Archief 745
Inventaris 745-316
Pagina 163
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een ambtelijke brief (typschrift).

13 juli 1940 (verzonden op 15 juli 1940). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Den Heer A. Italiaander, Graaf Florisstraat 7 III, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Doorslag van een ambtelijke brief (typschrift). 13 juli 1940 (verzonden op 15 juli 1940). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer A. Italiaander, Graaf Florisstraat 7 III, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven, linksboven:] Verzonden 15/7
[Handgeschreven, rechtsboven:] l. de Baer [?]

[Typschrift:]
VD/HG.

den Heer A. Italiaander,
Graaf Florisstraat 7 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 11.

25/114/2 M. 13 Juli 1940.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 24 Juni jl. bericht
ik U, dat ik niet kan voldoen aan Uw verzoek, de intrekking
van Uw vaste plaats op de markt Albert Cuypstraat ongedaan te
maken.

De Directeur, Dit document is een formele afwijzing van een verzoek van de heer A. Italiaander om zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam terug te krijgen. De brief is kort en zakelijk van toon en geeft geen specifieke reden voor de intrekking van de standplaats of de weigering van het verzoek. De naam van de ontvanger, "Italiaander", is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam in die periode. De administratieve kenmerken (VD/HG) verwijzen waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaar en de typist. De datum van de brief, 13 juli 1940, is cruciaal voor de context. Nederland was op dat moment slechts twee maanden bezet door nazi-Duitsland. Kort na de inval begonnen de bezetter en meewerkende instanties met het invoeren van anti-Joodse maatregelen. Hoewel de brief geen expliciete reden noemt, past de intrekking van een marktvergunning voor een persoon met een Joodse achternaam in het patroon van de toenemende economische uitsluiting van Joodse burgers. Vanaf de zomer van 1940 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig van de openbare markten geweerd, wat later zou resulteren in de instelling van specifieke "Jodenmarkten" en uiteindelijk in een volledig beroepsverbod. De Graaf Florisstraat, waar de geadresseerde woonde, ligt in de buurt van de Albert Cuypmarkt in de Amsterdamse Pijp, een wijk met een aanzienlijke Joodse populatie in die tijd.

Samenvatting

Dit document is een formele afwijzing van een verzoek van de heer A. Italiaander om zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam terug te krijgen. De brief is kort en zakelijk van toon en geeft geen specifieke reden voor de intrekking van de standplaats of de weigering van het verzoek. De naam van de ontvanger, "Italiaander", is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam in die periode. De administratieve kenmerken (VD/HG) verwijzen waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaar en de typist.

Historische Context

De datum van de brief, 13 juli 1940, is cruciaal voor de context. Nederland was op dat moment slechts twee maanden bezet door nazi-Duitsland. Kort na de inval begonnen de bezetter en meewerkende instanties met het invoeren van anti-Joodse maatregelen. Hoewel de brief geen expliciete reden noemt, past de intrekking van een marktvergunning voor een persoon met een Joodse achternaam in het patroon van de toenemende economische uitsluiting van Joodse burgers. Vanaf de zomer van 1940 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig van de openbare markten geweerd, wat later zou resulteren in de instelling van specifieke "Jodenmarkten" en uiteindelijk in een volledig beroepsverbod. De Graaf Florisstraat, waar de geadresseerde woonde, ligt in de buurt van de Albert Cuypmarkt in de Amsterdamse Pijp, een wijk met een aanzienlijke Joodse populatie in die tijd.

Gerelateerde Documenten 6