Handgeschreven verzoekschrift met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift met ambtelijke kanttekeningen. 30 juli 1940 (met afhandeling tot 23 augustus 1940). J.H. Koster. Waarschijnlijk de marktmeester of het gemeentebestuur van Amsterdam. [Stempel linksboven:] № 20/50/1 M. 1940 21/7
[Rechtsboven:] Amsterdam 30-7-40 [Paraaf]
Mijnheer
Ondergetekende richt hierbij het beleefde verzoek tot u, om ontheffing van het achterstallige marktgeld der Lindengracht, om de volgende reden: Daar ik als soldaat zijnde een blessure aan mijn oor heb gekregen, bij het bombardement van Schiphol, waar ik de eerstvolgende dagen nog geen last van had, eerst later kreeg ik er een ontsteking aan, en werd ik doof. Daar op mijn verzoek de huisdokter mij mocht behandelen, kon ik de dienst verlaten, maar was nog niet geschikt om op de markt te gaan staan. Hierbij stuur ik u tevens het bewijs van mijn huisdokter.
Hopend op een voor mij gunstige uitslag teeken ik
J.H. Koster
Cornelis Krusemanstraat 53a
Amsterdam Z.
[Aantekeningen onderaan:]
[Blauwe stempel/tekst links:] Th. Wolff ter kennisneming en retour [Paraaf]
[Rechts:] Th. Wolff advies 31-7-'40 deken [?]
J.H. Koster is vrijgesteld wegens mil. dienst. Heeft hij nu steun? of andere inkomsten?
[Rechts daarnaast:] opbergen [Paraaf]
Vanaf 26-8 a.s. moet Koster zijn plaats weer regelmatig bezetten op de Lindengr. terwijl een regeling is getroffen ter afbetaling van het achterstallige marktgeld.
[In rood kader:] opb 23-8-40 [Paraaf]
[Helemaal rechtsonder:] Mondeling afgedaan [Paraaf] Het document is een schrijnend voorbeeld van de persoonlijke nasleep van de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De afzender, J.H. Koster, was als soldaat aanwezig bij het bombardement op Schiphol (10 mei 1940). Hij liep daar een gehoorbeschadiging op die pas later verergerde tot doofheid, waardoor hij zijn werk als marktkoopman op de Lindengracht niet kon uitoefenen.
De brief toont de formele, beleefde toon die gebruikelijk was in correspondentie met de overheid ("het beleefde verzoek", "teeken ik"). Uit de ambtelijke krabbels blijkt een zakelijke afhandeling: er wordt gevraagd naar zijn huidige financiële situatie ("Heeft hij nu steun?") en er wordt uiteindelijk een pragmatische oplossing gevonden. Hij krijgt geen volledige kwijtschelding, maar een afbetalingsregeling, waarbij hij per 26 augustus 1940 zijn plek op de markt weer moet innemen. * Historisch: De brief is geschreven slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. De chaos van de meidagen is in de bureaucreatie van de stad Amsterdam inmiddels omgezet in dossiers over achterstallige betalingen.
* Geografisch: De Lindengracht in de Jordaan was (en is) een belangrijke marktlocatie. De Cornelis Krusemanstraat bevindt zich in Amsterdam-Zuid, wat duidt op een behoorlijke reisafstand voor de koopman in die tijd.
* Militair: Het bombardement op Schiphol op 10 mei 1940 was een van de eerste acties van de Luftwaffe tijdens de aanval op Nederland. Veel Nederlandse soldaten raakten daar gewond of sneuvelden. De "ontheffing uit de dienst" waar Koster over spreekt, is het gevolg van de capitulatie en zijn medische ongeschiktheid. J.H. Koster