Getypt ambtelijk rapport/memorandum betreffende marktvergunningen.
Origineel
Getypt ambtelijk rapport/memorandum betreffende marktvergunningen. Omstreeks juli/augustus 1940 (gebaseerd op interne datering "23 Juli 1940" en "29 Augustus a.s."). H.P.A.van Hofwegen, Gerard Douplein 5, M.S.78139.
De man is vroeger bedrijfsleider geweest van een waschverzending te Rotterdam en te 's-Gravenhage, dreef later een waschverzending voor eigen rekening, welke hij wegens ~~wak~~ achteruitgang aan den kant moest doen. Daarna dreef betrokkene een zaak in gramafoonplaten, radio etc., aan het adres Van Hillegaerstraat 86 en had aarbij ook nog een rijwielstalling. Toen zich in zijn omgeving een zeer goedkoope rijwielstalling vestigde, raakte belanghebbende zijn pl. 200 stallingen geleidelijk kwijt, welke ongeveer de huur van ƒ 20,- per week dekte. De zaak moest worden opgeheven en met zijn voorraad van plm.1000 platen ging de man op de markten staan. Door te geringe verdiensten kon niet voor aanvulling worden gezorgd en raakte men door de voorraad heen. Wel probeerde hij nog met den verkoop van 2e handsch boeken, damesceintuurs, etc. de verdiensten op te voeren, doch hoewel dezerzijds een enkele maal handelsgeld werd verstrekt, kon de man zich niet als marktkoopman handhaven. Sedert October 1939 wordt nu steun verleend, belanghebbende is niet als een bonafide marktkoopman te beschouwen, tegen intrekking van zijn vergunning is geen bezwaar.
E.de Wolf, Transvaalkade 111, M.S.115647.
De man handelde in ongeregelde goederen, 2e handsch meubelen, etc. geniet ondersteuning sedert September 1939. Betrokkene deelde mede thans geen kans te zien op de markten iets te verdienen. Zijn handel was steeds van dien aard, dat geen vaste plaats noodig is, veel maakte hij van zijn plaatsen toch geen gebruik. Aangezien belanghebbende ook zonder vaste marktplaats zijn beroep kan uitoefenen, is tegen intrekking van zijn vergunning geen bezwaar.
M.van Praag, Transvaalkade 111, M.S.115732.
Belanghebbende handelde in fruit, geniet steun sedert 6 maanden. De man wordt op 29 Augustus a.s. met handelsgeld afgevoerd en gaat dan zijn plaats weer innemen.
Moffie-Zwaaf, Zwanenburgwal 14 A, M.S.52135.
Volgens attest van den G.G.D.zou het gezinshoofd, wegens slecht gezichtsvermogen, als venter niet meer geschikt zijn. Thans wordt nagegaan, of de mogelijkheid bestaat betrokkene in een blindeninrichting te plaatsen. De vrouw had een marktplaatsvergunning, omdat nu steun aan het gezin wordt verleend, kan zij haar plaats niet bezetten.
In afwachting van het onderzoek omtrent al of niet plaatsing in bovengenoemde inrichting, wordt geadviseerd, de beslissing over de vergunning nog aan te houden.
G.Lemke, Bestevaerstraat 95, M.S.152189
Verwezen kan worden naar mijn schrijven d.d. 23 Juli jl. waarin geadviseerd werd de vergunning niet in te trekken.
B.J.Reinen, Van Beuningenstraat 130, M.S.180929.
Verwezen kan worden naar mijn schrijven d.d. 23 Juli 1940, waarin geadviseerd werd de vergunning in te trekken.
W.L.v.d.Steen, Schimmelstraat 22, M.S.135466.
Als bij B.J.Reinen. * Economische Context: Het document schetst een beeld van de precaire economische situatie van kleine handelaren aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De overgang van een vaste winkel (zoals bij Van Hofwegen) naar de markthandel wordt gepresenteerd als een noodgreep die niet altijd succesvol was.
* Bureaucratische Controle: Er is een duidelijke koppeling tussen het recht op een marktvergunning en de mate waarin iemand financieel zelfstandig is. Het ontvangen van "steun" (sociale uitkering) was vaak een reden om de vergunning in te trekken, tenzij men met "handelsgeld" (een lening of kapitaal voor handelaren) weer aan de slag kon.
* Medische Aspecten: De casus Moffie-Zwaaf toont aan dat ook de gezondheidstoestand (gecontroleerd door de G.G.D.) een rol speelde bij de beoordeling of iemand nog in staat was het beroep van venter of marktkoopman uit te oefenen.
* Terminologie: "M.S." staat hoogstwaarschijnlijk voor "Marktwezen Stamboeknummer". "Jl." staat voor "jongstleden". De term "bonafide marktkoopman" wordt hier gebruikt in de zin van iemand die daadwerkelijk een levensvatbaar bedrijf kan voeren op de markt. Dit document stamt uit de periode van de vroege bezetting in Nederland. De genoemde locaties (o.a. Transvaalkade en Zwanenburgwal) bevonden zich in wijken met een van oudsher grote Joodse populatie. Namen als "Van Praag" en "Moffie-Zwaaf" bevestigen dat dit rapport (mede) betrekking heeft op Joodse marktkooplieden. In 1940 en 1941 werden de regels voor Joodse marktkooplui steeds strenger, wat uiteindelijk leidde tot het volledig verbannen van Joden van de reguliere markten. Hoewel dit document zich strikt zakelijk richt op economische gronden en sociale steun, vormt het een radertje in de administratieve vastlegging van de bestaansmiddelen van deze beroepsgroep vlak voor of tijdens de escalatie van de anti-Joodse maatregelen.