Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 230
Dossier 75
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt verslag van een vergadering of notulen.

Origineel

Getypt verslag van een vergadering of notulen. 8.

Onder ten 9^e van de voorwaarden, verbonden aan de ventver-
gunning is bepaald, dat niet gevent mag worden indien het
verschuldigde ventgeld niet is voldaan, terwyl artikel 11
lid 1 der Ventverordening bepaalt, dat hy die handelt in
stryd met, of niet nakomt de voorwaarden, verbonden aan een
vergunning, hem overeenkomstig de Ventverordening verleend,
wordt geacht te hebben gehandeld zonder vergunning.
Een venter, die wordt geacht te handelen zonder ver-
gunning, handelt zonder vergunning en is dus geen venter;
met andere woorden: hy mist de qualiteit om hem toegang tot
de Centrale Markt te verleenen.
De heer Seegers verklaart, dat hy van den Wethouder voor de Levensmiddelen
reeds mondeling en schriftelyk de mededeeling ontving, dat
de Wethouder het standpunt van spreker volkomen kan deelen.
Het is dus onjuist, dat Marktwezen venters met ventschuld
den toegang tot de Centrale Markt ontzegt. Spreker is het
met den Voorzitter eens, dat een venter, wiens ventvergunning
is ingetrokken, den toegang tot de Centrale Markt wordt ge-
weigerd. Zoolang de venter echter in het bezit van een vent-
vergunning is, ook al is hy met de betaling achter, heeft men
niet het recht om hem als kooper den toegang tot de Centrale
Markt te weigeren. Deze venter komt niet op de Centrale Markt
om te venten. Optreden kan men tegen dezen man pas in de stad,
wanneer hy vent en dus de Ventverordening overtreedt. Boven-
/naast ven- dien zyn vaak de venters /ook marktkoopman of standplaats-
ter houder. Al verliezen zy dan de qualiteit als venter, dan be-
houden zy deze toch nog als marktkoopman of standplaatshouder
en moeten zy toch tot de Centrale Markt worden toegelaten.
De Secretaris wyst den heer Seegers erop, dat de consequentie van zyn stand-
punt beteekent, dat inplaats van de soepelheid met intrekken
van thans (het duurt immers 4 à 5 maanden eer de ventver-
gunning wordt ingetrokken) men een veel spoediger intrekking
der ventvergunning zal gaan bevorderen.
De heer Seegers handhaaft desondanks zyn standpunt.
De Voorzitter brengt punt 3 der agenda in stemming. De kern van dit document is een juridisch-bestuurlijk meningsverschil over de definitie van een 'venter' en de daaruit voortvloeiende toegangsrechten tot de Centrale Markt.

  • Het formele standpunt (paragraaf 1 & 2): Er wordt geredeneerd dat een venter die zijn precario (ventgeld) niet betaalt, de voorwaarden van zijn vergunning overtreedt. Volgens de verordening wordt hij dan geacht 'zonder vergunning' te werken. Als hij geen vergunning heeft, is hij juridisch gezien geen venter meer en verliest hij dus het recht op toegang tot de markt.
  • Het standpunt van De heer Seegers: Seegers pleit voor een praktischer en minder rigide interpretatie. Hij stelt dat zolang een vergunning niet officieel is ingetrokken, de persoon nog steeds toegang moet hebben, al is het maar in de hoedanigheid van 'koper' of omdat de persoon ook een andere rol heeft (marktkoopman). Hij vindt dat handhaving pas moet plaatsvinden op het moment van het daadwerkelijke venten in de stad, niet aan de poort van de markt.
  • De reactie van de Secretaris: De Secretaris waarschuwt voor de praktische gevolgen van Seegers' standpunt. Als de toegang niet geweigerd kan worden bij een betalingsachterstand, zal de gemeente gedwongen zijn om vergunningen veel sneller officieel in te trekken (binnen dagen in plaats van maanden) om de controle te behouden. Dit verslag geeft een inkijkje in het stedelijk beheer van de handel in het begin van de 20e eeuw in Nederland (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de referentie naar de "Centrale Markt"). De "Ventverordening" was een belangrijk instrument om de straathandel te reguleren.

