Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 375
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

16 februari 1941 en 9 maart 1941 (gepubliceerd in een uitgave kort na maart 1941).

Origineel

16 februari 1941 en 9 maart 1941 (gepubliceerd in een uitgave kort na maart 1941). [Pagina 2]

De Marktkoopman

Verslag van de vervolgvergadering op 16 Februari 1941

Het eerste komt in bespreking de voortzetting van verificatie der boeken van 1940 door het Bestuur. Uiteraard hield zulks lange tijd op.
Het Steunfondsbestuur krijgt een vacature, daar de heer J. Volder uit persoonlijk oogpunt, gemeend heeft zijn functie beschikbaar te stellen.
Het Steunfondsbestuur zal zich beraden over een opvolger. De gelegenheid door de Nederlandse Bond gesteld tot rechtstreekse verzending van „De Koopman” aan de leden wordt aanvaard, zodat de leden in de naaste toekomst „De Koopman” per post zullen ontvangen.
Tenslotte vergde een geruime tijd de bespreking van een voorstel van den heer M. I. Posner, een spaarkas te formeren, waardoor de leden in de gelegenheid zouden worden gesteld door wekelijkse bijdragen, de omzetbelasting bijeen te brengen. Voorsteller had de bestuursleden een uitvoerig schrijven gezonden, waarin helder uiteengezet werd de bedoelingen daarvan en de wijze waarop hij zich de werking had voorgesteld.
Het kon echter bij het Bestuur geen genade vinden, vooral omdat men meende, dat in deze onzekere tijden, waarin alles er op gezet moest worden te houden, wat men heeft, het zeer riskant is een nieuwe instelling te gaan stichten. Bovendien is het voor de leden mogelijk zich zelve hierbij te helpen. Indien zij naar de Spaarbank gaan, dan kunnen zij wekelijks een bepaald bedrag laten afhalen, waardoor zij aan het eind van het kwartaal een bedrag bijeen hebben waaruit zij de omzetbelasting kunnen betalen. We komen hierop terug. Het voorstel van den heer Posner werd echter niet verworpen, maar tot nader order aangehouden.
Hierna sloot de Voorzitter deze belangrijke vergadering.

DE VERIFICATIEVERGADERING VAN 9 MAART 1941

Vroeger kenmerkte zich de verificatievergadering door een gezellige sfeer, want het was de vergadering, dat officieel het jaar werd afgesloten, een terugblik op het vorige jaar werd geslagen en met moed over de toekomst werd gesproken. Meestal was er wel een of andere jubilaris, die herdacht moest worden en bovendien werden regelingen getroffen voor het komende jaarfeest.
Vanzelfsprekend was het dit jaar gans anders. Alles rustiger, alles zakelijker, geen uitzicht op feestvreugde, jubilea uitgesteld tot later. Het was een karakteristieke verificatievergadering in „oorlogstijd”.
De Voorzitter, de heer J. J. Stad begon uiteen te zetten, dat in afwijking van de gewone gang van zaken, nu de verificatieleden door de Bondsraad waren aangewezen.
Hij wilde alvorens de verdere agenda af te werken, eerst de leden van Verificatie, t.w. de Heren C. G. Engelfriet, C. v. d. Velde en J. v. Stratum, gelegenheid geven hun bevindingen weer te geven, omtrent de boeken en bescheiden over het jaar 1940.
De heer C. G. Engelfriet Jr. sprekende namens de commissie van Verificatie, zeide, dat hij na de uitvoerige voorlichting en inlichting van den Penningmeester, den heer J. van Dam, met gerust hart de balansen voor het jaar 1940 als accoord heeft getekend.
Namens de Commissie diende hij de volgende schriftelijke verklaring in:

Verklaring van Leden van Verificatie
Ondergetekenden, leden van verificatie, verklaren hiermede, dat zij de boeken en bescheiden alsmede balans en winst- en verliesrekening in orde hebben bevonden.
w.g. C. G. ENGELFRIET Jr.
J. VAN STRATUM.
C. v. d. VELDE.

Rotterdam, 9 Maart 1941.

