Archief 745
Inventaris 745-316
Pagina 162
Dossier 106
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk verslag / Dienstbrief.

3 juli 1940.

Origineel

Ambtelijk verslag / Dienstbrief. 3 juli 1940. ... en dan de Almarkt te gaan bezoeken om zijn aanwe-
zigen voorraad zelf uit te verkoopen.
Echter is de toeloop voor plaatsen de laatste maanden
zoo toegenomen, dat Italiaander, hoewel opnieuw solli-
citant, een zoodanige losse plaats krijgt toegewezen,
zooals hij niet had verwacht, zoodat hij om die reden
terugkomt op het bedanken.
Mocht de directie besluiten de intrekking te annu-
leeren, dan zal door Italiaander aan achterstallig
machtsgeld dienen te worden betaald 26 wk à f 1.35, vermin-
derd met afbetaling oude schuld à f 1.00, in totaal f 33.60.
M.i. dient echter de intrekking van kracht te blijven,
en wel om de volgende redenen:
1o omdat de oorspronkelijke plaats van Italiaander
na intrekking aan een rechthebbende is toegewezen;
2o de termijn, die ligt tusschen vrijwillig bedanken
en niet betalen - bezetten vrij groot is (nl. 26 weken);
3o opnieuw toewijzing tot gevolg zal hebben, dat
op deze markt, die door het schuifsysteem bijzonder
gevoelig is, een groep ontevreden vaste plaatshouders
ontstaat, hetgeen vooral in dezen tijd ongewenscht is;
4o een, uit een oogpunt van marktorde, gevaarlijk
precedent wordt gesteld.

Amsterdam, 3 Juli '40
[Handtekening: J.F. Molhuysen] Het document is een ambtelijk advies betreffende de marktverordening in Amsterdam. De kern van de zaak is dat een zekere heer Italiaander zijn marktplaats had opgezegd ("bedanken"), maar op dit besluit wil terugkomen. Nu hij zich opnieuw aanmeldt, krijgt hij echter een minder gunstige "losse" plaats toegewezen in plaats van zijn oude vaste stek.

De schrijver van het document (vermoedelijk een marktmeester of inspecteur) adviseert de directie negatief over het verzoek van Italiaander om zijn oude rechten te herstellen. Er wordt een rekensom gepresenteerd van achterstallig "machtsgeld" (stageld) over 26 weken, wat suggereert dat Italiaander al een half jaar niet heeft betaald of aanwezig is geweest.

Cruciaal in de argumentatie is het "schuifsysteem". Op Amsterdamse markten schoof men op basis van anciënniteit door naar betere plekken. Als Italiaander zijn oude plek terug zou krijgen, zouden andere kooplieden die in de tussentijd zijn doorgeschoven, weer moeten wijken, wat tot onrust zou leiden onder de "vaste plaatshouders". Dit document is gedateerd op 3 juli 1940, slechts enkele weken na de Duitse inval en het begin van de bezetting van Nederland. De opmerking "hetgeen vooral in dezen tijd ongewenscht is" (punt 3) kan verwijzen naar de algemene maatschappelijke spanningen en de noodzaak om de openbare orde strikt te handhaven onder het nieuwe regime.

Daarnaast is de naam "Italiaander" een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. In de zomer van 1940 begonnen de eerste (beperkende) maatregelen tegen Joodse burgers invloed te krijgen op het openbare leven, hoewel de grote uitsluiting van Joden op de markten pas later in de bezettingstijd (1941) formeel werd geëffectueerd. Het document toont de strikte, bureaucratische omgang met marktvergunningen in een tijd van toenemende schaarste en economische druk.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk advies betreffende de marktverordening in Amsterdam. De kern van de zaak is dat een zekere heer Italiaander zijn marktplaats had opgezegd ("bedanken"), maar op dit besluit wil terugkomen. Nu hij zich opnieuw aanmeldt, krijgt hij echter een minder gunstige "losse" plaats toegewezen in plaats van zijn oude vaste stek.

De schrijver van het document (vermoedelijk een marktmeester of inspecteur) adviseert de directie negatief over het verzoek van Italiaander om zijn oude rechten te herstellen. Er wordt een rekensom gepresenteerd van achterstallig "machtsgeld" (stageld) over 26 weken, wat suggereert dat Italiaander al een half jaar niet heeft betaald of aanwezig is geweest.

Cruciaal in de argumentatie is het "schuifsysteem". Op Amsterdamse markten schoof men op basis van anciënniteit door naar betere plekken. Als Italiaander zijn oude plek terug zou krijgen, zouden andere kooplieden die in de tussentijd zijn doorgeschoven, weer moeten wijken, wat tot onrust zou leiden onder de "vaste plaatshouders".

Historische Context

Dit document is gedateerd op 3 juli 1940, slechts enkele weken na de Duitse inval en het begin van de bezetting van Nederland. De opmerking "hetgeen vooral in dezen tijd ongewenscht is" (punt 3) kan verwijzen naar de algemene maatschappelijke spanningen en de noodzaak om de openbare orde strikt te handhaven onder het nieuwe regime.

Daarnaast is de naam "Italiaander" een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. In de zomer van 1940 begonnen de eerste (beperkende) maatregelen tegen Joodse burgers invloed te krijgen op het openbare leven, hoewel de grote uitsluiting van Joden op de markten pas later in de bezettingstijd (1941) formeel werd geëffectueerd. Het document toont de strikte, bureaucratische omgang met marktvergunningen in een tijd van toenemende schaarste en economische druk.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6