Helingwet (landelijke wetgeving) al verplicht tot het bijhouden van registers, waardoor extra gemeentelijke controle via de Ventverordening overbodig is.
3. De Voorzitter anticipeert op een officiële status voor de markt op het Waterlooplein, wat de behoefte aan ventvergunningen zou kunnen wegnemen.
4. De Secretaris besluit met een technisch-juridische nuancering die suggereert dat marktregels voorrang hebben op de algemene bepalingen waar Cohen naar verwijst. Dit document stamt waarschijnlijk uit de vroege 20e eeuw (mogelijk de jaren '20 of '30), gezien de spelling en de typemachine-opmaak. De vermelding van het Waterlooplein duidt op Amsterdam. De markt aldaar was historisch gezien een centrum voor de handel in oude metalen, lompen en tweedehands kleding, beroepen die traditioneel veel door de Joodse bevolking werden uitgeoefend. De discussie weerspiegelt de groeiende behoefte van de overheid om informele straathandel te reguleren en te bureaucratiseren om criminaliteit (heling) tegen te gaan en marktgelden te kunnen innen. De genoemde namen (Cohen, Presser) versterken het vermoeden dat dit betrekking heeft op de Amsterdamse Joodse handelsgemeenschap van die tijd. De heer Cohen de heer Presser de Voorzitter de Secretaris. Politie