Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 302
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt afschrift van een brief.

11 augustus 1940. Aan: Dr. Arthur Seyss-Inquart (Rijkscommissaris voor het bezette Nederland).

Origineel

Getypt afschrift van een brief. 11 augustus 1940. Dr. Arthur Seyss-Inquart (Rijkscommissaris voor het bezette Nederland). Afschrift.

EERSTE NEDERLANDSCHE OVERDEKTE MARKTHAL. "De Passage".
Ger. Douplein 24 Albert Cuypstraat 153 Amsterdam-Zuid.

Amsterdam, 11 Augustus 1940.

Aan den Heer Rijkscommissaris Dr. Seiss Inqurt.

Hoog Edel Gestrenge Heer,

Ondergeteekende drie winkeliers hun zaak uitoefende in bovengenoemde markthal roepen in alle beleefd en vertrouwen Uw hulp in voor het volgende dringende geval.

Bovengenoemde markthal is door een makelaarscombinatie gekocht en wordt nu voor andere doeleinden bestemd omreden zij ons Maandag 12 Augustus e.k. met onze gansche inventaris op straat willen zetten waardoor wij eensklaaps broodeloos maakt worden zonder eenige vergoeding en wij daardoor hoogst waarschijnlijk ten laste van den staat zullen komen.

Een en ander zal uitgevoerd worden door den Deurwaarder den Heer J. Durivou, Overtoom 213, Tel. 82420.

Den Heer Rijkscommissaris help ons astublieft om in elk geval opschorting van de uitzetting.

Wij weten anders geen raad en roepen met goed vertrouwen Uw hulp in omdat de mare rondgaat dat Uw beleid in de nieuwe tijden niet zooiets a bout portant zult dulden. Uw voorloopig dankzeggend voor Uw belangstelling in deze zaak teekenen wij: w.g. P.M. Jansen,
G. Erkediep,
M. Kost.

Aanteekening:
P. Jansen, G. Erkediep M. Koster.
De Passage Ger. Douplein 24.
Sie bitten um sofortige Hilfe, da die Galerie, worin sie ihren Laden haben verkauft ist und die jetztige Eigner sie aus ihrem Haus setzten wollen, wodurch sie ohne Verdienst kommen. Het document is een noodkreet van drie kleine ondernemers gericht aan de hoogste Duitse autoriteit in bezet Nederland, slechts enkele maanden na de capitulatie. De kern van het conflict is een zakelijk geschil: de markthal waarin zij hun winkel hebben is verkocht aan een "makelaarscombinatie" die het pand voor andere doeleinden wil gebruiken en de zittende winkeliers per direct (binnen één dag na dagtekening van de brief) op straat wil zetten.

Opvallend is de taalstrategie die de winkeliers gebruiken:
1. Beroep op sociale stabiliteit: Ze waarschuwen dat ze "ten laste van den staat" zullen komen als zij hun inkomsten verliezen.
2. Appèl op de "Nieuwe Orde": Ze refereren aan de "nieuwe tijden" en de hoop dat het beleid van de Rijkscommissaris dergelijk onrecht niet zal dulden. Dit was een veelvoorkomende tactiek in de vroege bezettingsjaren; burgers hoopten dat de nieuwe machthebbers zouden optreden tegen vermeende kapitalistische excessen of bureaucratie.
3. Duitstalige samenvatting: De aanteekening onderaan is bedoeld voor de Duitse administratie van Seyss-Inquart, zodat de essentie van het verzoek direct duidelijk was voor een Duitstalige ambtenaar. In de zomer van 1940 probeerden veel Nederlanders hun weg te vinden in de nieuwe politieke realiteit. De "Eerste Nederlandsche Overdekte Markthal" (ook bekend als de Passage tussen de Gerard Doustraat en de Albert Cuypstraat) was een bekende plek in de Pijp in Amsterdam.

Het feit dat de brief gericht is aan Seyss-Inquart getuigt van de wanhoop van de winkeliers; zij passeren de reguliere Nederlandse rechterlijke macht en proberen via een directe petitie aan de bezetter een uitzetting te voorkomen. De term "a bout portant" (van zeer dichtbij / onverhoeds) benadrukt de snelheid waarmee zij uit hun pand worden gezet. De genoemde deurwaarder, J. Durivou, was een daadwerkelijk praktiserende deurwaarder aan de Overtoom in die periode. G. Erkediep J. Durivou M. Kost M. Koster P. Jansen P.M. Jansen

Samenvatting

Het document is een noodkreet van drie kleine ondernemers gericht aan de hoogste Duitse autoriteit in bezet Nederland, slechts enkele maanden na de capitulatie. De kern van het conflict is een zakelijk geschil: de markthal waarin zij hun winkel hebben is verkocht aan een "makelaarscombinatie" die het pand voor andere doeleinden wil gebruiken en de zittende winkeliers per direct (binnen één dag na dagtekening van de brief) op straat wil zetten.

Opvallend is de taalstrategie die de winkeliers gebruiken:
1. Beroep op sociale stabiliteit: Ze waarschuwen dat ze "ten laste van den staat" zullen komen als zij hun inkomsten verliezen.
2. Appèl op de "Nieuwe Orde": Ze refereren aan de "nieuwe tijden" en de hoop dat het beleid van de Rijkscommissaris dergelijk onrecht niet zal dulden. Dit was een veelvoorkomende tactiek in de vroege bezettingsjaren; burgers hoopten dat de nieuwe machthebbers zouden optreden tegen vermeende kapitalistische excessen of bureaucratie.
3. Duitstalige samenvatting: De aanteekening onderaan is bedoeld voor de Duitse administratie van Seyss-Inquart, zodat de essentie van het verzoek direct duidelijk was voor een Duitstalige ambtenaar.

Historische Context

In de zomer van 1940 probeerden veel Nederlanders hun weg te vinden in de nieuwe politieke realiteit. De "Eerste Nederlandsche Overdekte Markthal" (ook bekend als de Passage tussen de Gerard Doustraat en de Albert Cuypstraat) was een bekende plek in de Pijp in Amsterdam.

Het feit dat de brief gericht is aan Seyss-Inquart getuigt van de wanhoop van de winkeliers; zij passeren de reguliere Nederlandse rechterlijke macht en proberen via een directe petitie aan de bezetter een uitzetting te voorkomen. De term "a bout portant" (van zeer dichtbij / onverhoeds) benadrukt de snelheid waarmee zij uit hun pand worden gezet. De genoemde deurwaarder, J. Durivou, was een daadwerkelijk praktiserende deurwaarder aan de Overtoom in die periode.

Genoemde Personen 6

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Huishoudelijk: Pan Textiel & Kleding: Hoed Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Pet Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen