Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 418
Dossier 28
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbericht/advies van de Amsterdamse marktdienst.

30 april 1940. Van: J.F. Möschlen (waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder).

Origineel

Ambtsbericht/advies van de Amsterdamse marktdienst. 30 april 1940. J.F. Möschlen (waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder). Advies op 25/17/1 M.W.

WelEd Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

In verband met bijgaand verzoek om
assistentie door L. Plier, pl. 225 A.C., bericht ik
U het volgende:
De heer Plier heeft in eerste instantie getracht
zonder toestemming van U.W. voor gezamenlijke
rekening stoffen te verkoopen op de A.C. markt,
hetgeen ik heb verboden.
De heer Plier vond zulks vreemd, omreden hij,
volgens diens mededeeling op de Nieuwmarkt
eveneens in compagnonschap verkocht en dit
Zaterdags op zijn vaste plaats in de A.C. straat
wenschte voort te zetten.
Waar hulp als compagnon aan vaste plaats-
houders op de A.C. markt door U.W. niet wordt
verleend en de heer Plier juist assistentie voor
een compagnon verzocht, dient m.i. het verzoek
te worden afgewezen.

Amst. 30 April '40
[Handtekening: J.F. Möschlen] * Onderwerp: Het document betreft een negatief advies over een aanvraag voor 'assistentie' (in de vorm van compagnonschap) op een marktstandplaats.
* Kern van het geschil: De heer Plier wilde stoffen verkopen op de Albert Cuypmarkt samen met een partner ("voor gezamenlijke rekening"). Hij deed dit blijkbaar al op de Nieuwmarkt, maar op de Albert Cuypmarkt was dit op dat moment strikt verboden door de plaatselijke marktmeester.
* Argumentatie: De schrijver adviseert de Inspecteur om het verzoek af te wijzen omdat de geldende regels voor vaste plaatshouders op de Albert Cuypmarkt geen compagnonschap toestaan. Het verzoek van Plier wordt gezien als een poging om een verboden handelswijze te formaliseren.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in de typische ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw, met afkortingen als "U.W." (Uw WelEdele), "m.i." (mijns inziens) en "pl. 225 A.C." (plaats 225 Albert Cuyp). * Tijdsbeeld: Het document is gedateerd op 30 april 1940, exact tien dagen voor de Duitse inval in Nederland. Het toont aan dat de normale ambtelijke processen en marktcontroles in Amsterdam tot op het allerlaatste moment voor de oorlog onverstoord doorgingen.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt ("A.C. markt") en de Nieuwmarkt waren (en zijn) centrale handelsknooppunten in Amsterdam. De regelgeving op deze markten was streng om wildgroei en oneerlijke concurrentie te voorkomen.
* Sociaal-economisch: Het document geeft een inkijkje in de strikte regulering van de straathandel. Het recht op een standplaats was strikt persoonlijk; "compagnonschap" werd vaak gewantrouwd door de autoriteiten omdat het kon leiden tot onderverhuur of concentratie van marktmacht buiten het zicht van de fiscus en het Marktwezen.

Samenvatting

  • Onderwerp: Het document betreft een negatief advies over een aanvraag voor 'assistentie' (in de vorm van compagnonschap) op een marktstandplaats.
  • Kern van het geschil: De heer Plier wilde stoffen verkopen op de Albert Cuypmarkt samen met een partner ("voor gezamenlijke rekening"). Hij deed dit blijkbaar al op de Nieuwmarkt, maar op de Albert Cuypmarkt was dit op dat moment strikt verboden door de plaatselijke marktmeester.
  • Argumentatie: De schrijver adviseert de Inspecteur om het verzoek af te wijzen omdat de geldende regels voor vaste plaatshouders op de Albert Cuypmarkt geen compagnonschap toestaan. Het verzoek van Plier wordt gezien als een poging om een verboden handelswijze te formaliseren.
  • Taalgebruik: Het document is geschreven in de typische ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw, met afkortingen als "U.W." (Uw WelEdele), "m.i." (mijns inziens) en "pl. 225 A.C." (plaats 225 Albert Cuyp).

Historische Context

  • Tijdsbeeld: Het document is gedateerd op 30 april 1940, exact tien dagen voor de Duitse inval in Nederland. Het toont aan dat de normale ambtelijke processen en marktcontroles in Amsterdam tot op het allerlaatste moment voor de oorlog onverstoord doorgingen.
  • Locatie: De Albert Cuypmarkt ("A.C. markt") en de Nieuwmarkt waren (en zijn) centrale handelsknooppunten in Amsterdam. De regelgeving op deze markten was streng om wildgroei en oneerlijke concurrentie te voorkomen.
  • Sociaal-economisch: Het document geeft een inkijkje in de strikte regulering van de straathandel. Het recht op een standplaats was strikt persoonlijk; "compagnonschap" werd vaak gewantrouwd door de autoriteiten omdat het kon leiden tot onderverhuur of concentratie van marktmacht buiten het zicht van de fiscus en het Marktwezen.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 4