Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 310
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte beschouwing of rapportage met handgeschreven correcties.

Origineel

Getypte beschouwing of rapportage met handgeschreven correcties. DE VERPLICHTINGEN DER VOORKEURSKAARTHOUDERS EN VASTE-PLAATSHOUDERS.

Om in het bezit te blijven van de vaste plaats of van de voorkeurskaart is de koopman verplicht minstens twee dagen per week op dagmarkt, behalve in de Dapperstraat, waar met éénmaal per week kan worden volstaan, de dagmarkt te bezoeken. Onder marktdag wordt bedoeld, de tijd, die ligt tusschen het begin der markt en 3 uur n.m., behalve op de Lindengracht, waar tot 12 uur n.m. als voldoende bezetting wordt gerekend. Bovendien verliest de koopman o.m. het recht op een plaats, wanneer hij langer dan drie achtereenvolgende maanden zijn plaats niet kan bezetten wegens ziekte of langer dan zes achtereenvolgende maanden steun geniet, in welken tijd hij zijn plaats niet mag bezetten, wanneer hij in een ziekenhuis is opgenomen of zijn militaire plichten vervult, eveneens wanneer hij meer dan drie weken marktgeld verschuldigd is. Zooals de lezer ziet, is technisch en administratief de regeling der plaatsen puik in orde.

Toch kleven aan het bovenomvatte systeem grove fouten, die ik nader zal toelichten. De eerste vragen die gesteld moeten worden zijn m.i.:
1. Welke taak dient de markt als geheel in het distributiewezen te vervullen?
2. Dient het individueel belang der marktkoopman boven dat der volksgemeenschap gesteld te worden?
3. Is een te ver doorgevoerde tegemoetkomendheid der overheid aan een groep kooplieden schadelijk voor de overige kooplieden?

Als deze drie vragen met "ja" beantwoord worden, dan zal het noodzakelijk zijn, dat de overheid een ander standpunt in gaat nemen.

Een straatmarkt is een groot openluchtwarenhuis, waar in elke afdeeling (d.i. op de marktplaats) met behoud van persoonlijke en zekere handelsvrijheid de distribuant op behoorlijke wijze het publiek van eetwaren en huishoudelijke e.d. artikelen voorziet. Een eerste eisch is, dat de distribuant dagelijks zijn afdeeling, ten behoeve van het publiek, doch niet ~~minder~~ [handgeschreven boven tekst: meer? / in marge: blijkbaar: niet minder] ten behoeve zijner vakgenooten met zijn geëigende artikelen openhoudt.

Het openluchtwarenhuis dient een ondeelbaar geheel te zijn, waar het koopend publiek zich in thuisvoelt en als het ware in een voor onze begrippen gewoon warenhuis zijn weg weet te vinden. Reinheid, orde, tucht, service en kameraadshhapsgevoel [sic] behoort daar te zijn.

Wat komt echter in de practijk hiervan terecht?

[In de marge handgeschreven: blijkbaar: Is er een groep]
B. Op één der grootste straatmarkten, de Alb. Cuypstraat bijv. is één [tussenvoeging: groep] kooplieden, hoofdzakelijk die der levensmiddelen en bloemen, die vrijwel elken dag haar plaats bezet. Een andere groep is er, gelukkig een kleine, die alleen tracht het beste van de markt af te roomen, door hoofdzakelijk op Zaterdagen haar plaats te bezetten. * Inhoud: Het document bekritiseert de huidige regelgeving voor marktkooplieden. Hoewel de administratieve regels (zoals aanwezigheidsplicht en betaling) op orde lijken, stelt de auteur dat het systeem morele en economische gebreken vertoont.
* Kernbetoog: De auteur ziet de markt als een "openluchtwarenhuis" met een publieke functie. Hij hekelt "parttime" kooplieden die alleen op drukke dagen (zaterdagen) verschijnen om "de markt af te roomen", terwijl de vaste kern (levensmiddelen en bloemen) de markt dagelijks draaiende houdt.
* Stijl en Correcties: De tekst is zakelijk maar kritisch. De handgeschreven correcties in de marge wijzen op een redactionele fase; de schrijver of een corrector merkt op dat bepaalde zinsconstructies ("is één kooplieden") grammaticaal niet kloppen en suggereert verbeteringen ("is er een groep").
* Opvallend: Het woord "kameraadshhapsgevoel" bevat een typfout (dubbele 'h'). Het gebruik van het woord "volksgemeenschap" is typerend voor het corporatistische of ideologische denken van de jaren '30 en '40. Dit document past in de context van de professionele organisatie van de Amsterdamse markten. Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog was het "distributiewezen" (de verdeling van schaarse goederen) een cruciaal overheidsthema. De discussie over het belang van de "volksgemeenschap" boven het "individueel belang" suggereert een tijdsgeest waarin collectieve verantwoordelijkheid en strakke ordening centraal stonden. De genoemde markten (Dapperstraat, Lindengracht, Albert Cuyp) zijn tot op de dag van vandaag de belangrijkste markten van Amsterdam, wat dit document een belangrijke historische bron maakt voor de sociaal-economische geschiedenis van de stad.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document bekritiseert de huidige regelgeving voor marktkooplieden. Hoewel de administratieve regels (zoals aanwezigheidsplicht en betaling) op orde lijken, stelt de auteur dat het systeem morele en economische gebreken vertoont.
  • Kernbetoog: De auteur ziet de markt als een "openluchtwarenhuis" met een publieke functie. Hij hekelt "parttime" kooplieden die alleen op drukke dagen (zaterdagen) verschijnen om "de markt af te roomen", terwijl de vaste kern (levensmiddelen en bloemen) de markt dagelijks draaiende houdt.
  • Stijl en Correcties: De tekst is zakelijk maar kritisch. De handgeschreven correcties in de marge wijzen op een redactionele fase; de schrijver of een corrector merkt op dat bepaalde zinsconstructies ("is één kooplieden") grammaticaal niet kloppen en suggereert verbeteringen ("is er een groep").
  • Opvallend: Het woord "kameraadshhapsgevoel" bevat een typfout (dubbele 'h'). Het gebruik van het woord "volksgemeenschap" is typerend voor het corporatistische of ideologische denken van de jaren '30 en '40.

Historische Context

Dit document past in de context van de professionele organisatie van de Amsterdamse markten. Tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog was het "distributiewezen" (de verdeling van schaarse goederen) een cruciaal overheidsthema. De discussie over het belang van de "volksgemeenschap" boven het "individueel belang" suggereert een tijdsgeest waarin collectieve verantwoordelijkheid en strakke ordening centraal stonden. De genoemde markten (Dapperstraat, Lindengracht, Albert Cuyp) zijn tot op de dag van vandaag de belangrijkste markten van Amsterdam, wat dit document een belangrijke historische bron maakt voor de sociaal-economische geschiedenis van de stad.

Gerelateerde Documenten 2