De discussie illustreert de frictie tussen de bureaucratische regels en de complexe realiteit van kleine handelaren die vaak verschillende rollen tegelijk vervulden (venter én marktkoopman). Ook toont het de rol van de 'Wethouder voor de Levensmiddelen', een functie die vooral tijdens en na de Eerste Wereldoorlog van groot belang was voor de stedelijke voedselvoorziening en marktregulering. De handgeschreven toevoeging "/naast venter" suggereert dat men nauwkeurig wilde vastleggen dat deze handelaren meerdere hoedanigheden konden hebben.

Samenvatting

De kern van dit document is een juridisch-bestuurlijk meningsverschil over de definitie van een 'venter' en de daaruit voortvloeiende toegangsrechten tot de Centrale Markt.

  • Het formele standpunt (paragraaf 1 & 2): Er wordt geredeneerd dat een venter die zijn precario (ventgeld) niet betaalt, de voorwaarden van zijn vergunning overtreedt. Volgens de verordening wordt hij dan geacht 'zonder vergunning' te werken. Als hij geen vergunning heeft, is hij juridisch gezien geen venter meer en verliest hij dus het recht op toegang tot de markt.
  • Het standpunt van De heer Seegers: Seegers pleit voor een praktischer en minder rigide interpretatie. Hij stelt dat zolang een vergunning niet officieel is ingetrokken, de persoon nog steeds toegang moet hebben, al is het maar in de hoedanigheid van 'koper' of omdat de persoon ook een andere rol heeft (marktkoopman). Hij vindt dat handhaving pas moet plaatsvinden op het moment van het daadwerkelijke venten in de stad, niet aan de poort van de markt.
  • De reactie van de Secretaris: De Secretaris waarschuwt voor de praktische gevolgen van Seegers' standpunt. Als de toegang niet geweigerd kan worden bij een betalingsachterstand, zal de gemeente gedwongen zijn om vergunningen veel sneller officieel in te trekken (binnen dagen in plaats van maanden) om de controle te behouden.

Historische Context

Dit verslag geeft een inkijkje in het stedelijk beheer van de handel in het begin van de 20e eeuw in Nederland (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de referentie naar de "Centrale Markt"). De "Ventverordening" was een belangrijk instrument om de straathandel te reguleren.

De discussie illustreert de frictie tussen de bureaucratische regels en de complexe realiteit van kleine handelaren die vaak verschillende rollen tegelijk vervulden (venter én marktkoopman). Ook toont het de rol van de 'Wethouder voor de Levensmiddelen', een functie die vooral tijdens en na de Eerste Wereldoorlog van groot belang was voor de stedelijke voedselvoorziening en marktregulering. De handgeschreven toevoeging "/naast venter" suggereert dat men nauwkeurig wilde vastleggen dat deze handelaren meerdere hoedanigheden konden hebben.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Meyer Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaf-fing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A Boumeester Waterlooplein
A. Bouwmeester Uilenburg bezet thans reeds sedert 9 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel
A. Bouwmeester meerdere Bezet thans reeds sedert 9 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Hagenaar Waterlooplein
Aron Vogel meerdere Reeds voorgesteld d.d. 4-9-1939 no. 17/2/5 M. Rapport Dir. M.S. d.d. 2 October 1939 advies: plaats aanhouden; Vogel gaat bij eenige opleving weder staan; is echter nimmer verschenen.
Aron Vogel Waterlooplein 21/1 39
Abraham Prins Waterlooplein 27/2 39
B.F. Reinen Waterlooplein Idem. Advies: 4 maanden gevangenis; komt daarna weer op de markt; is echter niet verschenen.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
B.J. van Straten meerdere Bezet thans reeds sedert 10 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel is 66 jaar en ziek.
B.J. van Straten meerdere bezet thans reeds sedert 10 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel; is 66 jaar en ziek.
B. Kloos Uilenburg heeft geen kans thans op de markten zijn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
Benjamin Schelvis Waterlooplein 15/1 40
C Bleekrode-Kinsbergen Waterlooplein
C. Prins Waterlooplein 18/1 40
M.C.A. Renes meerdere Is 68 jaar; wil in steun blyven.
C. Renes meerdere is 69 jaar; wil in steun blijven.
C.E. Molenaars Waterlooplein 21/12 39 sg
C. van Bambergen Waterlooplein
D.A. Overmars Waterlooplein 23/12 39
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2