Getypt ambtelijk rapport/adviesbrief.
Origineel
Getypt ambtelijk rapport/adviesbrief. 2 augustus 1940. Waarschijnlijk een ambtenaar of afdeling rapporterend aan de Wethouder Marktwezen. Antwoord schrijven Wethouder Marktwezen d.d. 2 Augustus 1940.
No.152 L.M.1939.
A. Bouwmeester, 2e Tuindwarsstraat 14, M.S.80374.
Betrokkene werd op 1 Augustus 1940 afgevoerd met handelsgeld en heeft zijn marktplaats inmiddels weer bezet.
A. van Eysden, Hembrugstraat 114, M.S.47003
Genoot ondersteuning tot 30 Maart 1940 en is thans werkzaam in de werk-verschaffing nabij Amersfoort. De man bezit geen bepaalde vakkennis en voorzag voorheen steeds als marktkoopman in het gezinsonderhoud. Hij handelde 't laatst in dasbinders, welke hij zelf vervaardigde. Na afloop van het werk is de mogelijkheid niet uitgesloten, de kans is zelfs groot, dat belanghebbende zijn handel weer opneemt, zoodat het niet wenschelijk is de vergunning in te trekken.
J. Klaverstijn, St. Willibrordusstraat 87 M.S.147052.
De man handelde in gerookte visch; is tevens vischrooker. Als regel kan hij in eigen onderhoud voorzien; daar de handel in gerookte visch slecht was werd ingaande December 1939 steun verleend, sedert Juni 1940 werkt betrokkene in de werkverschaffing. Ook thans is de handel nog niet goed te noemen, wanneer de toestand meer normaal wordt, kan de man evenwel zeker in staat geacht worden in het gezinsonderhoud te voorzien en is het dus niet gewenscht de vergunning in te trekken.
B. Kloos, Korte Houtstraat 2, M.S.58059.
Handelde in haring, geen aanverwante artikelen. De aanvoer van haring is practisch nihil, wanneer deze weer normaal wordt gaat de man de stand-plaatsen weer bezetten. Intrekking van de vergunningen is niet gewenscht.
P. Laterveer, Albert Cuypstraat 202, M.S.167861.
Geniet eerst steun sedert October 1939. Hij handelde in haring, is nu reeds 72 jaar en ook wanneer de aanvoer weer normaal zou worden, zouden de standplaatsen, in verband met zijn gevorderde leeftijd, niet meer ingenomen kunnen worden. Tegen intrekking van de vergunning is dezer-zijds geen bezwaar.
Mej. C.C.C. Renes, Weteringstraat 20, M.S.167029.
De vrouw is reeds 74 jaar, niet meer in staat te achten in eigen onder-houd te voorzien. Tegen intrekking van de vergunning is geen enkel be-zwaar.
J. Rooselaar, Albert Cuypstraat 118, M.S.36730.
't Gezinshoofd is blijvend invalide, zoodat tegen intrekking van de ver-gunning geen bezwaren zijn.
G.J. van Straten, Oude Schans 86, M.S.167833.
De man handelde steeds in manufacturen, geniet door achteruitgang van zijn handel sedert September 1939 steun. Omdat betrokkene geruimen tijd niets van zijn leveranciers betrok is het hem thans, ook al door de distributiemaatregelen, niet mogelijk handel te koopen. Hij is bijna 66 jaar en heeft ouderdomsgebreken, zoodat het ook in de toekomst niet waarschijnlijk is te achten, dat de man weer in eigen onderhoud kan voor-zien. Tegen intrekking van de vergunning is geen bezwaar.
Ph. Wilms, Egelantiersstraat 180, M.S.8204.
Belanghebbende is stokdoof en niet meer als marktkoopman geschikt. Tegen intrekking van zijn vergunning zijn geen bezwaren. Dit document is een ambtelijke inventarisatie van marktkooplieden die op dat moment (augustus 1940) een vergunning hebben maar deze mogelijk niet (kunnen) gebruiken. Per persoon wordt een korte sociaaleconomische status gegeven om te bepalen of de vergunning ingetrokken kan worden of behouden moet blijven.
De criteria die worden gehanteerd voor het intrekken van de vergunning zijn:
1. Ouderdom: Personen boven de 70 (Laterveer, Renes) worden als niet meer in staat geacht te werken.
2. Gezondheid/Handicap: Blijvende invaliditeit (Rooselaar) of doofheid (Wilms) zijn redenen om de vergunning te beëindigen.
3. Economische zelfstandigheid: Als iemand in de "werkverschaffing" (werkloosheidsprojecten) zit maar in de toekomst weer zelfstandig kan worden (Van Eysden, Klaverstijn), wordt geadviseerd de vergunning te behouden.
4. Marktomstandigheden: Bij een tijdelijk tekort aan aanvoer (zoals haring bij Kloos) wordt de handelaar de kans geboden te wachten op betere tijden. Het document is gedateerd op 2 augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De administratie van Amsterdam probeert de marktregisters op te schonen. Het is een periode van grote onzekerheid: er zijn al "distributiemaatregelen" (rantsoenering) van kracht die de handel bemoeilijken.
Opvallend zijn de adressen, die zich bevinden in typische Amsterdamse volks- en marktwijken zoals de Albert Cuypstraat, de Jordaan (2e Tuindwarsstraat, Egelantiersstraat) en de oude Joodse buurt (Oude Schans). De afkorting "M.S." bij de nummers staat zeer waarschijnlijk voor "Maatschappelijke Steun", wat aangeeft dat deze personen geregistreerd stonden bij de gemeentelijke sociale dienst. Het document biedt een inkijkje in de overgang van de crisisjaren '30 naar de oorlogsjaren, waarin de overheid streng toezag op wie wel of niet recht had op een economische standplaats.