Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 128
Dossier 11
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief / Oproeping.

15 oktober 1940. Van: De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Dossier: 29/9/1

Origineel

Officiële brief / Oproeping. 15 oktober 1940. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Logo: Drie Andreaskruisen geflankeerd door gestileerde figuren/torens]
MARKTWEZEN AMSTERDAM

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN


No. 29/9/1 M [handgeschreven]
BIJLAGE ____
ONDERWERP :
verzonden 15/10 [handgeschreven]
G. [stempel]

AMSTERDAM (W.) 15 October 1940
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN
den Heer A.Aleng,
Sarphatistraat 2 A,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 4.

Op grond van het feit, dat U geen geregeld gebruik van de U verleende voorkeurskaart voor de markt Nieuwmarkt heeft gemaakt, behoort de inschrijving op de sollicitantenlijst voor bovengenoemde markt, ingevolge artikel 10 van het Reglement op de Markten, te worden geschrapt.

Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 16 of 18 Oct.a.s. te 9 uur v.m. te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.

De Directeur,

[Onderaan links:]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. De brief is een formele waarschuwing en oproeping van de Dienst van het Marktwezen aan een potentiële marktkoopman, de heer A. Aleng.

Kern van de zaak: De heer Aleng staat op de sollicitantenlijst (een wachtlijst voor een vaste standplaats) voor de Nieuwmarkt. Hij beschikt over een 'voorkeurskaart', die hem waarschijnlijk bepaalde rechten gaf bij het toewijzen van plaatsen. Omdat hij deze kaart echter niet regelmatig heeft gebruikt, dreigt hij op basis van artikel 10 van het marktreglement van de lijst te worden verwijderd.

Procedure: De directeur van de markten neemt niet direct een besluit, maar nodigt de betrokkene uit voor een hoorgesprek bij de Inspecteur op de Jan van Galenstraat (de locatie van de Centrale Markthallen). Hier kan de heer Aleng zijn situatie toelichten voordat de definitieve schrapping plaatsvindt. De datum, 15 oktober 1940, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment vijf maanden bezet door nazi-Duitsland. De administratieve raderen van de gemeente Amsterdam draaiden door, maar kwamen steeds meer onder invloed van de bezettingsmaatregelen te staan.

  1. Locatie en Achtergrond: De Nieuwmarkt lag in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam. Veel marktkooplieden daar waren van Joodse afkomst. De geadresseerde, de heer Aleng, woonde aan de Sarphatistraat, een straat die in 1940 een grote Joodse populatie kende.
  2. Toenemende druk: In het najaar van 1940 begonnen de eerste anti-Joodse verordeningen de economische bewegingsvrijheid van Joden in te perken. Hoewel de brief een strikt administratieve reden geeft (niet-gebruik van de kaart), werd dergelijke bureaucratische striktheid tijdens de bezetting vaak ingezet als instrument om Joodse burgers uit het openbare leven en de handel te drukken.
  3. Vervolg: In 1941 zouden de maatregelen verharden met de instelling van specifieke "Joodse markten" en het uiteindelijke verbod voor Joden om op reguliere markten te handelen. Dit document kan gezien worden als een vroeg stadium van het proces waarbij marktvergunningen en wachtlijstposities kritisch werden tegen het licht gehouden in een veranderend politiek klimaat. A. Aleng Aleng staat (De heer) Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

De brief is een formele waarschuwing en oproeping van de Dienst van het Marktwezen aan een potentiële marktkoopman, de heer A. Aleng.

Kern van de zaak: De heer Aleng staat op de sollicitantenlijst (een wachtlijst voor een vaste standplaats) voor de Nieuwmarkt. Hij beschikt over een 'voorkeurskaart', die hem waarschijnlijk bepaalde rechten gaf bij het toewijzen van plaatsen. Omdat hij deze kaart echter niet regelmatig heeft gebruikt, dreigt hij op basis van artikel 10 van het marktreglement van de lijst te worden verwijderd.

Procedure: De directeur van de markten neemt niet direct een besluit, maar nodigt de betrokkene uit voor een hoorgesprek bij de Inspecteur op de Jan van Galenstraat (de locatie van de Centrale Markthallen). Hier kan de heer Aleng zijn situatie toelichten voordat de definitieve schrapping plaatsvindt.

Historische Context

De datum, 15 oktober 1940, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment vijf maanden bezet door nazi-Duitsland. De administratieve raderen van de gemeente Amsterdam draaiden door, maar kwamen steeds meer onder invloed van de bezettingsmaatregelen te staan.

  1. Locatie en Achtergrond: De Nieuwmarkt lag in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam. Veel marktkooplieden daar waren van Joodse afkomst. De geadresseerde, de heer Aleng, woonde aan de Sarphatistraat, een straat die in 1940 een grote Joodse populatie kende.
  2. Toenemende druk: In het najaar van 1940 begonnen de eerste anti-Joodse verordeningen de economische bewegingsvrijheid van Joden in te perken. Hoewel de brief een strikt administratieve reden geeft (niet-gebruik van de kaart), werd dergelijke bureaucratische striktheid tijdens de bezetting vaak ingezet als instrument om Joodse burgers uit het openbare leven en de handel te drukken.
  3. Vervolg: In 1941 zouden de maatregelen verharden met de instelling van specifieke "Joodse markten" en het uiteindelijke verbod voor Joden om op reguliere markten te handelen. Dit document kan gezien worden als een vroeg stadium van het proces waarbij marktvergunningen en wachtlijstposities kritisch werden tegen het licht gehouden in een veranderend politiek klimaat.

Genoemde Personen 2

A. Aleng Aleng staat (De heer)

Locaties

Centrale Markt Nieuwmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3