Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of kopie voor het archief).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of kopie voor het archief). 7 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Mw. B. Davidson-van Buuren. extra
VP/HG.
Mw. B. Davidson-van Buuren,
St.Antoniesbreestraat 31 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
25/218/2 M. 7 November 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 31 October jl. bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging in aanmerking kan komen. Indien U voortaan Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat niet ten minste twee maal per week bezet, zal deze plaats worden ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.
De Directeur, In deze zakelijke correspondentie wijst de directeur van de markten een verzoek van mevrouw Davidson-van Buuren af. De inhoud van haar oorspronkelijke verzoek van 31 oktober 1940 wordt niet expliciet vermeld, maar de reactie suggereert dat het te maken had met haar aanwezigheid of standplaats op de Albert Cuypmarkt.
De toon van de brief is streng en bureaucratisch. Het woord "niet" is onderstreept om de afwijzing te benadrukken. De directeur stelt een ultimatum: zij moet haar marktplaats minimaal twee keer per week bezetten, anders wordt haar vergunning ingetrokken conform het Reglement op de Markten. Het document is gedateerd op 7 november 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
De context van dit document is beladen: de geadresseerde, mevrouw Davidson-van Buuren, woonde in de Sint Antoniesbreestraat, een straat in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Gezien haar achternaam en woonplaats is het vrijwel zeker dat zij Joods was.
Hoewel de brief op het eerste gezicht een standaard handhaving van marktregels lijkt, vond dit plaats in een periode waarin de bezetter begon met het stelselmatig beperken van de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden van Joodse burgers. Vanaf eind 1940 werden Joodse marktkooplieden steeds vaker geconfronteerd met beperkingen, die uiteindelijk zouden leiden tot hun volledige uitsluiting van de openbare markten en deportatie. De weigering van haar verzoek en de dreiging met intrekking van haar standplaats moeten in dit licht van toenemende rechtsongelijkheid en vervolging worden gezien. B. Davidson