Archiefdocument
Origineel
13 december 1940 GEMEENTE AMSTERDAM
[onderstreept]
No. 1201. OPENBARE KENNISGEVING
[onderstreept]
Sluitingsuur markten.
[onderstreept]
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam brengen ter openbare kennis van marktbezoekers en marktkooplieden, dat de markten hier ter stede, in verband met de verduisteringsmaatregelen, uiterlijk een half uur vóór zonsondergang door de marktkooplieden moeten zijn ontruimd.
Derhalve moeten de markten in de week van 16 tot en met 21 December a.s. uiterlijk om 17 uur zijn ontruimd.
Amsterdam, 13 December 1940.
EL
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
KROPMAN
Weth.
de Secretaris,
J.F. FRANKEN
l.s.
[Handgeschreven aantekeningen in rood en blauw/zwart onderaan het document:]
20/31/10
(23-20 Md).
16/12/40 [paraaf] Dit document is een officiële bekendmaking van het Amsterdamse gemeentebestuur uit de eerste winter van de Duitse bezetting. De kern van de boodschap is een beperking van de handelstijden op de openbare markten. Vanwege de oorlogsomstandigheden moesten steden volledig verduisterd zijn om navigatie door geallieerde bommenwerpers te bemoeilijken.
De maatregel dwingt marktkooplieden om hun kramen uiterlijk een half uur voor zonsondergang volledig te hebben ontruimd. Voor de specifieke week van 16 tot 21 december 1940 wordt dit vastgesteld op 17:00 uur. Dit suggereert een strikte handhaving van de openbare orde en veiligheid volgens de richtlijnen van de bezetter en het vigerende Nederlandse bestuur.
Het document is ondertekend door wethouder Kropman (waarschijnlijk E.J. Kropman) en de (loco-)secretaris J.F. Franken. De handgeschreven aantekeningen onderaan zijn administratieve kenmerken, waarschijnlijk toegevoegd door een archivaris of ambtenaar voor de dossiervorming (gedateerd op 16 december 1940). Ten tijde van dit schrijven, december 1940, bevond Nederland zich ruim een half jaar onder Duitse bezetting. Hoewel het dagelijks leven in deze fase voor sommigen nog een schijn van normaliteit vertoonde, werden de beperkingen van de oorlog steeds zichtbaarder.
De "verduistering" (blackout) was een van de meest ingrijpende maatregelen voor het publieke leven. Straatverlichting bleef uit, ramen moesten met zwart papier of dikke gordijnen worden afgedekt, en voertuigen mochten slechts minimale verlichting voeren. Voor de markten, die vaak een centrale sociale en economische functie hadden, betekende dit een kortere werkdag en een race tegen de klok om voor de duisternis alles opgeruimd te hebben. Het overtreden van verduisteringsvoorschriften werd streng gestraft. Documenten zoals deze laten zien hoe de lokale bureaucratie fungeerde als doorgeefluik voor de dwingende realiteit van de oorlog.