Handgeschreven ambtelijke notitie / advies.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / advies. 13 juni 1940. T.A. Milenburgh. De heer Inspecteur
br: 52/5 A.Z. 1940, v/h Marktwezen - alhier
M.i. is tegen het verzoek van den
heer P. Bauman geen bezwaar, daar
er plaatsen beschikbaar zijn, waar andere
kooplieden geen last van ondervinden.
(Milenburg) Amsterdam 13 Juni 1940
T.A. Milenburgh [ondertekend] De tekst is een kort, formeel advies betreffende een marktvergunning of standplaats. De afkorting "M.i." staat voor "Mijns inziens". De schrijver, vermoedelijk een ambtenaar belast met het toezicht op de marktplekken, laat aan de Inspecteur van het Marktwezen weten dat het verzoek van een zekere heer P. Bauman ingewilligd kan worden. De argumentatie is praktisch van aard: de beschikbare ruimte is groot genoeg zodat de aanwezigheid van deze nieuwe koopman de zittende kooplieden niet in de weg zal zitten.
Het handschrift is een vlot en geoefend kantoorhandschrift uit de vooroorlogse traditie. De naam van de afzender wordt links onderaan tussen haakjes herhaald voor de leesbaarheid, naast de formele ondertekening. Het document dateert van 13 juni 1940, precies een maand na de overgave van Nederland aan nazi-Duitsland. Hoewel de bezetting net was begonnen, laten dergelijke documenten zien dat het civiele bestuur en de bureaucratie in Amsterdam aanvankelijk gewoon doorliepen. Het "Marktwezen" was een belangrijke gemeentelijke instantie die toezag op de ordelijke handel op de vele Amsterdamse markten. In de loop van de bezettingsjaren zou deze administratie echter ook te maken krijgen met de uitsluiting en vervolging van Joodse kooplieden. Op het moment van schrijven van dit briefje lijkt het echter nog te gaan om een routinematige afhandeling van een verzoek voor een marktplaats. Inspecteur (De heer) Inspecteur van (De heer) P. Bauman T.A. Milenburgh Marktwezen
Samenvatting
De tekst is een kort, formeel advies betreffende een marktvergunning of standplaats. De afkorting "M.i." staat voor "Mijns inziens". De schrijver, vermoedelijk een ambtenaar belast met het toezicht op de marktplekken, laat aan de Inspecteur van het Marktwezen weten dat het verzoek van een zekere heer P. Bauman ingewilligd kan worden. De argumentatie is praktisch van aard: de beschikbare ruimte is groot genoeg zodat de aanwezigheid van deze nieuwe koopman de zittende kooplieden niet in de weg zal zitten.
Het handschrift is een vlot en geoefend kantoorhandschrift uit de vooroorlogse traditie. De naam van de afzender wordt links onderaan tussen haakjes herhaald voor de leesbaarheid, naast de formele ondertekening.
Historische Context
Het document dateert van 13 juni 1940, precies een maand na de overgave van Nederland aan nazi-Duitsland. Hoewel de bezetting net was begonnen, laten dergelijke documenten zien dat het civiele bestuur en de bureaucratie in Amsterdam aanvankelijk gewoon doorliepen. Het "Marktwezen" was een belangrijke gemeentelijke instantie die toezag op de ordelijke handel op de vele Amsterdamse markten. In de loop van de bezettingsjaren zou deze administratie echter ook te maken krijgen met de uitsluiting en vervolging van Joodse kooplieden. Op het moment van schrijven van dit briefje lijkt het echter nog te gaan om een routinematige afhandeling van een verzoek voor een marktplaats.