De Voorzitter zeide daarna, dat we het allen er wel over eens zullen zijn, dat we een bijzonder jaar zijn ingegaan, dat we een moeilijk jaar tegemoet gaan. De toekomst voor de verenigingen ziet er onzeker uit. De bestuursleden en bloc hebben besloten op hun posten te blijven, om het werk te voltooien, dat gedurende 40 jaar door de RMKB is verzet. Bergen werken zijn verzet. We hebben ordenend op markten gewerkt, er zijn belangrijke financiële zowel als morele voordelen behaald. We hebben belangrijke faciliteiten voor de leden bereikt, om een enkel voordeel te noemen hebben we voor de vleeshouwers weten te bereiken, dat zij nog steeds op de markt hun handel kunnen drijven. Wij zijn in dat opzicht niet veranderd en zullen onze plicht blijven vervullen, zolang we daartoe in staat gesteld blijven. We hopen, dat zulks zal blijven voortduren evenals de onderlinge vriendschap.
Hij brengt dank aan de leden van verificatie voor hun nauwkeurig onderzoek, ook de andere functionarissen verdienen de dank van de leden, voor hun belangloze medewerking van het Bondswerk.
In de afgelopen maanden is een ruim gebruik gemaakt van de medewerking van de Bondsraad, die meer dan anders, is moeten optreden als vertegenwoordigers der ledenvergadering. Hoewel deze traditionele vergadering gewoon waren verschillende functionarissen te huldigen zullen we dit, in verband met de bijzondere tijdsomstandigheden achterwege laten. Toch wil hij twee namen noemen, n.l. die van den heer A. Beem en van den heer J. Volder.
De heer Jan Volder heeft nu, na meer dan 11 jaar het penningmeesterschap van „Het Steunfonds” gevoerd te hebben, gemeend zijn taak, in verband met de onverdeelde aandacht die hij nodig heeft voor opbouw van zijn nieuwe zaak, zijn functie neergelegd. Het heeft natuurlijk niet aan pogingen ontbroken hem daarvan terug te brengen, doch het was alles tevergeefs.
Hij heeft ongetwijfeld grote verdiensten op de manier waarop hij gedurende die 11 jaar opgekomen is voor de arme collega’s, die in moeilijkheden en zorg verkeerden. Hij heeft zijn taak op bescheiden desniettemin op voorbeeldige wijze vervuld. We zijn verheugd, dat U toch nog de tijd beschikbaar wilt stellen om op een andere plaats als Steunfondsbestuurder Uw diensten voor Uw collega’s te blijven verrichten. Voor al hetgeen gij in deze hebt verricht onze hartelijke dank en we wensen U toe, dat U Uw goede diensten nog jaren voor de R.M.K.B. zult kunnen blijven vervullen.
De heer L. Coster spreekt hartelijke woorden van erkentelijkheid als medebestuurder van „Het Steunfonds” voor het vele en goede werk door Jan Volder voor „Het Steunfonds” verricht.
Voorz. richt zich daarna tot den heer A. Beem, die nu het feit herdenkt, dat hij gedurende 10 jaar als bestuurslid van de R.M.K.B. is opgetreden. Hij heeft een groot deel van die tijd nuttig gemaakt, door als beheer-

[Pagina 3]

De Marktkoopman

der van de Spaarkas van de R.M.K.B. op te treden, waardoor hij het mede mogelijk heeft gemaakt, dat de marktkooplieden op een gemakkelijke wijze hun marktgelden konden betalen.
Ook hem wenst de Voorzitter toe, dat hij nog jaren in staat moge zijn de aanvaarde taak te kunnen blijven vervullen.
Van een verdere huldiging ziet de Voorzitter als van zelf sprekend af.
Hierna doet de Voorzitter mededeling, dat hij op aandrang van de leden van het Steunfondsbestuur tijdelijk het penningmeesterschap van „Het Steunfonds” heeft aanvaard tot een plaatsvervanger benoemd zal zijn.
De heer L. Coster bewondert de moed van den Voorzitter, om ondanks alles deze taak te willen aanvaarden en brengt hem dank voor de voorbeeldige ijver door hem aan de dag gelegd.
De heer J. Braunberger wil als lid van de Commissie van Toezicht zijn waardering uiten voor de uitgebreide en moeilijke werkzaamheden, die de heer J. van Dam, ondanks alles wat geschiedde, verricht. Hij wil hopen, dat ondanks de soms voorkomende meningsverschillen, met hetzelfde elan zal worden voortgewerkt.
De Voorzitter zegt, dat inderdaad het werk van het Dagelijks Bestuur buitengewone eisen aan de mensen heeft gesteld en zonder enig voorbehoud durft hij te verklaren, dat het vooral de penningmeester en secretaris geweest zijn, die het meeste werk moesten verzetten, ongeacht hun eigen persoonlijke moeilijkheden.
De beste wens die hij uiten kan, is zeker wel een herhaling van datgene wat hij zoever zei, n.l. dat zij nog jarenlang hun taak zullen kunnen blijven vervullen.
Ook de bondsraadsleden verdienen onze dank, omdat zij met groot vertrouwen het Bestuur verstrekkende volmachten heeft verleend, die door de bijzondere tijdsomstandigheden vereist werden. Wij hopen nog vaak van Uw goede adviezen te mogen genieten.
De heer Erkelens zegt als bestuurslid zich geroepen te voelen een dankwoord tot het bestuur te richten. Het is hem en meerdere leden opgevallen, dat kort na de ramp, toen ieder het druk had met zijn eigen besognes, het Bestuur al weer in tact was met het werk voor de leden aan te vatten.
De meeste leden beseffen zo weinig wat er door het bestuur is wordt verricht, doch hij kan nu, doordat hij het van meer nabij heeft kunnen beschouwen, het beter waarderen. Namens alle leden verdient U ons aller dank.
De heer M. Stad heeft tot zijn genoegen bemerkt, dat het in het Bestuur niet altijd koek en ei is, dat is een bewijs, dat ieder voor zijn mening opkomt, niet een gezellig ondersonsje vormt, waarvoor sommige leden het wel aanzien en dat alles verricht wordt in het belang van de R.M.K.B.
Hierna kwamen nog enige officieele stukken ter behandeling. In de allereerste plaats een ingekomen stuk van de Nederlandse Bond waarin vermeld staat:
a. de regeling van de verkoop van oliebollen, gebakken vis en patat à frite;
b. regelen omtrent de bereiding van consumptieijs;
c. de benoeming van een commissaris voor de niet-commerciële verenigingen.

