Getypt informatief document / Reglementaire toelichting.
Origineel
Getypt informatief document / Reglementaire toelichting. DE AMSTERDAMSCHE MARKTKOOPMAN EN ZIJN VERHOUDING TOT DE AMSTERDAMSCHE MARKTEN.
Als een der belangrijkste factoren om marktkoopman te worden is het verzekerd zijn van een marktplaats te beschouwen. In korte trekken komen de volgende vraagstukken voor den adspirant-marktkoopman naar voren:
1. Hoe kom ik aan een vaste marktplaats?
2. Hoe krijg ik een betere plaats.
Antwoord:
Een adspirant-koopman begint, om zich te laten inschrijven op een sollicitantenlijst, welke gedeponeerd is voor elke markt in Amsterdam op het hoofdkantoor van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14. Daar wordt hij genoteerd en hem medegedeeld, onder welk nummer hij sollicitant is geworden, benevens de datum en het uur van inschrijving. Deze inschrijving wordt schriftelijk doorgegeven aan de marktmeesters der diverse markten.
Een systeem, waar geen speld tusschen kan.
A. Ingeschreven kunnen alleen worden meerderjarige personen van Nederlandsche nationaliteit, bovendien een groep Duitsche joden, die al jaren de Amsterdamsche markten bezoeken en toestemming van B.& W. hebben gekregen om in dezelfde rechten te deelen als de Nederlanders, één en ander op voorstel van den Directeur van het Marktwezen.
Is een adspirant-koopman nu ingeschreven, dan moet hij wachten, tot er plaatsen beschikbaar komen, daar uit den aard der zaak een markt, wat plaatsruimte betreft, beperkt is. (De Alb. Cuypmarkt heeft bijv. 327 marktplaatsen, die allen toegewezen zijn aan vaste plaatshouders.)
De vaste plaatsen worden niet elken dag door de vaste plaatshouder bezet. Zijn deze plaatsen op een bepaald uur niet door de rechthebbende bezet, (op de Alb. Cuypmarkt bijv. om 10.30 uur en 's Zaterdags om 10 uur) dan komen daarvoor in de eerste plaats in aanmerking die kooplieden met een vaste plaats, die naar hun oordeel minder goed is, terwijl daarna de sollicitanten aan de beurt komen. Dezen worden onderscheiden naar twee groepen, n.l. voorkeurskaarthouders en sollicitanten, ingeschreven op de sollicitantenlijst. De voorkeurskaarthouders zijn in de eerste plaats de reservisten voor de vrijzijnde plaatsen. Hun aantal wordt bepaald door de practijk, daar de bedoeling voorzit, een zoodanig aantal sollicitanten van een voorkeurskaart te voorzien, dat hun dagelijks ook werkelijk een plaats kan worden toegewezen en a.h.w. een vaste kern van invallers ontstaat. De voorkeurskaarthouders worden gerecruteerd uit de sollicitanten. Precies in volgorde hunner inschrijving op de sollicitantenlijst heeft op diverse willekeurige tijdstippen een oproeping plaats. Per post krijgen dan de sollicitanten het bericht thuisgestuurd, om een voorkeurskaart af te halen aan het hoofdkantoor. Doen zij dit niet, dan worden zij zeer terecht van de sollicitantenlijst geschrapt. Dit systeem laat geen bevoorrechting toe, en is af. Uit deze groep wordt, naar volgorde der inschrijving, te zijner tijd de groep vaste-plaatshouder aangevuld. * Inhoud: Het document beschrijft de bureaucratische procedure voor het verkrijgen van een vaste staanplaats op de Amsterdamse markten. Het benadrukt de strikte volgorde van inschrijving en de hiërarchie tussen vaste plaatshouders, voorkeurskaarthouders (reservisten) en algemene sollicitanten.
* Toon: De tekst is formeel en licht defensief over de eerlijkheid van het systeem ("Een systeem, waar geen speld tusschen kan", "worden zij zeer terecht [...] geschrapt"). Het ademt de sfeer van een goed georganiseerd, maar star ambtenarenapparaat.
* Opmerkelijke details: De Albert Cuypmarkt wordt als specifiek voorbeeld genoemd met exacte aantallen (327 plaatsen). De Jan van Galenstraat 14 was destijds (en is nog steeds deels) het centrum van de Amsterdamse voedseldistributie (Centrale Markthallen). Dit document stamt uit een periode waarin de Amsterdamse markten aan strikte regulering onderhevig waren vanwege de grote schaarste aan plaatsen. Historisch gezien is paragraaf A zeer relevant: het vermeldt dat een specifieke groep "Duitsche joden" dezelfde rechten heeft gekregen als Nederlanders. Dit duidt op de periode na 1933, toen veel Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland naar Amsterdam kwamen en probeerden in hun levensonderhoud te voorzien, onder meer door handel op de markt. Het feit dat zij expliciet worden genoemd als groep die toestemming heeft van Burgemeester en Wethouders (B.& W.), suggereert dat dit document van vlak vóór of aan het prille begin van de Tweede Wereldoorlog dateert, voordat de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de rechtspositie van Joodse marktkooplieden volledig vernietigden. A. Ingeschreven Marktwezen