Getypte notulen van een vergadering (waarschijnlijk van een commissie binnen de Joodsche Raad voor Amsterdam of een daaraan gerelateerd overlegorgaan).
Origineel
Getypte notulen van een vergadering (waarschijnlijk van een commissie binnen de Joodsche Raad voor Amsterdam of een daaraan gerelateerd overlegorgaan). Onbekend op basis van dit fragment, maar de spelling en context duiden op de vroege jaren 1940 (tijdens de Duitse bezetting). 2.
De heer Seegers is tegen het weigeren van toegang tot de Centrale Markt
aan venters,die ventschuld hebben.
De heer van 't Hek is tegen.
De heer Neeter is voor.
De heer Presser is voor.
De heer Cohen is voor.
Het standpunt van den Voorzitter wordt dus door de meerder-
heid der Commissie gedeeld.
De heer Presser motiveert zyn stem door te zeggen,dat ten aanzien van de
elementen,die niet aan hun verplichtingen,voortvloeiende
uit de Ventverordening,willen voldoen en daarmede de bona
fide venters,die zulks wel doen,benadeelen,afdoende maat-
regelen noodzakelyk zyn om te voorkomen,dat zy clandestien
het ventersberoep uitoefenen.
De Voorzitter stelt vervolgens punt 4 der agenda aan de
orde:
<u>brief Wethouder voor de Levensmiddelen inzake de vraag,of,</u>
<u>wanneer een houder van een vaste standplaats- en van een</u>
<u>ventvergunning zyn financieele verplichtingen ten aanzien</u>
<u>van een dier vergunningen niet is nagekomen,waardoor de</u>
<u>betreffende vergunning werd ingetrokken,de andere vergunning</u>
<u>dan eveneens behoort te worden ingetrokken.</u>
De Commissie is unaniem van oordeel,dat een dergelyk ver-
band tusschen vent- en standplaatsvergunning niet behoort
te worden gelegd.
De Voorzitter stelt voor,de behandeling van punt 5 der
agenda uit te stellen tot de volgende vergadering.
Aldus wordt besloten.
De Voorzitter stelt vervolgens punt 6 der agenda aan de
orde:
<u>brief Venters- en Marktkoopliedenvereeniging " Ons Belang"</u>
<u>inzake het uitgeven door Burgemeester en Wethouders van</u>
<u>vaste standplaatsen aan venters,die voortdurend clande-</u>
<u>stien een vaste standplaats innemen.(den leden in afschrift</u>
<u>gezonden).</u> Dit document geeft een inkijkje in de administratieve en ethische beraadslagingen over de uitoefening van straathandel in een gespannen maatschappelijke context.
- Strafmaatregelen bij schulden: Er is een stemming over het uitsluiten van de Centrale Markt voor venters met schulden. De meerderheid stemt voor. De motivering van de heer Presser is interessant: hij ziet het handhaven van de regels als een bescherming van de "bona fide" handelaars tegen oneerlijke concurrentie door mensen die de "Ventverordening" ontduiken.
- Juridische ontkoppeling van vergunningen: Bij punt 4 neemt de commissie een milder, unaniem standpunt in. Zij vinden dat het verliezen van één soort vergunning (bijvoorbeeld voor een vaste standplaats) door wanbetaling niet automatisch mag leiden tot het intrekken van een andere vergunning (bijvoorbeeld de algemene ventvergunning). Dit getuigt van een streven om de bestaanszekerheid van de handelaren niet onnodig volledig te vernietigen.
- Clandestiene handel: Punt 6 bespreekt een verzoek van de vereniging "Ons Belang". Het gaat hier om de paradoxale situatie waarbij gezocht wordt naar een manier om "clandestiene" (illegale) standplaatshouders te regulariseren door hen officiële standplaatsen toe te kennen. De namen van de aanwezigen (met name de heren Cohen en Presser) en de onderwerpen wijzen zeer sterk in de richting van de Joodsche Raad voor Amsterdam. David Cohen was medevoorzitter van deze raad en Jacques Presser (de latere historicus) was er in de beginperiode werkzaam.
Tijdens de Duitse bezetting werden Joodse Amsterdammers steeds verder geïsoleerd. Velen van hen waren van oudsher werkzaam in de straathandel en op markten. De Joodsche Raad had speciale afdelingen (zoals de Afdeeling Economische Zaken of de Marktcommissie) die de belangen van deze groep moesten behartigen bij de gemeente, terwijl ze tegelijkertijd verantwoordelijk waren voor de orde en handhaving binnen de Joodse gemeenschap onder toezicht van de bezetter. Het document illustreert de bureaucratische werkelijkheid waarin getracht werd binnen strikte verordeningen nog enige economische ruimte voor de getroffenen te behouden of te reguleren. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" waarnaar verwezen wordt, was een gemeentelijke functie die cruciaal was voor de voedselvoorziening in oorlogstijd.