Archiefdocument
Origineel
Bew. Mr. de Raaf
extra
vP/HG.
20/15/2 M.
18 April 1940.
Mej. Mr. L.C. Mazirel,
Frederiksplein 1 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 4.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 dezer bericht ik U, dat bij contrôle niet is gebleken, dat L. Brandon ook thans nog marktplaatsen hier ter stede bezet. Zou hij echter losse marktplaatsen innemen, dan is de mogelijkheid niet uitgesloten, dat dit bij contrôle niet blijkt.
De Directeur, Het betreft een zakelijke, ambtelijke brief gericht aan advocate Lau Mazirel. De kern van de brief is een mededeling over de resultaten van een controle naar de activiteiten van een zekere L. Brandon op de Amsterdamse markten. De instantie laat weten dat er geen bewijs is gevonden dat Brandon vaste marktplaatsen bezet, maar erkent dat hij mogelijk wel "losse" (niet-vaste) standplaatsen inneemt, wat lastiger te controleren is. De toon is afstandelijk en feitelijk. Dit document is historisch interessant vanwege de geadresseerde: Lau Mazirel (1907-1974). Zij was een vooraanstaand advocate en later een belangrijke verzetsstrijdster die zich inzette voor kwetsbare groepen zoals Joden en de Sinti- en Roma-gemeenschappen.
De brief is geschreven in april 1940, minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland. De naam Brandon is een bekende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam. Het is zeer waarschijnlijk dat Mazirel als advocate optrad voor de heer Brandon, mogelijk in een geschil over zijn bestaansmiddelen of vergunningen. In deze periode nam de bureaucratische druk op minderheidsgroepen al toe. Dit stukje correspondentie getuigt van de manier waarop de overheid marktactiviteiten monitorde en hoe Mazirel haar juridische vaardigheden inzette voor individuele burgers in de stad. L. Brandon L.C. Mazirel