Ten opzichte van de regeling van oliebollen etc. is het de Nederlandse Bond gelukt, dat ook de marktkooplieden een voorlopige toewijzing is verleend, waardoor ook zij hun werk kunnen voortzetten.
De bereiding van consumptieijs zal waarschijnlijk mogelijk gemaakt worden, door het verstrekken van z.g. magere melkpoeder, zodat ook de bereiders en verkopers van consumptieijs hun werk zullen kunnen voortzetten.
Ten opzichte van de benoeming van een commissaris voor de niet-commerciële verenigingen is nog niet veel meer dan het feit zelve bekend. Inmiddels worden de bestuurders van de aangesloten afdeling geraden hun werk op de gewone wijze voort te zetten.
Van de Centrale van de Middenstandsverenigingen te Rotterdam is een verzoek om advies binnengekomen over een ontwerp-regeling van de winkelsluiting.
Na een breedvoerige discussie zal advies gegeven worden dat de markten, die door de week gehouden worden tot 6 uur te houden, de Zaterdagavondmarkt tot 8 uur.
De heer J. v. Dam verzoekt zich tot de Centrale te wenden, teneinde onze bestuursleden het maandblad toe te zenden, waardoor zij op de hoogte kunnen blijven van de lopende vraagstukken.
In deze zin zal een verzoek worden verzonden.
De heer Engelfriet vraagt hoe of er een regeling voor het sparen van de omzetbelasting is georganiseerd.
Voorzitter geeft hem omstandig antwoord.
De heer J. van Dam uit zijn erkentelijkheid voor de vriendelijke woorden van den heer Braunberger en zegt altijd betracht te hebben alles te doen wat in het belang van de Bond was, ook al had hij vaak een afwijkende mening van zijn medebestuurders.
Nadat achtereenvolgens de leden van verificatie en die van de Bondsraad de vergadering hebben verlaten, wordt de vergadering voortgezet als bestuursvergadering.
De notulen der vorige vergadering worden door den heer Preger voorgelezen en met een vriendelijk woord van dank onveranderd goedgekeurd.
De heer Posner zegt, dat gedurende het voorafgaande jaar „De Marktkoopman” na een en twintig jaren verschijnen als zelfstandig maandblad heeft opgehouden te bestaan. Gedurende al die 21 jaar heeft de heer Preger de leiding gehad, die hij met onverdroten ijver heeft vervuld. Hij spreekt de wens uit, dat de tijd niet verre meer is, dat ons blad weer in zijn oude vorm verschijne en dat onze Redacteur dan weer bereid zal gevonden worden daarvan de leiding op zich te nemen.
Hij brengt zijn overige leden van het Dagelijkse Bestuur dank voor de steun, die hij bij zijn werk heeft ondervonden.
De heer Koet zegt met grote vreugde de woorden van den heer Posner aangehoord te hebben en brengt hem dank voor de vele goede dingen, die hij betracht heeft.
Ook de heer Heystek uit zich in die richting.
Tenslotte dankt de Voorzitter voor al de vriendelijke woorden tot hem gericht, ook de heer van Dam doet zulks.
Tenslotte nog enige huishoudelijke aangelegenheden en dan wordt deze bijeenkomst, die van half tien tot en met kwart voor twee gehouden werd, gesloten. * Organisatie: De teksten hebben betrekking op de R.M.K.B. (vermoedelijk de Rooms-Katholieke Middenstandsbond, afdeling marktwezen). Er wordt gesproken over een "Steunfonds", een "Commissie van Toezicht" en de "Bondsraad".
* Tijdsgeest: De teksten dateren van begin 1941, nog geen jaar na de Duitse inval. De sfeer wordt expliciet omschreven als een "verificatievergadering in oorlogstijd". De tekst spreekt over de "ramp" (waarschijnlijk het bombardement op Rotterdam in mei 1940) en hoe het bestuur de draad weer heeft opgepakt.
* Financiën en Belastingen: Een centraal thema is de omzetbelasting. Er wordt gedebatteerd over het oprichten van een spaarkas om deze belasting te kunnen betalen. Het bestuur is huiverig om in "onzekere tijden" nieuwe instellingen zoals een spaarkas te stichten en adviseert leden om zelf bij de Spaarbank te sparen.
* Schaarsheid en Regulering: Pagina 7 vermeldt specifieke distributiemaatregelen voor de ambulante handel, zoals de toewijzing van grondstoffen voor oliebollen, gebakken vis en patat, en het gebruik van "magere melkpoeder" voor consumptie-ijs. Dit wijst op de beginnende tekorten en de toenemende overheidsbemoeienis (via de Nederlandse Bond) met de economie.
* Publicatie: Het blad "De Marktkoopman" is na 21 jaar gestopt als zelfstandig maandblad, wat duidt op de consolidatie of censuur van de pers onder de bezetter, waarbij publicaties vaak werden samengevoegd of opgeheven. Dit document biedt een unieke inkijk in de organisatiegraad van de Nederlandse marktkooplieden tijdens de eerste fase van de Duitse bezetting. Rotterdam, de thuisbasis van deze vereniging, was zwaar getroffen door het bombardement. De tekst getuigt van een sterke drang naar continuïteit ("op hun posten blijven om het werk te voltooien"). Tegelijkertijd is de invloed van de bezettingsmacht indirect merkbaar door de vermelding van de "commissaris voor de niet-commerciële verenigingen", een maatregel die deel uitmaakte van de gelijkschakeling van het maatschappelijk middenveld door de nazi's. De overstap naar verzending van het vakblad per post in plaats van verspreiding op de markt duidt op veranderende logistiek en mogelijk toezicht.

Samenvatting

  • Organisatie: De teksten hebben betrekking op de R.M.K.B. (vermoedelijk de Rooms-Katholieke Middenstandsbond, afdeling marktwezen). Er wordt gesproken over een "Steunfonds", een "Commissie van Toezicht" en de "Bondsraad".
  • Tijdsgeest: De teksten dateren van begin 1941, nog geen jaar na de Duitse inval. De sfeer wordt expliciet omschreven als een "verificatievergadering in oorlogstijd". De tekst spreekt over de "ramp" (waarschijnlijk het bombardement op Rotterdam in mei 1940) en hoe het bestuur de draad weer heeft opgepakt.
  • Financiën en Belastingen: Een centraal thema is de omzetbelasting. Er wordt gedebatteerd over het oprichten van een spaarkas om deze belasting te kunnen betalen. Het bestuur is huiverig om in "onzekere tijden" nieuwe instellingen zoals een spaarkas te stichten en adviseert leden om zelf bij de Spaarbank te sparen.
  • Schaarsheid en Regulering: Pagina 7 vermeldt specifieke distributiemaatregelen voor de ambulante handel, zoals de toewijzing van grondstoffen voor oliebollen, gebakken vis en patat, en het gebruik van "magere melkpoeder" voor consumptie-ijs. Dit wijst op de beginnende tekorten en de toenemende overheidsbemoeienis (via de Nederlandse Bond) met de economie.
  • Publicatie: Het blad "De Marktkoopman" is na 21 jaar gestopt als zelfstandig maandblad, wat duidt op de consolidatie of censuur van de pers onder de bezetter, waarbij publicaties vaak werden samengevoegd of opgeheven.

Historische Context

Dit document biedt een unieke inkijk in de organisatiegraad van de Nederlandse marktkooplieden tijdens de eerste fase van de Duitse bezetting. Rotterdam, de thuisbasis van deze vereniging, was zwaar getroffen door het bombardement. De tekst getuigt van een sterke drang naar continuïteit ("op hun posten blijven om het werk te voltooien"). Tegelijkertijd is de invloed van de bezettingsmacht indirect merkbaar door de vermelding van de "commissaris voor de niet-commerciële verenigingen", een maatregel die deel uitmaakte van de gelijkschakeling van het maatschappelijk middenveld door de nazi's. De overstap naar verzending van het vakblad per post in plaats van verspreiding op de markt duidt op veranderende logistiek en mogelijk toezicht.

Gerelateerde Documenten 2