Getypte brief (afschrift) van het Hoofdbureau van Politie te Amsterdam.
Origineel
Getypte brief (afschrift) van het Hoofdbureau van Politie te Amsterdam. 1 juni 1940. De Hoofdcommissaris van Politie (namens deze: w.g. H. Holsbergen). De Heer Burgemeester van Amsterdam. No.20/22/1 M.1940 4/6 AFSCHRIFT.
No.52/5 A.Z.1940 No.533 L.M.1940.
HOOFDBUREAU VAN POLITIE TE AMSTERDAM.
Dict. vG/O.
Lr.S.No.4703/1940. Amsterdam, 1 Juni 1940.
Doss.F.2.
Onder terugzending van bijgaand, mij bij Uw kantbeschikking d.d. 25 April 1940 onder No.52/5 A.Z.1940 in handen gesteld, verzoekschrift van P. Bouman, heb ik de eer UEdelachtbare het volgende te berichten.
Adressant, Pieter Bouman, geboren te Leeuwarden, 12 Augustus 1893, wonende Hazenstraat 51 hs, alhier, verkreeg bij beschikking d.d. 27 Juni 1939, onder No.52/20 A.Z. vergunning om in het Oosterpark, nabij de in dat park geplaatste steenen bank of bij de muziektent aan het publiek aan te bieden, aldaar fotografische opnamen tegen betaling te maken, benevens bij beschikking d.d. 13 Juli 1939, onder No.2731 Bel.Pr., vergunning tot het innemen van een standplaats met een fototoestel op een statief in het Oosterpark, beiden geldende tot 30 Juni 1940.
Thans verzoekt hij, blijkens nadere toelichting, wijziging van bovengenoemde vergunning, zoodanig, dat hij zijn bedrijf zal mogen uitoefenen:
1e. op Zondagen op de Zondagsmarkt in de z.g. "Jodenhoek";
2e. op Maandagen op de Noordermarkt en op Zaterdagen op het Mosplein of op de Lindengracht;
telkens gedurende de uren dat op genoemde plaatsen markt wordt gehouden op een nader door het Marktwezen aan te wijzen plaats.
Ook thans zal bij de uitoefening van het bedrijf het fototoestel op een statief worden geplaatst.
Dezerzijds wordt het niet wenschelijk geacht het verzoek toe te staan, nog daargelaten, dat als regel slechts vergunning wordt verleend voor het fotografeeren met statief voor plantsoenen en parken, weshalve afwijzend wordt geadviseerd; c.q. ware alsnog het advies van den Directeur van het Marktwezen in te winnen.
De Hoofdcommissaris van
Politie enz.
w.g. H. Holsbergen.
Aan den Heer Burgemeester
van Amsterdam. In deze brief adviseert de Amsterdamse politie de burgemeester negatief over een verzoek van fotograaf Pieter Bouman. Bouman had reeds een vergunning om met een statief foto's te maken in het Oosterpark, maar wilde zijn werkzaamheden verplaatsen naar de drukke markten (Noordermarkt, Lindengracht, Mosplein en de Joodse markt).
De politie hanteerde destijds een strikt beleid waarbij statieven enkel werden toegestaan in parken en plantsoenen, waarschijnlijk om de doorgang op drukke markten niet te belemmeren. Opvallend is de bureaucratische taal ("UEdelachtbare", "dezerzijds") en de precisie waarmee de persoonsgegevens en eerdere vergunningen worden opgesomd. Historische datum: De brief is gedateerd op 1 juni 1940, slechts tweeënhalve week na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland (15 mei 1940). Het document illustreert dat het civiele bestuur en de politie-bureaucratie in Amsterdam direct na de inval 'gewoon' doorwerkten volgens de bestaande regels.
De "Jodenhoek": De term "z.g. 'Jodenhoek'" in de brief verwijst naar de markt in de toenmalige Joodse buurt (rondom het Waterlooplein). Hoewel de bezetting net was begonnen, was de markt op dat moment nog functioneel. Kort na deze periode zouden de anti-Joodse maatregelen de bewegingsvrijheid en de handel in dit gebied drastisch inperken en uiteindelijk vernietigen.
H. Holsbergen: Hendrik Holsbergen was op dat moment een hoge politiefunctionaris (hoofdinspecteur/commissaris). Hij zou later in de oorlog door de bezetter worden ontslagen vanwege een te afwachtende houding ten opzichte van de nieuwe orde, hoewel de politie als instituut onder grote druk kwam te staan om mee te werken aan de bezettingsmaatregelen.