Getypt verslag van een vergadering (waarschijnlijk notulen van een gemeentelijke commissie of raadsvergadering).
Origineel
Getypt verslag van een vergadering (waarschijnlijk notulen van een gemeentelijke commissie of raadsvergadering). 10.
De Voorzitter deelt mede, dat de Politie in samenwerking met het Marktwezen aan Burgemeester en Wethouders zal adviseeren aan een aantal venters, die reeds clandestien een standplaats innemen, een vaste standplaats te verstrekken. Door dezen maatregel zal het aantal venters worden ingekrompen.
De heer Seegers stelt voor omtrent de uitvoering van dezen maatregel overleg met de Commissie te doen plegen. Spreker wyst erop, dat in een bepaalde buurt soms een aantal venters samenkomen, waarvan er één clandestien een plaats inneemt. Daarvan hadden de overigen tot nu toe weinig schade. Wanneer echter een dergelyke plaats als vaste standplaats wordt uitgegeven aan den venter, die reeds clandestien stond, dan moeten de overige venters op grond van artikel 2 sub. g der Ventverordening 25 M. van deze standplaats afblyven en dan ondervinden zy er wel schade van. Het is dan echter nog lang niet zeker, dat de venter, die de plaats clandestien had ingenomen, ook inderdaad de venter met de oudste rechten is. Het lykt spreker daarom gewenscht, dat het oordeel der Commissie wordt gevraagd by de uitgifte van deze standplaatsen.
De Voorzitter merkt op, dat in een volgende vergadering eerst over het principe een beslissing kan worden genomen waarna te zyner tyd over de uitvoering kan worden beraadslaagd. De vergadering gaat hiermede accoord.
Rondvraag.
De heer van 't Hek deelt mede, dat een commissionair in planten uit Aalsmeer, een zekere Goud, thans in West met bloemen vent, terwyl deze persoon in 1933 niet van het venten te Amsterdam zyn beroep zou hebben gemaakt. Hy zou eerst onlangs een ventvergunning hebben gekregen.
De heer De Haer deelt, na onderzoek, mede, dat genoemde Goud reeds sedert 1 September 1934 in het bezit van een ventvergunning is.
De heer Presser vraagt of ten Raadhuize de gedragslyn nog wordt gevolgd, dat personen, die nà 1 Januari 1935 een ventvergunning aanvroegen, worden afgewezen?
De Voorzitter bevestigt dit. Alleen in byzondere gevallen wordt sedert 1 Januari 1935 een ventvergunning verstrekt.
De vergadering wordt hierna gesloten. Dit document verslaat een discussie over de regulering van straathandel (venten) in Amsterdam tijdens de crisisjaren. De kernpunten zijn:
- Legalisering van illegale standplaatsen: Er is een voorstel om 'clandestiene' (illegale) venters een vaste standplaats te geven om zo het totale aantal venters op straat te beperken.
- Kritiek op de uitvoering: De heer Seegers uit zijn zorgen over de rechtvaardigheid hiervan. Hij wijst erop dat het simpelweg legaliseren van een illegale plek de 'legale' venters in die buurt kan benadelen (omdat zij dan op afstand moeten blijven volgens de verordening), terwijl de illegale venter niet noodzakelijkerwijs de meeste rechten (zoals anciënniteit) heeft. Hij pleit voor commissie-overleg bij elke toewijzing.
- Beperkingsbeleid: Uit de rondvraag blijkt een streng ontmoedigingsbeleid. De gemeente Amsterdam is per 1 januari 1935 gestopt met het verlenen van nieuwe ventvergunningen, behalve in uitzonderlijke gevallen. Dit duidt op een poging om de overvolle markt van straatverkopers te saneren.
- Individuele casus: Er wordt specifiek navraag gedaan naar een zekere heer Goud uit Aalsmeer, waarbij gecontroleerd wordt of zijn vergunning wel volgens de regels is verstrekt. Tijdens de Grote Depressie van de jaren '30 zochten veel werklozen hun toevlucht in de kleinschalige straathandel (het venten met bloemen, groenten of andere waren). Dit leidde tot een enorme toename van venters in de grote steden, wat zorgde voor overlast en oneerlijke concurrentie voor de gevestigde winkeliers.
Gemeenten zoals Amsterdam probeerden dit te beheersen middels strenge 'Ventverordeningen'. De documentatie van de besluitvorming rondom deze vergunningen geeft een goed beeld van hoe de overheid enerzijds de openbare orde en de economie probeerde te reguleren en anderzijds te maken kreeg met de sociale problematiek van mensen die probeerden het hoofd boven water te houden. De datum 1 januari 1935 markeert hier een duidelijk kantelpunt naar een 'gesloten' vergunningenstelsel. De Haer (De heer) Presser vraagt (De heer) Seegers stelt (De heer) Seegers uit (De heer) Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie